Home

De media-obsessie met ‘de grootste’ is onnozel en gevaarlijk

Verkiezingsuitslag In veel politieke verslaggeving wordt de laatste dagen gedaan alsof het cruciaal is welke partij de grootste is: PVV of D66. Dat is een onzinnig frame dat lijkt op Amerikaatje spelen, vinden Armèn Hakhverdian en Simon Otjes

„Too close to call”: die uit Amerika overgewaaide kreet domineert de politieke verslaggeving over de verkiezingsuitslag. PVV en D66 zijn verwikkeld in een nek-aan-nekrace om wie de grootste partij van Nederland wordt. Enkele duizenden stemmen kunnen de doorslag geven en daarmee zou er veel op het spel staan. Hilversum, blijkbaar een van de laatste gemeentes die de stemmen doorgeven, werd in het AD zelfs het „Florida van Nederland” genoemd, verwijzend naar de 537 stemmen verschil waarmee in 2000 de Republikein George W. Bush de Democraat Al Gore versloeg en zo het kiescollege won en daarmee het Amerikaanse presidentschap.

Deze Amerikanisering van de verslaggeving is even onnozel als schadelijk en berust op een fundamentele misvatting over de kern van ons staatsbestel.

Armèn Hakhverdian is universitair hoofddocent Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.

Simon Otjes is universitair docent Nederlandse politiek aan de universiteit Leiden.

In de Nederlandse parlementaire geschiedenis is de grootste partij nog nooit zo klein geweest als nu. Welke partij ook de grootste wordt, meer dan 80 procent van het electoraat heeft er níet op gestemd. De grootste partij is de afgelopen veertig jaar gehalveerd. Het is makkelijker dan ooit om de grootste partij getalsmatig te omzeilen en parlementaire meerderheden te vormen zonder die grootste partij. Je zou verwachten dat deze verregaande versnippering van het partijlandschap de nadruk op wie de grootste is zou temperen, niet aanjagen.

Coalitiewensen

Je kunt natuurlijk beweren dat het wel degelijk uitmaakt wie de grootste partij is: deze mag immers het voortouw nemen in de formatie. Dat is echter een nogal misleidende weergave van de werkelijkheid. Nederland kent geen statuten of wetten waarin formeel is vastgelegd dat het initiatief bij de grootste partij ligt. Het is simpelweg een gewoonte om het proces wat ordentelijker te laten verlopen. In de tijd dat de grootste partij ook getalsmatig moeilijker te omzeilen was, lag dit ook voor de hand. Maar anno 2025 moeten de lijstrekkers simpelweg tot een overeenstemming komen wie de verkenner wordt die de potentiële coalitiewensen gaat optekenen.

Van een formele stemming is pas sprake bij de benoeming van de informateur, waarbij een meerderheid van 76 zetels is vereist, of die nou op basis van tien of drie partijen tot stand komt. Iedere Kamerzetel heeft hetzelfde gewicht en het is dan ook kwalijk om te doen alsof de zetels van de grootste partij, zeker nu deze relatief klein is, symbolisch meer gewicht in de schaal leggen.

Voor de goede orde, deze verkiezingen zijn wel degelijk spannend, maar niet vanwege die vraag wie de grootste wordt. Een zetel erbij of eraf heeft grote gevolgen voor de mogelijke meerderheidscoalities. De écht relevante nachtelijke verschuivingen tussen de exitpoll en de uitslag lieten bijvoorbeeld zien dat de gedroomde coalitie van de VVD (D66, VVD, CDA, JA21) niet meer op een Kamermeerderheid kan rekenen, terwijl dat eerder nog wel het geval was. Ongeacht de nek-aan-nekrace tussen D66 en PVV.

Obsessief

Doordat de verslaggeving zo obsessief bezig is met „de grootste”, zullen kiezers ook eerder denken dat het ondemocratisch is wanneer de grootste partij niet het initiatief krijgt, laat staan als die niet mag meeregeren. Geert Wilders heeft al gezegd dat hij de benoeming van een D66-formateur zal blokkeren als de PVV toch een paar duizend stemmen meer blijkt te hebben gehaald – alsof dat een formele bevoegdheid is die hij dan zou hebben. Misschien kun je ook niet meer verwachten van een partijleider die als enige lid van zijn partij bepaalt wat er gebeurt.

De staatscommissie parlementair stelsel, onder leiding van Johan Remkes, concludeerde in 2019 al dat Nederlandse kiezers meer grip willen op de coalitievorming. Hoe begrijpelijk deze wens ook is, de huidige spelregels voorzien niet in die behoefte. Wij kiezen de samenstelling van de Tweede Kamer, niet de samenstelling van de regering. Nederland is een proportionele democratie waarin een platte meerderheidslogica geen plek heeft, en al helemaal niet ten tijde van vergaande versnippering.

Het is volledig misplaatst om Tweede Kamerverkiezingen in Nederland te beschouwen als een soort verkapte premiersverkiezingen met een presidentiële logica. Amerikaatje spelen levert aandacht en clicks op, maar zet kiezers uiteindelijk op het verkeerde been, met schadelijke gevolgen voor de legitimiteit van de democratie.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next