Verenigde Staten Bij welke grote gebeurtenissen in de afgelopen decennia was de CIA betrokken? Tim Weiner beschrijft het uitvoerig in De missie, een boek over een controversiële geheime dienst die zo „immoreel mogelijk” en „zo moreel mogelijk” moet zijn.
De Amerikaanse president George W. Bush in 2001 met zijn veiligheidsadviseurs in de Situation Room van het Witte Huis.
Tim Weiner: De missie. De CIA in de eenentwintigste eeuw. (The Mission: The CIA in the 21st Century) Vert. Aad Janssen en Pon Ruiter. De Bezige Bij, 489 blz. € 34,99
Vroeg in het begin van deze eeuw, in maart 2001, deed de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld een uitspraak waar hij (misschien) ooit spijt van zou krijgen. „Voor het eerst in decennia, bestaan voor ons land geen strategische uitdagingen meer.” De Koude Oorlog was afgelopen met de VS als duidelijke winnaar, de geheime diensten waren overbodig geworden, de Bush-regering kon zelfgenoegzaam achteroverleunen. En toen, een half jaar later, boorden zich twee vliegtuigen in de Twin Towers en bleek alles toch anders.
Tim Weiner is de auteur van een controversieel standaardwerk over de CIA, Legacy of Ashes, dat in 2007 verscheen en waarvan het nieuwe boek De missie min of meer de opvolger is. Meer dan een opvolger eigenlijk, want het bouwt voort op kwesties waar de geheime diensten zich al in de vorige eeuw mee bezighielden. Er leek in die periode van de koude vrede na de val van de Muur een wat gelimiteerde rol voor de CIA aangebroken, waardoor, zoals Weiner betoogt, de behoefte aan informatie afnam. Er leek geen echt grote vijand meer te zijn, was het oordeel, en dat de geheime bronnen binnen Al-Qaida zoveel informatie binnenbrachten die op het tegendeel wezen, werd pas na 9/11 serieus op waarde geschat.
Hoewel: serieus? Al tevoren bestond het plan in Amerikaanse regeringskringen om Saddam Hoessein, de dictator van Irak, te onttronen. Hoewel hij niets met de ultra-fundamentalisten van Al-Qaida te maken had gebeurde dat ook, met rampzalige gevolgen voor het hele Midden-Oosten. De regering-Bush stapelde blunder op blunder in haar streven de inval te rechtvaardigen, vaak tegen beter weten in van met name de CIA, en uiteindelijk moest minister Colin Powell (Buitenlandse Zaken) in een historisch geworden toespraak voor de Veiligheidsraad deze ‘flauwekul’ („I’m not reading this. This is bullshit”) verdedigen.
Bush en de zijnen negeerden verder de informatie die de CIA had verzameld en ook binnen de organisatie veranderde er iets fundamenteels: het ontwikkelde zich tot een bijna paramilitair geheim leger, waar slaapdeprivatie, elimineren, martelen, waterboarding en het uitbesteden van dergelijke praktijken naar andere landen tot norm werd verheven. „Altijd op het randje, altijd in een grijs gebied”, schrijft Weiner. Niet voor niets gebruikt Weiner een uitspraak van Hugh Cunningham, directeur opleidingen van de CIA, als motto van zijn boek: „We moeten zo immoreel mogelijk zijn en we moeten zo moreel mogelijk zijn.”
Weiner voegt daaraan toe, in cryptischer woorden dan noodzakelijk: „De gedachte dat er iets diep menselijks zat in het hart van spionage en geheime actie, botste met de publieke perceptie van de CIA als een op haar best amorele en op haar slechtst tot in het merg immorele organisatie.” Ondanks deze slechte reputatie werd de CIA uiteraard toch verantwoordelijk gehouden (om maar één voorbeeld te noemen) voor de beperkte resultaten in de strijd tegen het aanwakkerend jihadisme. De opinie bleef bestaan, door Weiner instemmend samengevat, dat „Amerika door slecht inlichtingenwerk de oorlog was ingezogen”.
Over die ‘publieke perceptie’ gaat het nauwelijks in dit boek, dat lijdt aan een overdaad aan informatie; namen van nieuwe chefs duiken op en verdwijnen weer tot het de minder ingewijde lezer duizelt. Weiner is uitzonderlijk goed geïnformeerd, heeft uitstekende bronnen, maar heeft moeite met het aanbrengen van focus. Wellicht is dat, bij materiaal vol geheime operaties, vraagtekens over de moraal en nog veel meer, wel te veel gevraagd. „Het is geen plezierig spelletje,” zei voormalig CIA-chef Richard Helms ooit, „het is smerig en gevaarlijk werk”. Waaraan de auteur toevoegt, gezien de hausse aan films over spionage en andere geheime operaties: „De werkelijkheid was veel interessanter dan de fictieve versie.”
Er valt veel sensationeels te ontdekken in dit boek. Weiner volgt min of meer chronologisch de grote gebeurtenissen in de afgelopen decennia waarbij de CIA betrokken was, of achteraf betrokken bleek. Hij besteedt heel veel aandacht aan de jacht op Al-Qaida-leider Osama bin Laden, maar het interessantst, in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen, is toch de uitgebreide bemoeienis van Poetin bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016.
Een belangrijke rol was weggelegd voor Trumps campagnestrateeg Paul Manafort, over wie de Russen stapels compromitterende informatie hadden. „Manafort?” zei men bij BuZa in Washington. „Die hebben de Russen al vijftien jaar in hun zak.” Het bleek maar al te waar: toen hij liet weten dat Trump een kans maakte op het presidentschap gingen de Russen over tot de strategie om zijn tegenstander Hillary Clinton middels online beïnvloeding zwart te maken.
Manafort ging verder: hij kreeg Trump zover zijn steun te verlenen aan een ‘vredesplan’ voor Oekraïne, waardoor Poetin de zeggenschap zou krijgen over Loehansk en Donetsk, de twee door Russische troepen bezette provincies. Opvallend is hoeveel krediet Weiner in dit verband schenkt aan de Nederlandse MIVD en AIVD en de informatie die daar al opgestapeld lag, naar aanleiding van het neerhalen van de MH17 boven het bezette deel van Oekraïne.
De missie is een boek geworden over interne gevechten, onderliggende ruzies en concurrentie tussen de verschillende diensten en vooral met de verschillende presidenten en hun respectievelijke ministeries van Buitenlandse Zaken. Weiner doet nauwelijks zijn best zijn opinies en die van zijn bronnen bij de CIA over de verschillende functionarissen onder stoelen of banken te steken. Zijn weerzin tegen de zittende president schemert hier en daar al door zijn betoog heen, maar breekt pas goed door in de epiloog, ‘Autocratie in Amerika’, waarin hij Trumps ‘omarming’ van Rusland na zijn tweede verkiezing in 2024 als een acuut gevaar beschrijft.
In de woorden van voormalig CIA-directeur en minister van Defensie Leon Panetta: „Poetin keek naar Trump en kwam meteen tot de conclusie dat hij een volmaakte kandidaat was.” Volgens de Amerikaanse veiligheidsdiensten is de dreiging vanuit Rusland op dit moment het meest urgent en is de bewijsvoering wat betreft de Russische cyber-interventie in de Amerikaanse verkiezingen onmiskenbaar. Hun inschatting van Trump als Poetins ‘polezni doerak’, vertaald als ‘nuttige idioot’ is al even zonneklaar en zou een waarschuwing moeten zijn. Het is de belangrijkste cliffhanger in dit boek.
„We zullen ons ontdoen van alle corrupte mensen in de veiligheids- en inlichtingendiensten van ons land”, verklaarde Trump bij zijn tweede aantreden als president, en het was al snel duidelijk wat hij met ‘corrupt’ bedoelde: iedereen die hem ooit in de weg had gezeten of van onwelkome informatie had voorzien. Een storm van ontslagen raasde door die diensten en Trump-getrouwen als Tulsi Gabbard en John Ratcliffe namen hun plaatsen in. De Kremlinwoordvoerder Dmitri Peskov verklaarde omineus: „Het nieuwe beleid strookt voor het overgrote deel met onze visie.”
Weiner is voorzichtig in het suggereren dat de Russen incriminerende informatie over Trump hebben en hem ermee chanteren, maar hij schetst wel een somber beeld van de toekomst. „Stel je voor”, zo besluit Weiner, „wat er zou gebeuren als de Verenigde Staten in de nabije toekomst weer door een verrassingsaanval zouden worden getroffen?” Hij schetst een aantal scenario’s, en het ene is nog angstaanjagender dan het andere.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC