Verkiezingsuitslag Nederland is rechts gebleven, maar nog niet rancuneuzer geworden, schrijft Shermin Amiri. De formatie wordt geen botsing van werelden, maar een test van democratische volwassenheid.
Een kiezer in de Schilderswijk in Den Haag brengt haar stem uit in een theater.
De telling sleept zich voort, maar de symboliek is al duidelijk: D66 en PVV staan nek aan nek, allebei op 26 zetels. Nog niet alle stemmen zijn geteld, maar het verschil is historisch klein. Sinds 1956 stonden de grootste partijen niet meer zo dicht bij elkaar. PVV-leider Wilders kondigde aan dat hij wil voorkomen dat een verkenner namens D66 aan de slag gaat zolang er geen definitieve uitslag is. Mocht zijn partij de grootste worden, dan wil hij zelf het voortouw nemen in de formatie.
Shermin Amiri is publicist en senior adviseur bij RadarAdvies.
Toch is de betekenis van deze uitslag breder dan de vraag wie formeel als eerste mag praten. De kiezer heeft gesproken, en opvallend genoeg niet in woede, maar vooral ook vanuit redelijkheid. Waar populistische drift en wantrouwen de toon zetten in de afgelopen jaren, koos Nederland deze keer voor leiders die verantwoordelijkheid uitstralen: D66 met zijn optimisme, het CDA met fatsoen, de VVD met financiële rust en GroenLinks-PvdA met sociale ernst. Het is een zeldzame correctie in een tijd waarin veel Europese democratieën radicaliseren.
De Nederlandse kiezer koos niet antidemocratisch maar voor herstel van het brede midden. Geen revolutie, maar redelijkheid. En dat is precies waar het nu op stuk kan lopen: juist dat verlangen naar redelijkheid stelt de politiek voor een onredelijke opgave. De PVV mag dan meestrijden om de eerste plaats, maar blijft politiek geïsoleerd. Vrijwel alle grote partijen – van VVD tot GroenLinks-PvdA – hebben samenwerking uitgesloten. De kiezer heeft niet gekozen voor verzet tegen ‘Den Haag’, maar voor bestuur dat werkt. De drift bleef, maar werd getemd. Nederland is rechts gebleven, maar nog niet rancuneuzer geworden.
Inhoudelijk is het landschap overzichtelijk. Alle grote partijen erkennen dezelfde urgente problemen: woningnood, migratie, en een overbelaste asielketen, een stagnerende energietransitie en een overheid die het vertrouwen van burgers moet herwinnen. Waar de verschillen vroeger ideologisch waren, zijn ze nu vooral van toon en tempo. De partijprogramma’s laten dat zien. D66 wil bouwen aan tien nieuwe steden en investeren in schone energie. VVD en CDA leggen nadruk op uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. GroenLinks-PvdA wil dat de overheid weer richting geeft en ongelijkheid tegengaat. JA21 plaatst daar een ander accent tegenover: minder regelgeving, strengere grensbewaking en meer nationale regie in plaats van Europese afspraken. Zelfs over migratie groeit de consensus: sneller, menselijker en met Europees draagvlak – al schuift JA21 dat draagvlak liever terzijde ten gunste van nationale controle.
Maar politiek draait niet alleen om inhoud. Het gaat om vertrouwen en stijl. En daar wringt het: de kiezer heeft matiging beloond, maar de partijen worstelen met hun eigen uitsluitingen. En precies daar begint de moeilijkheid van deze formatie: partijen die elkaar op inhoud vinden, botsen op toon, tempo en trots.
Een coalitie van D66, GroenLinks-PvdA, CDA en VVD is rekenkundig royaal en inhoudelijk logisch. Ze vertegenwoordigt de wens van de kiezer naar stabiliteit met morele koers. D66 en GroenLinks-PvdA willen versnellen, VVD en CDA bewaken de balans. De verschillen zijn bestuurbaar. Toch blokkeert één opmerking uit de campagne het gesprek: VVD-leider Yesilgöz zei liever niet te willen regeren met GroenLinks-PvdA en „het niet te zien gebeuren”. Een formulering met ruimte, maar politiek genoeg om het overleg te verlammen.
Het alternatief is D66, CDA, VVD en JA21. Voor de VVD zou dat een aantrekkelijker route kunnen zijn, omdat die ideologisch dichter bij haar electoraat ligt. Maar het is ook de meest riskante combinatie. In dit blok ligt de nadruk op orde, grenzen en uitvoering. Er is overlap op economie en regeldruk, maar de kloof tussen D66 en JA21 is fundamenteel: over de rechtsstaat, Europa en de humanitaire basis van het asielbeleid. JA21 wil verdragen herzien, D66 wil ze versterken. Een kabinet met JA21 zou op korte termijn bestuurlijke duidelijkheid kunnen brengen, maar tegen een hoge prijs: de toon van het land kan opnieuw verharden.
Beide scenario’s zijn te verdedigen. Het tweede sluit tactisch beter aan bij de VVD, het eerste moreel beter bij het mandaat van de kiezer. De samenleving heeft niet om strengheid gevraagd, maar om betrouwbaarheid. Daarom ligt de morele logica bij het brede midden. Niet uit ideologische voorkeur, maar uit democratische urgentie. De komende maanden worden een test van politieke volwassenheid. In de partijprogramma’s ligt gemeenschappelijke grond om samen te werken, maar het vergt de bereidheid om symboliek te laten wijken voor resultaat. D66 draagt de verbeelding van vooruitgang, de VVD bestuurlijke rust, het CDA gemeenschapszin en GroenLinks-PvdA solidariteit. En JA21, mocht die aan tafel komen, zal moeten tonen dat grip houden meer betekent dan grenzen sluiten.
De belangen verschillen, maar hun waarden overlappen: stabiliteit, verantwoordelijkheid en respect voor de rechtsorde. De formatie is dus geen botsing van werelden, maar een test van democratische volwassenheid. De kiezer heeft het pad naar redelijkheid geopend, maar niemand weet nog of de politiek eroverheen durft. De uitdaging van deze tijd is niet een gebrek aan ideeën, maar een overschot aan trots. Redelijkheid vraagt geen zachte toon, maar stille moed, het vermogen om eigen overtuigingen te dienen zonder de ander te verachten. Als leiders dat weten op te brengen, kan deze formatie iets uitzonderlijks opleveren: een land dat, na jaren van drift, weer leert besturen zonder maskers, vanuit wat het ooit was, een samenleving die haar meningsverschillen niet vreest maar draagt. De kiezer heeft zijn deel gedaan. Nu is het aan de politiek om te bewijzen dat redelijkheid meer is dan een woord, een manier van handelen en misschien wel de laatste vorm van beschaving die ons rest.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC