D66 wist zichzelf knap te transformeren van de belegerde partij tot een club die enthousiast ten aanval trok.
De verkiezingscampagne begon onder een slecht gesternte. In september belaagden rechts-extremistische actievoerders het partijkantoor van D66. De veiligheidsdiensten waarschuwden voor de gevolgen van ‘normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed’ door leidende politici in Den Haag. Een groot deel van de Tweede Kamer was het eens: de democratische rechtsorde ligt onder vuur.
In dat licht is het een opsteker dat uitgerekend de belaagde partij de grote winnaar werd en hoogstwaarschijnlijk de minister-president mag leveren. Op de linkerflank klinkt kritiek op Rob Jetten omdat hij zich in de campagne minder progressief opstelde dan voorheen, een strikter asielbeleid omarmde en flirtte met het nationalisme. Maar dat is wel het succesrecept gebleken.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De afgelopen jaren voerden progressieve politici te vaak campagne vanuit de underdogpositie, voortdurend in het defensief tegen de haat die vooral via de sociale media over hen werd uitgestort. Met een uitgekiende boodschap vol optimisme draaide Jetten dat om in een offensieve strategie en werd hij de man die het geloof in de vooruitgang predikt.
Zelfs PVV-stemmers vonden het aanstekelijk: 7 procent van Jettens nieuwe aanhang stemde in 2023 nog op Wilders. Bovendien kan niemand ontkennen dat hij ook vurig op de bres stond voor de rechtsstaat en dat hij zich met verve opwierp als de bestrijder van de ‘anti-democraten’ die het Binnenhof in de afgelopen twee jaar in de greep hielden.
Intussen moet de antropologische betekenis van de uitslag niet worden overdreven. In de volksvertegenwoordiging zijn de verhoudingen niet ingrijpend gewijzigd. Het rechts-radicale blok van PVV, FvD, JA21 en BBB kent wat onderlinge verschuivingen maar is als geheel niet of nauwelijks gekrompen.
Op de linkerflank is het tijd voor een fundamentele herbezinning: GL-PvdA, de SP, Denk, de PvdD en Volt hebben samen nog maar dertig zetels over. Slechts tien jaar geleden waren dat er twee keer zoveel. Zo’n uitslag in reactie op een rechts kabinet dat zichzelf opblies in een wolk van chaos en wanbestuur, moet alle alarmbellen doen afgaan op de linkse partijkantoren. Waarom lukt het collectief niet meer om de connectie met de kiezers te maken?
En het midden dan? Daar herrijst het CDA, ten koste van de ‘inbrekers’ van NSC en BBB die de hoge verwachtingen van hun kiezers niet wisten waar te maken. In electoraal opzicht is dat geen aardverschuiving. Het goede nieuws is wel dat Henri Bontenbal net als Rob Jetten een campagne voerde voor de normalisering van de verhoudingen in het landsbestuur en het herstel van ‘democratisch ethos’.
Welke afslag zij nu ook gaan nemen in de formatie: het lijkt er toch op dat we weer een regering krijgen van partijen die niet eerst een ‘rechtsstaatverklaring’ hoeven te ondertekenen om te garanderen dat ze zich zullen houden aan de grondwet, en om te beloven dat ze onafhankelijke instituties zoals de rechtspraak, de wetenschap en de media niet voordurend verdacht zullen maken.
Een regering ook, die echte resultaten hopelijk belangrijker vindt dan permanent campagne voeren om te maskeren dat er eigenlijk weinig gebeurt.
Dat is, in deze tijden, al heel wat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant