Franse literatuur Franse schrijvers nemen een diepe duik in het leven van hun voorouders. Ze puzzelen hun stamboom bij elkaar en ontrafelen geheimen. ‘Familiearcheologen’ beheersen de kanshebbers op de prestigieuze Prix Goncourt.
Familiefoto's.
Nathacha Appanah : La nuit au cœur. Gallimard, 283 blz. € 28,99
Emmanuel Carrère : Kolkhoze. P.O.L., 558 blz. € 32,99
Caroline Lamarche : Le Bel Obscur. Le Seuil, 230 blz. € 22,99
Laurent Mauvignier: La maison vide. Minuit, 744 blz. € 33,99
In de eerste alinea van La maison vide van Laurent Mauvignier grabbelt de verteller in een eeuwenoude ladenkast. Hij is op zoek naar de medaille van het erelegioen die zijn overgrootvader ooit kreeg voor getoonde dapperheid tijdens de Eerste Wereldoorlog. Die medaille vindt hij niet. Wel vindt hij foto’s. Losse, vergeelde foto’s, die niet in de familiealbums zijn beland. Op sommige is het gezicht van een vrouw doorgekrast, van andere is datzelfde gezicht zelfs helemaal weggeknipt, een gat op de plek waar haar gezicht ooit was afgebeeld. Wie was deze vrouw, vraagt de verteller zich af, waarom heeft iemand haar zo toegetakeld, wat heeft ze misdaan?
Hoe vrouwen zijn uitgewist, het duister in zijn geschoven, hoe ze opzettelijk uit de geschiedenis zijn verwijderd, en hoe ze er nu weer uit tevoorschijn komen – het is een van de grote thema’s in de rijke Franse rentrée, in dit literaire najaar.
La maison vide is een van de grote kanshebbers voor de Prix Goncourt, de belangrijkste Franse literaire prijs waarvan de winnaar volgende week dinsdag bekend wordt gemaakt. De foto met het uitgeknipte vrouwenhoofd dat de verteller in die lade vindt, is het startpunt voor een zoektocht naar Mauvigniers eigen familiegeschiedenis. Subliem brengt hij het grote huis waarin hij als kind al zijn vakanties doorbracht tot leven, tot de Napoleontische tijd aan toe. Vanuit een enkele boerderij op het platteland trekt de geschiedenis van heel Frankrijk aan je voorbij. Je valt voor Marie-Ernestine en haar gedwarsboomde pianocarrière, voor de kleine Marguerite die haar oor op de planken vloer legt om de muziek beneden te horen – jonge vrouwen nog onwetend van hun tragische lot.
Dat je geboeid blijft komt door Mauvigniers tastende, cirkelende, zoekende en poëtische stijl. Zijn zinnen meanderen, zingen, suggereren en roepen dusdanige spanning op dat je steeds weer verder leest in die maar liefst 744 bladzijden.
Concreter, indringender, schokkender ook zijn de al even mooie zinnen van Natacha Appanah, wier boek La nuit au coeur voor alle grote prijzen is genomineerd. Terecht. Wie het leest ligt ervan wakker: het is het relaas van drie vrouwen die in hun huwelijk gebukt gaan onder intiem geweld, zonder dat de buitenwereld er iets van merkt. Hun echtgenoot terroriseert hen al jaren, hij heeft hen geïsoleerd van familie en vrienden. Elk van die vrouwen wordt op een nacht met de dood bedreigd en zet het op een rennen. Twee overleven het niet. Alleen de vertelster, alter ego van Appanah zelf, weet te ontsnappen. Zorgvuldig reconstrueert de auteur het leven van haar vertelster en de twee vermoorde vrouwen, ze spreekt met hun familie, soms decennia na dato. Ze herkent alles, ze schrijft het op, tot in detail, het is huiveringwekkend.
De Franse literatuur van nu slaat de weg in van de literaire narratieve non-fictie: meer ‘roman vrai’ dan ‘vrai roman’. Veel van de nieuwe boeken die deze herfst verschenen zijn zoektochten, enquêtes, waarbij de auteur technieken van de roman inzet – en sommigen doen dat geweldig. Schrijvers duiken als familiearcheologen in het leven van hun voorouders. Ze puzzelen hun stamboom bij elkaar, ontrafelen geheimen en interpreteren tekens die leiden naar verborgen familiedrama’s, tegen de achtergrond van de Grote Geschiedenis.
Is ook in romanminnend Frankrijk het genre van de roman niet langer zo populair als voorheen, omdat de wereld van nu onwaarschijnlijker is dan wat fictie kan scheppen? Wat kan de verbeelding ons nog brengen, als de werkelijkheid om ons heen al zo ongeloofwaardig aandoet?
Zeker is dat Mauvignier lang niet de enige is die in een leeg huis in een stoffige kast duikt. Ook Caroline Lamarche doet dat, in haar wonderschone, ontroerende roman Le Bel Obscur. Net als Mauvignier vindt ze een foto van een verre voorouder naar wiens leven ze op zoek gaat. Over deze Edmond, op het beeld uitgedost in een raadselachtig kostuum, ontdekt ze dat hij jong stierf, onder voor die tijd verdachte omstandigheden.
Parallel ontvouwt Lamarches vertelster een tweede (autobiografische) verhaallijn die je raakt: haar ongemakkelijke leven aan de zijde van een homoseksuele echtgenoot, met wie ze twee dochters heeft. Híj neemt de ene na de andere minnaar mee naar huis, zíj is eenzaam, wordt langzaam onzichtbaar, verdwijnt in de leegte. Híj leeft alsof zijn leven nog een blanco pagina is, zíj hecht aan hun gedeelde verleden. Troost vindt ze in de zoektocht naar het geheim rond die bijzondere voorouder, die – om redenen die knap gesuggereerd worden – al even eenzaam lijkt te zijn geweest.
Emmanuel Carrère, koning van de Franse narratieve non-fictie, gaat het in zijn nieuwe vuistdikke boek niet niet om een vrouw die uit de schaduw gehaald moet worden. In tegendeel, zijn moeder, Hélène Carrère d’Encausse, stond altijd al in de schijnwerpers. Ze was Ruslandexpert en tot aan haar recente overlijden secretaris van de Académie Française. Nu beschrijft Carrère haar aristocratische familiegeschiedenis, haar jeugd en haar huwelijksleven. Ze was een lastige, zeer dominante moeder, die ook nog eens glashard kon liegen. De achterooms, oudtantes, verre neven en nichten uit Georgië en de voormalige USSR vliegen je om de oren. Carrère laat de hele geschiedenis van Rusland aan je voorbijtrekken, waarbij hij overigens zijn eigen werk niet vergeet.
Toch zijn er deze rentrée ook auteurs die zich niets aantrekken van de tijdgeest en een volstrekt originele roman publiceren. Neem Les forces van Laura Vazquez, een explosie van beeld en taal, een echte ‘inclassable’. Of Ghislaine Dunants publiekslieveling Un amour infini, een ode aan vertraging en verstilling, uiteindelijk gevat in de metafoor van het oerbos.
Het zal vast knokken worden in de laatste vergadering van de Académie Goncourt, het is een sterke shortlist. Ik gun het Caroline Lamarche of Natacha Appanah. Toch zou het me niet verbazen als dinsdag La maison vide uit de hoge hoed komt. Mauvignier weet alles magistraal samen te brengen: de verbeeldingskracht van de roman in een verbluffende stijl, de zoektocht naar zijn familiegeschiedenis én een ode aan de vrouw – en dan niet alleen aan dat verdwenen gezicht op die gemaltraiteerde foto.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC