Saoedi-Arabië zou over twee jaar de eerste Olympische eSports Games houden, een toernooi met computerspellen. Maar dit evenement en latere edities zijn van de baan. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) moet nu op zoek naar een nieuw gastland.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De eerste Olympische eSports Spelen zijn van de baan. In elk geval in Saoedi-Arabië, in 2027, zo hebben dit land en het Internationaal Olympisch Comité donderdag bekendgemaakt. Een contract dat de Saoedi’s het recht gaf om deze toernooien voor gamers de komende twaalf jaar te organiseren, is in de prullenbak beland.
Een reden voor deze beslissing is niet gegeven. De eerste Olympische Spelen voor computerspellen werden in februari al verschoven naar 2027. Ook dat besluit werd niet nader toegelicht. Het IOC en Saoedi-Arabië gingen hun samenwerking vorig jaar aan, vlak voor de Zomerspelen in Parijs, maar zetten daar nu een jaar later al weer een punt achter.
In een verklaring zegt het IOC alleen dat de organisatie met de Saoedi’s om tafel was gaan zitten en dat ze na rijp beraad eensgezind overeenkwamen om de boel af te blazen. Over de toekomst van de eSports Spelen laat het comité zich niet uit. Het moet nu op zoek naar een ander gastland en mogelijk een andere datum, als een alternatief voor Saoedi-Arabië niet op tijd wordt gevonden.
Voor Saoedi-Arabië is het wegvallen van het olympisch toernooi voor gamers een streep door de rekening. Op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen voor de olieverkopen waarop het land nu nog drijft, wil het zich profileren als een centrum voor e-sports. Het trekt veel geld uit voor het opzetten van een eigen gamesindustrie, en steekt ook als investering miljarden in buitenlandse gamesbedrijven als Activision Blizzard (onderdeel van Microsoft), Electronic Arts en Take-Two Interactive.
Een deel van de sportwereld haalt opgelucht adem. Het idee om onder de vlag van de Olympische Spelen ook wedstrijden te organiseren waarin gamers elkaar met muis, toetsenbord en controller te lijf gaan, is al langer omstreden. Een deel van het IOC ziet in een olympisch toernooi voor gamers een uitstekend middel om de jeugd aan zich te binden. Daarvoor kijken de voorstanders verlekkerd naar de populariteit van gamestoernooien, vooral in Azië. Daar spelen teams om een prijzenpot die kan oplopen tot vele miljoenen euro’s.
Tegenstanders vinden e-sports te ver afstaan van de sporten die op de échte Spelen worden beoefend. Die vergen immers meestal een fysieke prestatie. Ook verwerpen ze het idee dat het IOC voor een gamestoernooi in zee zou moeten gaan met commerciële bedrijven die rechten bezitten op de populairste games. Verder storen ze zich aan het vaak bloedige karakter van sommige spellen.
Voor dat laatste had het IOC al een oplossing bedacht. Het belegt geen toernooi in Call of Duty, maar gebruikt versies van sportvriendelijke computerspelen, zoals boogschieten, wielrennen en tennis naast een autorace-, een schaak- en een dansgame (al is racen geen olympische discipline). Er is zelfs een olympisch-vriendelijke variant van Fortnite, de afvalrace waarin honderd gamers elkaar over de kling jagen tot er eentje overblijft.
De Saoedi’s zitten niet helemaal met lege handen. Ze organiseerden vorig jaar al wel de eSports World Cup, met een prijzenpot van liefst 60 miljoen dollar (53 miljoen euro), en dit jaar opnieuw. Er viel deze zomer zelfs 10 miljoen meer te verdienen. Op dit internationale toernooi worden wel grote, populaire én gewelddadige games gespeeld, zoals Call of Duty, Counter-Strike en Street Fighter 6 maar ook sportspellen als FIFA (voetbal) en schaken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant