Tweede Kamerverkiezingen Mocht Rob Jetten premier worden, dan krijgt Nederland een uitgesproken pro-Europese regeringsleider. De vraag is in hoeverre hij eventuele coalitiepartners daarin zal meekrijgen, schrijft Catherine de Vries.
De Nederlandse kiezer heeft het politieke midden beloond. D66 en het CDA profiteerden van de behoefte aan bestuurlijke stabiliteit, terwijl de strijd om de grootste partij uitmondde in een nek-aan-nekrace tussen D66 en de PVV. De formatie belooft echter complex te worden. Geen enkele partij haalde meer dan een vijfde van de stemmen, en dat maakt het vormen van een meerderheidskabinet voor de Kerst onwaarschijnlijk.
Catherine E. De Vries is decaan en hoogleraar aan de Bocconi Universiteit in Milaan.
Zoals al eerder bij Nederlandse verkiezingen was Europa de olifant in de kamer. In de campagne ging het nauwelijks over de Europese Unie, terwijl de uitslag wél verstrekkende gevolgen kan hebben voor de positie van Nederland in Brussel. De Nederlandse kiezer heeft duidelijk pro-Europeser gestemd dan in 2023: waar de euroscepsis van toen nog de toon bepaalde, klinkt nu juist een mandaat voor samenwerking en hervorming. Daarmee krijgt Den Haag, impliciet maar onmiskenbaar, een pro-EU-opdracht mee.
Als Rob Jetten erin slaagt de eerste D66-premier te worden, zou dat een duidelijke koerswijziging betekenen in de Europese politiek van Den Haag. D66 is van oudsher de meest uitgesproken pro-Europese partij van Nederland. In een interview met politiekwebsite Politico na het laatste verkiezingsdebat op dinsdagavond zei Jetten dat Nederland minder vaak een veto zou moeten uitspreken in Brussel en Europese integratie juist moet versterken. „We moeten stoppen met automatisch ‘nee’ zeggen en beginnen met vaker ‘ja’ zeggen tegen samenwerking”, aldus Jetten. Volgens hem dreigt Europa in zwaar weer te raken als het niet verder integreert. „Nederland is een van de oprichters van de Europese Unie. We zijn trots op die geschiedenis en willen nu een leidende stem zijn in het vormgeven van haar toekomst.”
Die woorden markeren een breuk met het beleid van het kabinet-Schoof, dat in Brussel vooral onzichtbaar was. Een diplomaat zei onlangs tegen de NOS dat de Nederlandse invloed in de EU „verschrompeld” is. „Niemand luistert meer naar Nederland”, zei een ander. Het kabinet-Schoof begon met hoge verwachtingen: uitzonderingen op asiel, stikstof en natuur, en een lagere bijdrage aan de EU-begroting. Maar de Brusselse werkelijkheid bleek weerbarstig. Nederland stond vaak geïsoleerd, en pogingen om overal opt-outs te bedingen, strandden.
Een premierschap van Jetten zou dat patroon kunnen doorbreken. Waar Mark Rutte in Europa pragmatisch, maar toch vooral ook conservatief opereerde — voorzichtig met verdragswijzigingen en wantrouwig tegenover gezamenlijke schulduitgifte — zou Jetten juist de integratie willen verdiepen. Volgens D66 moet Nederland terugkeren naar zijn traditionele rol als sleutelspeler in Europa. Maar de vraag is of hij en zijn partij daar in eigen land de ruimte voor krijgen. Met minder 20 procent van de stemmen zal D66 moeten regeren in een brede coalitie, met partners die niet allemaal zijn pro-Europese koers delen.
De problemen van het kabinet-Schoof lagen deels in het gebrek aan Europese ervaring. Premier Schoof, zelf partijloos, kon in Brussel geen politiek kapitaal opbouwen. Onder Jetten zou dat anders kunnen zijn. Hij maakt, net als Rutte, deel uit van de liberale politieke familie Renew Europe van de Franse president Emmanuel Macron. Die band hielp Nederland in het verleden om meer invloed te verwerven dan zijn omvang deed vermoeden. Toch is ook dat netwerk fragieler geworden: Macrons binnenlandse positie wankelt, en daarmee ook zijn gewicht in Brussel.
Daar komt bij dat niet alleen Den Haag, maar ook Brussel zelf steeds gefragmenteerder is. De Europese politiek is een lappendeken van nationale belangen geworden. Zuidelijke lidstaten pleiten voor meer gezamenlijke investeringen, terwijl noordelijke landen, waaronder Nederland, traditioneel op begrotingsdiscipline hameren. Oost-Europese landen leggen de nadruk op veiligheid en defensie, terwijl West-Europa zich meer bezighoudt met het Europese concurrentievermogen en industriebeleid. Tegelijkertijd groeit de druk van buitenaf: de Verenigde Staten verwachten dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen veiligheid, terwijl China de EU dwingt haar economische afhankelijkheden te herzien. In dat krachtenveld is het voor de EU lastig om met één stem te spreken, en dus om effectief te handelen.
Hoe het nieuwe kabinet zich in dat Europese krachtenveld zal positioneren, hangt sterk af van de uiteindelijke coalitiesamenstelling. De ironie is dat als GroenLinks-PvdA of het CDA als grootste uit de bus waren gekomen, het voor Nederland wellicht eenvoudiger was geweest om aansluiting te vinden bij de dominante politieke stromingen in Europa. Een sociaaldemocratische premier Timmermans had zich bijvoorbeeld moeiteloos kunnen voegen in het centrumlinkse netwerk rond de Spaanse premier Sánchez. Een centrumrechtse regering onder CDA-leider Bontebal zou juist beter hebben gepast bij een mogelijke Duitse kanselier Merz. Maar ook als deze partijen in een bredere coalitie onder Jetten deelnemen, kan dat Nederland diplomatiek gewicht geven, juist doordat Den Haag dan meerdere politieke families tegelijk aan tafel heeft in Brussel.
Als Jetten premier wordt, staat hij voor een strategisch dilemma: hoe combineer je binnenlandse compromissen met Europese ambities? Zijn politieke stijl, flexibel, bemiddelend, gericht op consensus, kan hem daarbij helpen.
Tijdens de uitslagenavond bij de NOS noemde presentator Rob Trip Jetten „de nieuwe Rutte”. Misschien is dat terecht: de D66-leider deelt Ruttes gevoel voor timing en coalitievorming. Maar hij koppelt dat óók aan een veel uitgesprokener Europese visie. In zijn slotwoorden aan Politico liet Jetten over dit laatste weinig twijfel bestaan: Europa moet uitgroeien tot „een serieuze democratische wereldmacht”, vindt Jetten, met „de middelen en bevoegdheden om te doen wat burgers in heel Europa van ons vragen: onze grondgebied beschermen tegen Poetin, de economie laten groeien en het klimaat beschermen.”
Europa staat voor enorme uitdagingen: van veiligheid tot concurrentiekracht, en van klimaat tot migratie. In dat licht zou een Nederlandse regering die weer actief leiderschap in Europa nastreeft geen luxe zijn, maar een noodzaak. Of Jetten – mocht hij premier worden – die rol kan waarmaken, hangt minder af van zijn visie dan van zijn vermogen om in Den Haag een coalitie te bouwen die hem daarin steunt. Brussel kijkt in ieder geval mee.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC