Home

Dit schaatsseizoen belooft spectaculair te worden. Waar moeten we op letten?

Met de NK afstanden wordt vanaf vrijdag het olympische schaatsseizoen afgetrapt. Drie dagen strijd om titels en wereldbekertickets. Wat viel op in het voorseizoen, welke schaatsers zijn veelbelovend en waar moeten we nog meer op letten?

Een reis naar recordijs, een zenuwslopend kwalificatietoernooi en in februari de Winterspelen in Milaan: dit schaatsseizoen is anders dan andere jaren. Met meerdere spectaculaire hoogtepunten in het verschiet.

En dat begint allemaal dit weekend in Thialf op de NK afstanden, een titelstrijd die normaal gesproken tussen kerst en oud en nieuw op de kalender staat, maar die nu plaatsmaakt voor het olympisch kwalificatietoernooi – de meest beladen wedstrijd die er is, zo stelt het gros van de profschaatsers.

In Heerenveen worden vanaf vrijdag de nationale titels verdeeld, maar draait het vooral om plaatsing voor de eerste serie wereldbekerwedstrijden van het seizoen. Goede resultaten zijn van belang. De komende maanden wordt op basis van internationale uitslagen bepaald welk land het maximale aantal olympische plekken van negen sporters per sekse binnenhaalt – en ook voor Nederland, schaatsland, is dat geen uitgemaakte zaak. Er zijn strenge eisen, het niveau is ook in het buitenland hoog.

En dan is de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen ook nog eens op de op hoogte gelegen Utah Olympic Oval van Salt Lake City, waar de ijle lucht doorgaans voor extreem snelle tijden zorgt en er wellicht records worden gebroken. Daarna staan Calgary, Heerenveen en Hamar op het programma.

Er wacht nog een wereldbekerwedstrijd in Inzell als laatste test, vlak voor de Olympische Spelen van Milaan. En uiteindelijk eindigt het schaatscircuit weer in Heerenveen, voor de afsluiter van het olympische seizoen met de WK allround en sprint.

Wat nemen we mee van vorig seizoen?

Onbetwiste kampioenen zijn te verslaan en woede moet beteugeld worden. Let op, de internationale schaatsunie ISU is strenger geworden op de normen en waarden rond de ijsbaan. Dat was de waarschuwing die Rémy de Wit, technisch directeur bij de KNSB, liet horen bij een informeel persmoment voorafgaand aan dit schaatsseizoen.

Het is een trend die al een tijdje gaande is. Toen Kjeld Nuis afgelopen winter in Thialf uit woede om een diskwalificatie een plastic stoel op het middenterrein kapottrapte en daarbij zijn voet verwondde, haastten De Wit en stafleden van Nuis’ ploeg Reggeborgh zich om achter de schermen excuses te maken bij de ISU. Ook de schaatser zelf zou nog sorry zeggen.

Als hij het door de zware blessure aan zijn voet niet al beseft had, wordt het met de strengere officials nog duidelijker: Nuis, en al zijn andere schaatscollega’s, zullen hun agressie op een andere manier moeten botvieren. Buiten het zicht, want diskwalificaties dreigen.

Nog zo’n les van vorige winter: Jordan Stolz lijkt misschien onverslaanbaar, maar onfeilbaar is hij niet. De jonge Amerikaan schatte zijn eigen fysieke vermogens iets te hoog in toen hij kort na een long- en keelontsteking weer wedstrijden reed. ‘Ik heb hem te veel laten doen’, zei zijn coach Bob Corby, toen bleek dat Stolz races begon te verliezen.

Bij de WK in Hamar haalde Stolz geen wereldtitel, terwijl hij de twee seizoenen ervoor steeds met driemaal goud naar huis was gegaan. Hij bleek te verslaan. En de eersten in de rij om hem voorbij te steken? Jenning de Boo op de 500 meter en Joep Wennemars op de 1.000 meter. Het zal ze moed geven voor deze winter, maar ze weten ook dat Stolz tot het uiterste gemotiveerd zal zijn om terug te keren aan de top.

Femke Kok, de stayer

De opvallendste tijd uit het voorseizoen staat op naam van Femke Kok. De 25-jarige Friezin is de snelste vrouw ter wereld op de schaats. Niemand sprint harder dan zij. Dat bewees ze afgelopen maart nog maar eens toen ze voor de derde keer op rij – met overmacht – de wereldtitel pakte op de 500 meter.

Maar Kok, dochter van een voormalig marathonschaatser, beschikt tot haar grote verrassing ook over uithoudingsvermogen. Toen ze wist dat ze op 4 oktober als ‘trainingsprikkel’ een 1.500 meter zou gaan rijden, een afstand die ze in de voorgaande zes jaar slechts twee keer had gereden en die altijd aanvoelde als een lijdensweg, besloot ze advies in te winnen bij Ireen Wüst en Antoinette Rijpma-De Jong. Hoe deel je een 1.500 meter eigenlijk precies in?

Hard openen, besloot ze, na overleg. ‘En dan zien we wel waar het schip strandt.’ Kok verbeterde die avond met 1.52,69 het baanrecord. Al duurde het nog even tot ze dit zelf doorhad. ‘Het was nooit in me opgekomen om voor een baanrecord te gaan.’

Het biedt perspectief. Kok leek een voorname kandidaat voor de internationale prijzen op de 1.000 meter, favoriet op de 500 meter en inmiddels kan ook de 1.500 meter aan haar lijstje worden toegevoegd. Al legt de schaatser haar prioriteit vooralsnog bij de kortste twee afstanden en laat ze de 1.500 meter tijdens de NK schieten. Ze weet: bij de Winterspelen in Milaan kan de schaatsmijl, die laat in het programma verreden wordt, zomaar een mooi olympisch toetje worden – mits ze zich weet te kwalificeren op het OKT.

Wie lijken er in vorm?

Jenning de Boo reed vorige week 34,41 op de 500 meter. De andere Nederlandse mannelijke wereldkampioen op een sprintnummer, Joep Wennemars, liet in een trainingswedstrijd al 1.07,88 noteren op ‘zijn’ 1.000 meter.

En ook hier hoort een vermelding van Femke Kok. Zij schaatste een week voor de NK afstanden naar 1.12,87; een evenaring van haar persoonlijk record dat ze neerzette op het snelle ijs van Salt Lake City. Daarnaast is dat slechts zeven honderdsten van een seconde verwijderd van het huidige baanrecord van Jutta Leerdam. Sommige schaatsers tonen, kortom, al vroeg in het seizoen vormbehoud. Anderen kennen een moeizame start.

Patrick Roest sloot het vorige schaatsseizoen vroegtijdig af. Hij is zevenvoudig wereldkampioen, won vier olympische medailles en was jarenlang – met afstand – Nederlands grootste troef op de lange afstanden. Maar vorig seizoen kwakkelde hij door problemen met een ontstoken verstandskies, een rugblessure en overbelasting.

Hij hoopte na een goede zomer fris en sterker terug te keren. Maar de eerste wedstrijdresultaten van Roest zijn nog ver verwijderd van zijn sterke niveau van weleer.

Herintreder en een nieuwe naam

Wie met een half oog naar het scherm kijkt als de uitzendingen van de NK zijn begonnen, zal veel bekende namen voorbij zien glijden. Dertigers Kjeld Nuis, Jorrit Bergsma en Dai Dai N’tab draaien al eindeloos mee. Hetzelfde geldt voor Kai Verbij. Niets nieuws dus. Alhoewel? Verbij, oud-wereldkampioen sprint en 1.000 meter, liet zich anderhalf jaar niet zien in wedstrijden.

‘Ik moest mijn hoofd klaren’, zei hij een half jaar geleden in deze krant. Dat is gebeurd en nu richt Verbij zich, als nieuwe ploeggenoot van Jutta Leerdam, op de Olympische Winterspelen. Hij geeft zichzelf nog een behoorlijke kans om het te halen. Het moet dan wel een stukje vlotter op de 1.000 meter, zijn favoriete afstand. Zijn 1.10,81 bij een trainingswedstrijd was aardig, maar in dit prille seizoen alleen waren er al vijftien Nederlanders sneller.

Dan moet de verrassing misschien toch van een nieuwe naam komen en niet van een herintreder. Opvallend snel was in elk geval de 500 meter die de voor het grote publiek onbekende Anna Boersma een week voor de NK reed. Met 37,67 reed ze in Thialf een dik persoonlijk record, en voor het eerst in haar loopbaan onder de 38 seconden.

Heel jong is de 24-jarige Boersma niet. Wel lijkt de vrouw, die vorig jaar als derde eindigde bij de Gouden Bal, het internationale sprintfeestje waarmee in Leeuwarden het seizoen wordt afgesloten, een plotseling snelle progressie door te maken. Ze is sinds deze zomer lid van het door oud-schaatser Hein Otterspeer opgerichte Team Staan, dat met Michelle de Jong en Isabel Grevelt ook andere goede sprintsters in huis heeft.

Dalemans eerste echte langebaanseizoen

Vorige winter was Angel Daleman formeel geen lid van Team Essent. Ze trainde mee, maar was officieel shorttracker in de nationale selectie van Niels Kerstholt. Ze had de droom om zowel op klapschaatsen als op vaste shorttrackijzers de Winterspelen van Milaan te halen. Maar na een seizoen waarin ze zich af en toe een trekpop voelde – zowel Kerstholt als Jac Orie van Essent wilde haar graag bij hun team – en vooral goed presteerde op de 400-meterbaan, maakte ze zelf de keuze voor de langebaan.

18 jaar is Daleman ondertussen, en langebaanprofessional bij Team Essent. Nu echt.

‘Angel heeft de afgelopen jaren laten zien dat ze tot de grootste talenten ter wereld behoort’, zei coach Orie toen de verbintenis bekend werd gemaakt. Dat is geen overdrijving. In twee edities van de WK junioren die ze reed, haalde ze beide keren zesmaal goud, een moyenne waar Jordan Stolz (vijfmaal goud in 2023) zelfs niet aan kon tippen.

Als lid van de gouden teamsprintploeg in Hamar afgelopen jaar, met Jutta Leerdam en Suzanne Schulting, staat ze in de boeken als jongste Nederlandse wereldkampioen ooit.

Wat het Daleman gaat opleveren, nu haar aandacht volledig op het langebaanschaatsen is gericht? Dat is een van de interessante vragen van dit seizoen. De droom van twee disciplines staat voor even geparkeerd, maar het doel is nog altijd ongewijzigd: presteren in Milaan.

Drie dagen nationale titelstrijd

De NK Afstanden vinden van vrijdag tot en met zondag plaats in Thialf in Heerenveen.

Vrijdag, vanaf 18.00 uur: 5.000 meter mannen, 1.500 meter vrouwen en 500 meter mannen.

Zaterdag, vanaf 14.20 uur: 3.000 meter vrouwen, 1.500 meter mannen, 500 meter vrouwen.

Zondag, vanaf 12.00 uur: 10.000 meter mannen, 5.000 meter vrouwen, 1.000 meter vrouwen en mannen, massastart vrouwen en mannen, ploegenachtervolging vrouwen en mannen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next