Home

Nederland waande zich vrij, onbezorgd en vrolijk, maar ondertussen broeide het onder het oppervlak

Hij keek op zijn horloge: vier jaar geleden rond deze tijd stonden al die journalisten hier ook. Toen noemden ze hem een verliezer en liep hij naar hun camera’s toe als naar een executie. Maar nu was alles anders. Nu was alles beter.

Na die verkiezingsuitslag in 2025 hadden zijn tegenstanders weliswaar eerst wat obligate zorgen geuit – nog nooit was de grootste partij zo klein geweest, nog nooit was links zo machteloos, bla die bla – maar de roep om een ‘een stabiel kabinet met alle positieve krachten in het midden’ was uiteindelijk zo groot dat ze allemaal meededen. Zelfs de geslagen honden van GroenLinks-PvdA gingen ‘in naam van het landsbelang’ overstag.

En god, wat waren ze vervolgens onuitstaanbaar, vooral toen Jetten een paar maanden later ‘ja’ zei tegen zijn Argentijnse Nicolás en al die progressievelingen, uitbundig zwaaiend met nota bene zijn rood-wit-blauw, ’s werelds eerste homohuwelijk van een zittende premier vierden. Na decennia waarin iedere vorm van eigenzinnigheid was onderworpen aan de tirannie van normaal doen, kon Nederland eindelijk weer uitgroeien tot tolerant stuurland; eindelijk waren die verdraagzame jaren negentig uit dat liedje van Fluitsma en Van Tijn weer terug, toen we nog met vijftien miljoen mensen waren, wars van betutteling, geen uniform echt heilig.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Op de bruiloft dansten premier Rob en vicepremier Dilan samen op muziek van Douwe Bob, waarna iedereen moest lachen. Bij de borrel las vicepremier Henri een zelfgeschreven abc’tje voor (‘De A is van artikel 23, want daardoor ben jij nu premier…’) en de avond werd afgesloten door Carel Kraayenhof, die net als op die vorige Argentijnse bruiloft Adiós Nonino speelde op zijn bandoneon. Even daalde een stille ontroering neer, tot een dronken oom hardop vroeg: ‘Gaat dit over Frans Timmermans?’, waarna iedereen wederom moest lachen.

Nederland waande zich vrij, onbezorgd en vrolijk, maar ondertussen broeide het onder het oppervlak. Omdat die stumpers van GroenLinks-PvdA dachten dat landsbelang enkel iets is dat je op de korte termijn dient, waren de vier grootste oppositiepartijen respectievelijk PVV, JA21, FvD en BBB, en het waren precies die ‘onfatsoenlijke vier’, zoals zure columnisten ze noemden, die de regering werkelijk iedere week aan flarden scheurden.

Maandag, dinsdag, woensdag: iedere dag was het gehaktdag en premier Jetten, wiens enthousiasme achteraf gezien veel te dicht tegen de naïviteit aan lag, raakte zijn panache volledig kwijt. Zelfs van zijn beste eigenschap, zijn jeugd, bleef iedere dag wat minder over.

Het ging eigenlijk precies zoals in Italië, waar in 2019 een rechts-populistische regering aan de macht kwam die, net als hier, na anderhalf jaar al ruziënd uiteenviel, waarna er, net als hier, een breed middenkabinet werd opgetuigd om orde op zaken te stellen. Het bleek alleen de illusie van orde, want toen er in 2022 nieuwe verkiezingen kwamen, won de meest radicaal-rechtse partij van allemaal met grote overmacht.

Precies zo ga ik dat ook doen, dacht hij toen, en het was hem gelukt. Vier jaar lang overtuigde hij de kiezer, die dankzij de AI-filmpjes van zijn bloedhonden Maikel en Patrick was veranderd in een weerloze prooi, ervan wraak te nemen op die verrotte, stoffige, machtsbeluste politieke elite. Wraak.

En dat hadden ze zojuist gedaan: 47 zetels. Hij keek nogmaals op zijn horloge en hoewel het aan de late kant was, wist hij: dit is het juiste moment, want dit is mijn moment. En dus stapte hij het cameralicht in, lachte triomfantelijk en zei: wij zijn Nederland.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next