Vrijdag gaat het schaatsseizoen van start met de NK afstanden in Thialf. Een van de deelnemers: Jorrit Bergsma. Hij deed al mee aan drie winterspelen en won in 2014 olympisch goud op de 10 kilometer. Maar niemand die hem eigenlijk goed kent. Wie gaat er schuil achter de ogenschijnlijk zo ingetogen Fries?
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Kort nadat Jorrit Bergsma in het najaar van 2018 met vier jonge kinderen in Thialf heeft geposeerd voor een foto, fluistert schaatscommentator Herbert Dijkstra: ‘Dat meisje dat direct voor je stond is ongeneeslijk ziek. Ze zal waarschijnlijk de winter niet overleven.’ Het betreft zijn 9-jarige buurmeisje Meike, vertelt Dijkstra ook, in een gesprek dat hooguit een minuut duurt.
Bijna vier maanden later treft Dijkstra hem weer. In een restaurant in het Zuid-Duitse schaatsdorp Inzell schuift hij aan een tafeltje naast Bergsma en zijn ouders aan. Bergsma heeft net voor de derde keer in zijn carrière WK-goud gewonnen op de 10 kilometer. Dijkstra feliciteert hem. ‘Even wat anders’, zegt Bergsma. ‘Hoe gaat het met jouw buurmeisje?’
Het gaat steeds slechter. Eten en drinken lukt nauwelijks meer. Maar, zegt Dijkstra, vanuit haar bed heeft ze Bergsma op televisie kampioen zien worden. Bergsma steekt vervolgens zijn hand in zijn jaszak, haalt zijn gouden plak eruit, drukt ’m Dijkstra in handen en zegt: ‘Die is voor Meike. In mijn ogen is zij de echte wereldkampioen. Wat is ze dapper.’
Bergsma behoort niet tot ’s werelds opvallendste en luidruchtigste winnaars. In 2014 behaalt hij olympisch goud op de 10 kilometer en verovert hij brons op de 5.000 meter. Vier jaar later pakt hij olympisch zilver op de 10 kilometer. Hij is goed voor vijf wereldtitels en zeven keer WK-zilver. Ook verovert hij veertien Nederlandse titels.
Maar ondanks dat rijke palmares heeft niemand de Fries ooit van arrogantie kunnen betichten. Bergsma is een purist. Een liefhebber van de schaatssport. Inmiddels maakt hij zich op zijn 39ste op voor zijn zestiende schaatsseizoen op het hoogste internationale niveau. Rustig, maar steeds gedecideerder, bewandelt hij zijn eigen markante pad.
De NK afstanden vinden van 31 oktober t/m 2 november plaats in Thialf. Naast nationale titels worden World Cup-tickets verdeeld. Bij de World Cups kan Nederland het maximum aantal startbewijzen (negen mannen en vrouwen) veiligstellen voor de Winterspelen.
Een paar weken voor publicatie van dit verhaal stuurt Bergsma een whatsappbericht. Of zijn ouders misschien een exemplaar mogen, als het af is? Dan, als hij hoort over de geplande lengte: ‘Wow, wat een groot stuk. En dat voor zo’n grijze muis.’
Er is weinig grijs aan Bergsma, met zijn sierlijke tatoeage van de letter H op zijn linkerringvinger, als alternatieve trouwring. Met zijn haarstijl: kort geschoren boven zijn oren, lang krullend in de nek. Zijn ploeggenoten roepen regelmatig ‘New Kid’, naar de televisieserie New Kids, over foute Noord-Brabantse hangjongeren met een flinke mat in de nek. Dan moet Bergsma lachen. Hij vindt het ‘wel geinig’ dat weinig mensen erbij lopen zoals hij.
De winter van 1986 is streng. Eind februari zou Evert van Benthem voor de tweede keer in zijn carrière de Elfstedentocht winnen. Begin februari bevalt Japke in haar woonark op rivier de Boorne van haar tweede zoon, Jorrit. ‘Er kunnen al niet veel mensen zeggen dat ze op het water zijn geboren. Nu lag de rivier dicht. Ik ben dus eigenlijk geboren op natuurijs’, stelt de schaatskampioen uit Aldeboarn.
Bij Japke en haar man Anne geldt in de jaren die volgen: als het vriest, zetten ze hun zoons – inmiddels zijn het er drie en is het gezin compleet – op schaatsen. In de zomer gaat het jonge gezin Bergsma altijd met de boot op vakantie. Bergsma zeilt wedstrijden met Marit Bouwmeester, lang voordat ze de succesvolste olympisch zeilster ooit zal worden met haar vier olympische medailles – waarvan twee gouden. Hun families trekken vaak samen op. Ze spelen samen. Hij verslaat Bouwmeester zelfs eens op het water. ‘Zo nu en dan deed ik het wel aardig, maar ik had niet hetzelfde zeiltalent als zij.’
Japke en Anne hebben zelf gesport, maar nooit op hoog niveau. Wel komt de beppe van Jorrit, zijn oma, uit een echte schaatsfamilie. De oudere zus van de oma van Bergsma is Wopkje Kooistra. Zij is in 1941 de eerste vrouw die onofficieel, in die tijd was er nog geen wedstrijdbeleid voor vrouwen, de Elfstedentocht wint – waarna ze een dag later om 4.00 uur ’s ochtends de koeien staat te melken, zegt ze in het boek Vrouwen in de Elfstedenwedstrijdtocht van Mark Hilberts.
Bergsma stamt via zijn vaders kant af van de broers Kingma; drie befaamde ‘schaatsenrijders’ die eind 19de eeuw door Europa naar natuurijsbanen trekken. De bekendste is Marten Kingma, op het ijs gespecialiseerd in de lange afstanden.
Ter gelegenheid van Kingma’s 70ste verjaardag schrijft Algemeen Handelsblad in 1941: ‘Om over Marten Kingma te schrijven, moet eenige schroom op zij gezet. Schroom, omdat we dezen eenvoudigen sportman zoo goed kennen en dus weten dat hij niet op veel gerucht is gesteld.’
Jillert Anema, zijn trainer bij Team Albert Heijn Zaanlander, beschrijft Bergsma in zijn twintiger jaren als volgt: ‘Contactueel gewoon zeer zwak. Voor de camera is hij duidelijk beter geworden.’ Net als Kingma zoekt Bergsma de aandacht niet op, typeert oud-schaatser Bob de Vries de man die jarenlang zijn ploeggenoot was. ‘Hij gebruikt sociale media om vrienden en familie op de hoogte te houden.’
Zelf zegt Bergsma terugblikkend op zijn olympische debuut in Sotsji in 2014: ‘Ik was niet de meest uitgesproken persoon. Ik ben destijds niet goed in beeld gekomen en heb mezelf ook niet goed kunnen uitspreken. Dat werd een heel vervelende situatie.’
Maar over Sotsji later meer.
In 2009 wordt de laatste marathon van het seizoen in Thialf gereden. Er is een afsluitend feest, maar Anema rijdt naar huis, naar Bontebok. Ondertussen zit er een iele, destijds 23-jarige, 190 centimeter lange Fries in zijn hoofd: Bergsma, wiens sportprestaties in zijn tienertijd nauwelijks zijn opgevallen.
Per toeval is Bergsma in de marathonwereld beland. Als tiener komt hij nooit in aanmerking voor schaatsselecties, de reguliere juniorenafstanden zijn voor hem te kort. Maar rond Bergsma’s 16de zegt zijn vader Anne: ‘Misschien moet je de marathon eens proberen?’ Bergsma begint in de onderste regionen van de marathonsport, tussen oude mannetjes. Daar, bij een wedstrijd over veertig ronden, begint het vuur te branden. Uiteindelijk klimt hij via diverse competities op naar het A-peloton, de landelijke competitie.
Die zaterdagavond in 2009, net thuis in Bontebok, piekert Anema: Er zit een klein foutje in zijn schaatstechniek, maar als ik dat eruit krijg, rijdt hij ‘lomp hard’. Vervolgens meldt hij zijn vrouw: ‘Ik rij weer terug naar Thialf. Ik ga Jorrit Bergsma een contract aanbieden.’ Over het foutje wil Anema niets zeggen. Dat noemt hij ‘het geheim van de smid’.
Crispijn Ariëns, ooit ploeggenoot van Bergsma en inmiddels al lange tijd concurrent, zegt: ‘Als je hem zo tegenkomt, denk je niet dat hij zo ontzettend hard kan schaatsen. Als je hem dan schaatsen geeft en vijf rondjes laat rijden, denk je dat nog steeds niet. Maar als hij een bepaalde flow krijgt, en hij schaatst vanuit ontspanning, dan raakt hij ze. Dan doet hij iets heel bijzonders.’
‘Hij is fysiek helemaal niet zo bijzonder, maar hij is gewoon megagoed in schaatsen’, zegt ploeggenoot Sjoerd den Hertog, terwijl hij herinneringen ophaalt aan een trainingskamp in 2021 in Italië. In het olympisch seizoen wordt Bergsma bergop fietsend van alle kanten door zijn ploeggenoten ingehaald. Hij verliest een minuut bij een tijdrit waar de winnaar zo’n 6 minuten over doet – in verhouding een gigantisch verschil.
Den Hertog: ‘Jorrit is vrij vlak in zijn emotie, maar toen was hij stikchagrijnig, echt een beetje van de leg.’ Vervolgens gaat het team naar Erfurt, voor een trainingskamp op het ijs. ‘Daar legde hij ons in alle standen erop. Sprinten, alleen weg: het maakte niet uit, hij deed alles beter dan iedereen. Daarna werd hij weer relaxed en liep hij met zijn borst vooruit door het hotel.’
Ironisch genoeg is Bergsma’s eerste nationale titel een Kazachse. In 2009 wordt Anema benaderd door de Kazachse schaatsbond. Ze willen het goed doen op de ploegenachtervolging, sinds 2006 een olympisch nummer. Maar er is op dat moment slechts één Kazachse schaatser van niveau. Of Anema niet vier rijders heeft die een tweede paspoort willen aanvragen, om tijdens de Spelen van Vancouver voor Kazachstan uit te komen?
Bergsma, net overgestapt naar de ploeg van Anema, wordt onderdeel van dit proces. In het Russische Tsjeljabinsk wint hij het Open Kazachstaans kampioenschap op de 5.000 meter. Vervolgens gaan ze naar Calgary en Salt Lake City, om hun debuut te maken in het wereldbekercircuit en zo het kwalificatieproces voor de Spelen te starten. Tot schaatsbond ISU het avontuur blokkeert, omdat de Kazachstaanse bond nog niet de juiste documenten heeft verstrekt. Het initiatief strandt. ‘Achteraf maar goed ook’, zegt Bergsma.
Later blijkt de Kazachstaanse belofte om een dubbele nationaliteit te kunnen aanhouden, niet te kloppen. Bij een keuze voor Kazachstan zou Bergsma zijn Nederlanderschap verliezen. Een te groot offer, vindt hij. Al is zijn naturalisatie zonder dat hij dat weet vergevorderd. Een Nederlandse journalist beschikt zelfs over een kopie van het paspoort: serienummer N0643070, uitgeschreven op 1 december 2009. Bergsma zelf krijgt het paspoort echter nooit te zien en behoudt zijn Nederlandse nationaliteit.
Daardoor kan hij later dat seizoen, rond de Winterspelen, aantreden bij het Nederlands kampioenschap natuurijs op het Zuidlaardermeer. Er woedt een sneeuwstorm, het gros van het peloton valt uit. De 100 kilometer op het programma voelt als 200 kilometer, maar dit is waar Bergsma van houdt: heroïsche strijd. Man-tegen-mangevechten. Daar wint hij zijn eerste Nederlandse titel. Voor het grote publiek springt zijn latere olympische goud het meest in het oog, maar zelf plaatst Bergsma de prestigieuze mondiale titel niet boven dat nationale succes.
Bergsma laat zich nooit op de kop zitten, stelt oud-teamgenoot Bob de Vries. Tijdens de eerste jaren van Bergsma bij de ploeg van Anema, dagen De Vries en Arjan Stroetinga elkaar uit bij een fietstraining. Uiteindelijk roepen ze uitgeput dat Bergsma, die nooit uit hun wiel is verdwenen, de koppositie moet overnemen.Die schreeuwt terug: ‘Ik moet helemaal niks. De Vries: ‘Maar in Sotsji moest hij vervolgens toch weer het onderspit delven tegen anderen die een stuk mondiger en populairder waren.’
In 2024 memoreert Anema in de Volkskrant het moment waarop Bergsma in Sotsji in 2014 als eerste van zijn team olympisch goud wint: ‘Die plak blijft een litteken.’ Bijna iedereen wilde dat Sven Kramer daar de 10 kilometer zou winnen, stelt de coach. ‘Als revanche voor Vancouver. Er was geen enkel blij gezicht. Dat is onrecht en snijdt door je ziel.’
Daar kwam een incident bovenop. Na het verslaan van favoriet Kramer, in een olympisch record, volgt vier dagen later in Sotsji de kwartfinale van de ploegenachtervolging. Bergsma maakt deel uit van de selectie van vier, met Kramer, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen. Op de ploegenachtervolging geldt: alleen schaatsers die op het ijs in actie komen, krijgen bij winst een medaille. Er rijden er drie per rit.
Bondscoach Arie Koops stelt in de kwartfinale tegen Frankrijk – dat uiteindelijk als laatste zou eindigen – een mannentrio zonder Bergsma op.
Bergsma, die zich al langer buitengesloten voelt en weet dat hij ook de finale niet zal rijden, stapt tijdens de Spelen uit het team. Hij stelt dat hij zich ‘genaaid en gebruikt’ voelt en loopt daags na zijn olympische titel huilend door het olympisch dorp. Nederland wordt olympisch kampioen, Bergsma wacht hoon en ‘veel bagger’ op sociale media. Hij wordt tot landverrader bestempeld. Heel Nederland is tegen me, denkt hij.
Op dat moment is Bergsma 29, maar hij voelt zich nog een relatief jonge topsporter, hij loopt net een paar jaar mee in de professionele langebaanwereld. Oud-teamgenoot De Vries: ‘Dan kom je erachter dat er ook in zijn hoofd meer gebeurt dan je denkt.’
Bergsma krijgt last van slaapproblemen, vooral rond wedstrijden, maar weet in eerste instantie niet waardoor. Tot hij een psycholoog bezoekt en zijn olympische ervaring bovenkomt. De EMDR-therapie die volgt, helpt. Terugkijkend zegt Bergsma: ‘Nu ben ik trots op mijn prestatie. Ik kan zonder negatief gevoel aan Sotsji terugdenken en heb er lering uit getrokken. Als je ouder wordt, ga je inzien: het leven komt met pieken en dalen. Soms heb je de wind in de zeilen, soms zit het tegen.’
Hij is een kind van de elementen. Het water trekt nog steeds, of het nou bevroren is of vloeibaar. Varen geeft rust. Net als fietsen; ook een hobby. Hij is geschoold fietsenmaker. Hij houdt van de techniek; van het sleutelen en van het trappen zelf. ‘Er is zoveel natuur die je niet meekrijgt in de auto, maar die je wel ziet als je op een langzamer tempo fietst.’
Bergsma heeft een groen hart. Met zijn vrouw, oud-schaatser en wereldrecordhouder Heather Richardson-Bergsma, neemt hij in 2020 een filmpje op, met tips om afval te scheiden. Samen met dorpsgenoten investeert hij in een zonnedak op dorpshuis De Jister in Aldeboarn.
Elk voorjaar na het schaatsseizoen gaat Bergsma met zijn vrouw en twee kinderen op familiebezoek in North Carolina, waar Richardson-Bergsma vandaan komt. Na drie à vier weken verlangt hij terug naar Friesland, waar hij met zijn gezin ‘op de kant’ woont; op zo’n 50 meter van de woonark van zijn ouders. ‘Het is een hard bestaan in Amerika: hard werken, weinig sociale zekerheid, een lastige politieke situatie. Dan kom je erachter dat we het in Nederland heel goed hebben.’ En hij smacht naar het Nederlandse brood dat niet in de broodrooster hoeft, naar het eten dat thuis vaak verser en gezonder is.
In Friesland ligt ook de oorsprong van De Hûnekop, een Friestalige band, met een muziekstijl die wordt omschreven als arbeidersrock, rouwdouwermuziek, of, in de woorden van groot muziekliefhebber Anema: ‘kwalitatief laagwaardige schreeuwerij’. Bergsma is fan. De Vries: ‘Het is Fries, dus vindt Jorrit het mooi.’ Op Bergsma’s trouwdag zong de hele schaatsploeg van Anema een geïmproviseerde versie van de hit Jappie Kommando: Jorrit Kommando.
Sven Kramer, jarenlang Bergsma’s grote concurrent op de lange afstanden, noemt hun passie voor de sport een gemene deler. Op andere vlakken zijn ze vooral tegenpolen. Kramer beschrijft Bergsma als prototype Fries. ‘Hij is introvert.’ Anders dan hijzelf, zegt de in Heerenveen geboren en immer uitgesproken Kramer. ‘Als je een Fries zou schetsen, denk ik dat je iemand als Jorrit kunt tekenen.’
De Vries beschrijft Bergsma ook als ‘echt een Fries’, maar dan door zijn taalgebruik; eerder in het Fries dan in het Nederlands. ‘Hat er in grutte bekje, jong?’, zei hij bijvoorbeeld regelmatig, als hij vond dat iemand te veel praatjes kreeg.’
Bergsma voelt zich ook een echte Fries. Hij houdt van de sportieve cultuur in Friesland, met het skûtsjesilen, het fierljeppen. De Friese taal staat het dichtst bij hem. Met zijn kinderen spreekt hij Fries – alleen de gesprekken met zijn vrouw gaan in het Engels. Maar hij vindt het vooral mooi als mensen trots zijn op hun afkomst. Of dat nou Limburg, Groningen of Friesland is: hij houdt van accenten, van eigenheid.
Met de jaren groeit zijn zelfvertrouwen. In 2013, hij moet nog olympisch kampioen worden, zegt hij tegen de Volkskrant over zijn toenmalige vriendin Richardson, later zijn vrouw: ‘Als zo’n vrouw van je houdt, ben je toch iemand.’ In het verleden probeert Bergsma in de pas te lopen. ‘Maar als je ouder wordt, leer je dat je wel kunt proberen het goed te doen voor iedereen, maar dat er altijd mensen zullen zijn voor wie het nooit voldoende is. Ik kwam erachter dat ik moest doen wat ik leuk vind. Doen waar ik voor sta.’
Hij bevindt zich in de nadagen van zijn carrière. Hoort in het schaatsen inmiddels bij ‘het eh, meubilair’, zo verkondigt hij vlak voor de winter bij de presentatie van zijn ploeg met een spottend lachje. Later dit schaatsseizoen wordt hij 40, maar hij voelt zich niet ouder dan teamgenoten die nog tiener zijn.
Eind december hoopt hij zich te plaatsen voor zijn vierde Olympische Spelen, op de 5 en 10 kilometer en de massastart. Een gemakkelijke opgave wordt dat niet. Maar waarom ook niet? Gevraagd naar hoe het gaat, zegt hij: ‘In het Fries zeggen we: it koe minder.’ Oftewel: het kon minder. ‘En dat is voor een Fries al heel positief.’
Niemand kan zo goed de koers lezen, voelen, en het juiste moment bepalen om weg te springen als Bergsma, zegt concurrent Ariëns. ‘Daarom wint hij nog steeds massastarts, terwijl hij bijna 40 is. Dan nog zo hard schaatsen en wereldtop zijn, maakt hem een held.’ Er zijn momenten in een koers waarop Ariëns weet: Jorrit gaat straks iets doen. ‘Dan kun je maar beter opletten.’
Maar bovenal prijst Ariëns Bergsma’s karakter. ‘Sociaal, vriendelijk, zachtaardig. Een heel mooi mens.’ Van dezelfde strekking is de beschrijving van wereldkampioen Marijke Groenewoud. Ze kent haar ploeggenoot bij AH Zaanlander inmiddels acht jaar: ‘Jorrit is een gouden teamgenoot.’ De Vries: ‘Ik ben nu een paar jaar gestopt, maar hij komt vaker bij mij langs dan andersom. Dat doet hij een heel stuk beter dan ik.’
Nog geen twee weken nadat Bergsma in 2019 in Inzell zijn gouden medaille aan Herbert Dijkstra heeft meegegeven, belt Dijkstra. Zijn buurmeisje heeft een wens. Ze zou Bergsma graag nog eens ontmoeten. Bergsma, op dat moment voor zijn laatste marathonwedstrijd in het Zweedse Lulea, zegt: ‘Maandag vlieg ik terug, ik rij vanaf Schiphol meteen naar jullie.’ Een week later overlijdt ze. Op haar sterfdag krijgen haar ouders elk jaar een kaartje. Van Jorrit Bergsma.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant