Schaatsen Ver voor de opkomst van de commerciële schaatsploegen gingen Ard Schenk en Kees Verkerk in op een Amerikaans profinitiatief. Dat was gedoemd te mislukken, blijkt uit een nieuw boek.
Ard Schenk (links) en Kees Verkerk tijdens het EK allround in Deventer in maart 1966, gezien als het begin van het 'Ard en Keessie-tijdperk'. Schenk won, Verkerk werd tweede.
Hoe Ard Schenk en Kees Verkerk schaatsen professionaliseerden. Auteur: Frits van Rijn. Park Uitgevers. 335 blz. € 29,99
Rintje Ritsma was in 1995 de eerste succesvolle professionele hardrijder in de conservatieve schaatswereld. Zijn tv-reclame voor sponsor Sanex, gelegen in een bad vol schuim, was een doorslaand succes. De zesvoudig Europees en viervoudig wereldkampioen allround werd de eerste schaatsmiljonair en plaveide de commerciële weg voor latere generaties. De ouderwetse kernploegen van de schaatsbond stierven een langzame dood. Sponsorteams deden hun intrede.
Zo introduceert auteur Frits van Rijn, decennialang redacteur bij Studio Sport, zijn afgelopen maandag verschenen boek IJsbrekers, over het mislukte profavontuur van ‘Ard en Keessie’ en nog een dozijn schaatsers die hun populariteit te gelde wilden maken. Miljoenen tv-kijkers en tienduizenden stadionbezoekers stonden sinds midden jaren zestig symbool voor een schaatskoorts.
Het was stil op straat als het duo rondjes reed. Maar Ard Schenk en Kees Verkerk verdienden alleen geld in het schnabbelcircuit. Ze waren, om hun voetbalvriend Johan Cruijff te citeren, „een dief van hun portemonnee”.
Ze zochten en vonden geldschieters. Zoals het profvoetbal in de jaren vijftig en het proftennis in de jaren zestig opkwamen. Met als enige verschil: voetbal en tennis waren mondiale sporten. Schaatsen was een hoofdzakelijk Noors, Zweeds en Nederlandse aangelegenheid. En de Amerikaanse geldschieters die de International Speed Skating League (ISSL) oprichtten, hadden van hardrijden geen verstand.
Bovendien stond de tijdgeest professionalisering in de weg. Vooral in Scandinavië heerste een antikapitalistische stemming. De Noorse en Zweedse profs werden door hun landgenoten voor geldwolven uitgemaakt, ook de media berichtten negatief. En de Noorse en Zweedse belastingdiensten zouden 20 procent van het verdiende geld innen.
Schenk (links) en Verkerk bij het EK in 1969 in Inzell, waar Verkerk als tweede eindigde.
In Nederland was het al niet veel beter. Schenk en Verkerk en hun Nederlandse uitdagers Jan Bols en Eddy Verheijen werden uitgefloten en bij wanprestaties uitgescholden. Schenk toonde begrip: „Dat uitschelden hier is beter dan ruzie thuis.” Maar Noorwegen sloeg alles. „Het lijkt wel of we daar opeens de schurft hebben”, zei drievoudig olympisch kampioen Schenk, die Noorwegen altijd als zijn tweede vaderland beschouwde. Verkerk is er zelfs gaan wonen, met een Noorse vrouw.
Schenk was het boegbeeld van het profinitiatief. De Amerikaanse geldschieter van ISSL, Ned Neely, had in 1972 op de tribunes van een uitverkocht Bislett in Oslo nog „een verliefd gevoel” gekregen toen hij de lange, blonde atleet wereldkampioen zag worden. Schenk ging in zee met de Amerikaan, maar wist ook: „Als het mislukt, zoek ik een mooie wilgenboom in het Amsterdamse Bos om mijn schaatsen in te hangen.”
Een heerlijk hoofdstuk is het sponsorcontract dat Ard Schenk voor „25.000 gulden per jaar, geen misselijk bedrag” had gesloten met Adidas. Hij droeg zwarte schoenen met de drie witte strepen maar liet de handige Jan Bols, fietsenmaker van beroep, stiekem zijn vertrouwde Vikingijzers eronder monteren. Adidas had geen ervaring met schaatsen, Viking des te meer.
Viking-fabrikant Jaap Havekotte senior vertrouwde het zaakje niet – „als het moet kan ik horen of Ard op mijn ijzers rijdt” – maar liet voor de zekerheid zijn zoon Jaap junior in Noorwegen foto’s langs de baan maken. En ja hoor, Schenk reed op Vikingijzers. De dader, zoals alle topschaatsers met botte ijzers kind aan huis bij de familie Havekotte, gaf zijn bedrog grif toe. Jaap senior: „Nee, ik was niet boos maar juist trots.” Wel dreigde hij Adidas met een rechtszaak. De Duitsers stopten met adverteren.
Verkerk (in het zwart) tegen Schenk op het NK in Deventer in december 1965.
Het profavontuur van ISSL was gedoemd te mislukken. Er moest vanaf het begin geld bij, hoe de Amerikanen ook mooi weer speelden. Illustratief voor de amateuristische organisatie was hoe ISSL-baas Neely het cash geld van de kaartverkoop in Den Haag op het parkeerterrein in vuilniszakken bij elkaar stopte. Het toernooi op de net opgeleverde kunstijsbaan De Uithof in januari 1973 was een grote mislukking. Slechts een paar duizend toeschouwers en dus veel lege plekken, daar waar de neoprofs op de EK’s en WK’s voor amateurs in Oslo, Göteborg en Deventer voor tienduizenden schaatsfans hadden gereden. Ard Schenk: „Ik schrok me rot toen ik naar buiten kwam.”
De weersomstandigheden werkten niet mee. Door de harde zuidwester stoof overal zand op het kunstijs van het pas opgeleverde stadion De Uithof, dat vlak bij zee ligt. Na elke rit moest er worden gedweild. En vlak voor aanvang kwamen de organisatoren erachter dat stootkussens ontbraken in de bochten. Die werden in allerijl ergens vandaan getoverd en provisorisch voor de tribunes gelegd.
Waarom dan niet gekozen voor de bekendere schaatsbanen in Assen, Heerenveen of Deventer? Omdat de profs daar niet mochten rijden. Wie hen onderdak verleende, raakte uit de gratie bij de schaatsbonden ISU en KNSB en mocht geen ‘gewoon’ NK, EK of WK meer organiseren. Het is de rode draad in het bronnenrijke, goed geschreven boek. De profs en de amateurs maakten anderhalf jaar bonje, tot de profs niet meer uitbetaald kregen en de amateurs zich langzaam oprichtten.
Na twee tegenvallende jaren keerden de Nederlandse successen langzaam terug: geneeskundestudent Harm Kuipers won in 1975 het WK allround, net als postbode Piet Kleine in 1976. De Drentse stayer had een paar weken eerder ook olympisch goud gewonnen op de 10 kilometer. Kortom: de schaatskoorts was terug van weggeweest. Maar de gouden tijden van Ard en Keessie – toen het zo stil was op straat – zouden nooit meer terugkomen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC