Home

Femke Kok: ‘Ik kan nog steeds denken: hoe zou Ireen dat doen?’

Wat zijn dit voor vragen? Negen dilemma’s voor meervoudig wereldkampioen Femke Kok (25). De schaatsster maakt zich op voor de Olympische Spelen in Milaan. ‘Ik hou eigenlijk helemaal niet van die aandacht.’

Femke Bol of Femke Kok?

‘Bij een sponsoractiviteit was er een vrouw die, toen ze me zag, zei: o, daar is Femke Bol, Femke Bol! Ze had even de verkeerde achternaam, al wist ze eigenlijk wel dat ik de schaatser ben.

‘Ik heb Femke Bol nooit ontmoet, maar met de vorige Olympische Spelen heb ik met haar gefacetimed voor een item van de NOS. Af en toe sturen we elkaar berichtjes via Instagram, van: succes! Of: goed gedaan. Ik vind het superknap wat ze heeft bereikt en hoe ze als sportvrouw is. Altijd nuchter in interviews; wat dat betreft lijken we ook een beetje op elkaar.’

500 of 1.500 meter?

‘De 500 meter. De afstand waarop alles moet kloppen en de snelheid hoog is, dat vind ik het leukst. Ik dacht begin oktober een 1.500 meter als trainingswedstrijd te rijden, gewoon een wedstrijdprikkel om in het ritme te komen. We zien wel waar het schip strandt, dacht ik. De voorgaande zes jaar had ik die afstand maar twee keer gereden en beide keren ging het megaslecht.

‘Het werd een baanrecord. Totaal onverwacht – ik wist niet eens wat het exacte baanrecord was. Op de NK afstanden rij ik de 1.500 meter niet, omdat het anders een te vol programma wordt en omdat de 1.500 meter op de avond voor de 500 meter gereden wordt. Dat komt niet lekker uit. Later dit seizoen kijken we verder, maar mijn focus blijft dit jaar op de 500 en 1.000 meter.’

Suikerbrood of oranjekoek?

‘Oranjekoek. Je kunt me echt wakker maken voor gebakjes. Ik eet sowieso elke week een taartje, zelfgebakken of van de bakker.

‘Oranjekoek is echt iets Fries, bij ons staat het elke verjaardag op tafel. Ik ben ook een echte Fries. Ik ben opgegroeid in Friesland. Allebei mijn ouders komen er vandaan, thuis spreken we altijd Fries.

‘Ik ben heel nuchter en kan goed relativeren. Dat is Fries, denk ik. Ik vind het wel leuk, dat wij als Friezen samen iets eigens hebben. Als ik in het buitenland andere Friezen tegenkom, is het altijd van: hé!

‘In de ploeg praten we met de Friezen onderling Fries. Daar komt weleens commentaar op. Als je altijd gewend bent Fries met elkaar te praten, is het gek om het anders te doen. Dat zou hetzelfde zijn als wij dit gesprek nu geforceerd in het Engels of Spaans zouden voeren. Maar als er een niet-Fries bij ons aan tafel zit, praten we Nederlands.’

Marianne Timmer of Ireen Wüst?

‘Ireen. Vroeger was ze al mijn idool, ze won zoveel. Dat ik bij haar in de ploeg mocht zitten vind ik echt bijzonder. Zij heeft me van alles geleerd over hoe het in het schaatsen in zijn werk gaat. Over spanning, voorbereiding, dat soort dingen. Ze leerde me luisteren naar mijn lichaam. Ik leerde dat rust soms niet slecht is, maar belangrijk.

‘Als ik in sommige situaties tegen iets aanloop, kan ik nog steeds denken: hoe zou Ireen dat doen? Dan app of bel ik even. Of ik vraag het de eerstvolgende keer dat ik haar zie.’

Een olympisch seizoen of een normaal seizoen?

‘Een olympisch seizoen is specialer. Er hangt nog meer vanaf. Aan de andere kant wil ik zo’n seizoen normaal maken. Als ik er nuchter naar kijk, is een olympisch toernooi hetzelfde als een WK, maar dan met een ander label.

‘Ik wil ooit olympisch kampioen worden, maar weet dat het niet vanzelfsprekend is om dat te bereiken. Of om me alleen al te plaatsen voor de Spelen. Mensen denken: je hebt nu drie keer de wereldtitel op de 500 meter gewonnen, dus dat lukt straks ook wel. Maar dat is makkelijk gedacht. Neem vorig jaar, toen had ik ineens een virus dat me een deel van het seizoen kostte.

‘Vier jaar geleden was ik bij de Spelen. Ik was in goede vorm, maar had een paar misslagen tijdens mijn race. Heel jammer. Het was wel een supervette ervaring, ondanks de coronapandemie waardoor er geen familie en vrienden bij waren.’

De opening van Lee Sang-hwa, of de Elfstedentocht van je moeder?

‘Dit klinkt heel lullig, en ik ben heel trots op mijn moeder, maar ik zou toch liever de opening van Lee Sang-hwa hebben. Als vrouw 10,09 openen: dat is echt bizar hard. Mijn snelste opening is 10,31.

‘Die wereldrecordrace van haar heb ik meer dan honderd keer gezien. Ik blijf denken: hoe kun je nu zo snel openen? Ik weet dat ze goed schaatst, maar niet wat de manier is om dat ook zo snel te doen.

‘Mijn moeder heeft de Elfstedentocht in 1997 uitgereden. Heel knap. Als Fries zou ik die altijd willen rijden, als hij ooit komt. Ook al heb ik nooit een langere afstand dan de 3.000 meter gereden.’

Turnen of fietsen?

‘Ik heb vroeger geturnd, van mijn 4de tot mijn 12de. Ik mocht op een gegeven moment bij de regionale selectie in Heerenveen. Maar mijn ouders zeiden: oei, dan moet je op jonge leeftijd al zo veel trainen. Je mag het zelf weten, maar je kunt ook blijven waar je nu zit.

‘Ik bleef bij mijn club. Ik schaatste in die tijd ook en uiteindelijk werd mijn programma te druk en koos ik voor het schaatsen. Mensen denken dat ik heel lenig ben, omdat het schaatsen er bij mij soepel uitziet, maar ik ben inmiddels een stijve hark. Vroeger kon ik splits en de spagaat.

‘Ik kies fietsen, dat vind ik heel leuk. Ik fiets veel voor een sprinter. Ik doe soms duurritten van drie uur, waar een rassprinter na een uurtje of twee zeker wel stopt, maar ik ga er goed op.’

Een vliegtuig of een reddingsboot?

‘Ik kreeg ooit van een vriendin een verrassing, als bedankje dat ik haar mee op vakantie had genomen: een vliegles. Ik vloog over Texel en Den Helder, en mocht zelf sturen. Als je ooit een origineel cadeau zoekt: dat is echt leuk.

‘Mijn ouders hebben een reddingsboot. Een oud schip met twee motoren, dat veertig ton weegt en vroeger bij de KNRM diende. Mijn vader is er heel zuinig op. Ik mag sturen, maar aanleggen doe ik niet. Varen zit bij ons in de familie, mijn pake en beppe gaan in de zomer nog elk weekend naar hun boot. Ik ben opgegroeid met uitstapjes met de boot: we zijn heel Nederland door geweest.

‘Ik kies de boot. Daar kom ik tot rust. Ik hou van het water. Ik zie mezelf ook nooit in een grote stad wonen. Ik woon nog bij mijn ouders, nog heel even, want ik ga verhuizen naar een plek die het handigst is voor mijn sport. Eind vorig seizoen verscheen er een artikel op de website Sportnieuws: dat ik een villa had gekocht in Heerenveen. Met vet luxe inbouwapparatuur, waar ik helemaal tot rust kwam, zo schreven ze.

‘Maar de handtekening was net droog, er was nog geen steen geplaatst. Het huis moet nog gebouwd worden en is pas na de Olympische Spelen klaar. Wat is het eigenlijk een zieke wereld, dat er iets naar buiten wordt gebracht wat privé is en waarvan de helft niet klopt. Ik moest daar toen ik doorbrak aan wennen: dat mensen wat over je denken te weten en dat ook gewoon op internet zetten. Ik hou eigenlijk helemaal niet van die aandacht.’

Hard of lief?

‘Voor mezelf ben ik heel hard, maar voor een ander ben ik dat niet. Ik ben bescheiden. Als ik mensen goed ken, durf ik me bloot te stellen en ben ik een open boek, maar voor die tijd heb ik een muur om me heen. Vroeger liet ik de mening van anderen altijd harder tellen dan die van mezelf. Ik deed alles wat me verteld werd. Ze zullen er wel verstand van hebben, dacht ik.

‘Nu weet ik dat ik naar mijn lichaam moet luisteren. De eerste keer dat ik wereldkampioen werd is een goed voorbeeld. Een paar weken daarvoor waren we in Polen, voor twee opeenvolgende worldcups. Alles ging in de eerste week mis. Ik voelde me niet op mijn gemak. Ik zei, en dat doe ik nooit, tegen mijn trainer Dennis (van der Gun, red.): ‘Ik wil naar huis.’ Hij reageerde positief, maar stuurde me wel eerst naar Gerard van Velde, mijn hoofdtrainer.

‘Dat vond ik moeilijk. Ik wilde geen zeurpiet zijn en dacht: die man gaat zeggen: niks ervan, jij gaat gewoon rijden. Maar Gerard zei: ‘ga maar naar huis’, en vroeg mij vervolgens wat ik dacht dat ik nog meer nodig had. Een paar weken later werd ik wereldkampioen. Toen wist ik: ik moet vaker naar mijn gevoel luisteren.

‘Ik geloof erin dat voor jezelf opkomen gelijkstaat aan lief zijn voor jezelf. Daarmee bereik je veel meer.’

Femke Kok

2000 Geboren in Nij Beets

2020 Maakt als junior haar entree bij de WK voor senioren: goud teamsprint, 9de 500m

2021Nederlands kampioen 500m, brons EK sprint, zilver WK 500m, verbetering Nederlands record 500m, winnares eindklassement wereldbeker

2022Europees kampioen 500m, 6de op Olympische Spelen 500m, zilver WK sprint

2023Nederlands en wereldkampioen 500m

2024Nederlands, Europees en wereldkampioen 500m, verbetering Nederlands record, zilver WK sprint

2025Nederlands en wereldkampioen 500m, zilver WK 1.000m

Femke Kok woont in Nij Beets en schaatst bij Reggeborgh, onder leiding van olympisch kampioen Gerard van Velde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next