Home

Verschillende orkesten repeteren aan hun Halloweenconcerten. ‘Het is net alsof er oude componisten komen spoken’

Halloween Kerstconcerten en het-is-weer-bijna-Pasen-concerten kennen we al lang. Maar ook andere feestdagen krijgen steeds vaker een vast concert. Zoals Halloween. In Groningen en Eindhoven wordt er aan ‘enge’ muziek gerepeteerd.

In het Muziekgebouw in Eindhoven repeteert Philzuid 'Symphonie fantastique' metdirigent Duncan Ward.

‘Tense! Tense! This is horror. It needs to be really edgy… Yeeees!” Dirigent Risto Joost staat de musici van het Noord Nederlands Orkest op te jutten. De violen moeten nog venijniger, heeft hij net gezegd. En ze klonken al griezelig, zo dicht op kam gestreken, terwijl de vingers van de linkerhand over de snaren glijden. Een beetje alsof er tientallen nagels traag over een krijtbord krassen.

Orkesten houden van jaarlijkse feestconcerten. Kerstconcerten kennen we wel, vlak-voor-Pasen-concerten natuurlijk ook (hello again Matthäus), bevrijdings- en soms Ketikoticoncerten zijn ook al een tijdje in zwang. Maar ook nieuwere jaarlijkse themaconcerten lijken een vaste waarde te worden: valentijnsconcerten onder andere, en zoals deze week: Halloweenconcerten. Griezelen in de concertzaal.

Het Haagse Residentie Orkest bijvoorbeeld, begeleidt in Paard live de film Nosferatu (1922). Het Noord Nederlands Orkest speelt vrijdag een concert met de titel Halloween: Horror and Orchestral Nightmares − een mix van ‘enge’ classics als Saint-Saëns’ Danse Macabre, Moessorgski’s Baba Yaga’s hut op kippenpoten, maar ook Penderecki’s Polymorphia en wat filmmuziek, zoals Morricones bekende muziek uit The Good, the Bad and the Ugly.

En daar repeteert het NNO dinsdagochtend dus op, flink aangezwengeld door dirigent Risto Joost in concertzaal De Oosterpoort in Groningen. De concentratie van de musici is hoog, en voor een eerste repetitie klinkt het orkest indrukwekkend warm en sfeervol.

„Hele spannende muziek”, vindt NNO-cellist Isabel Vaz de setlist. „Het is een hele leuke manier om meer mensen naar de concertzaal te krijgen. En daar hoef je als musicus niks extra’s voor te doen, het zit allemaal in de muziek. Neem Bartóks Muziek voor strijkers, percussie en celesta. Dat zit in The Shining van Stanley Kubrick. Die film durf ik niet alleen te kijken, hoor. Het is allemaal muziek waarin je op een bepaalde manier niet weet wat je kunt verwachten. En in Berlioz [het laatste deel uit zijn Symphonie fantastique, ‘Droom van een heksensabbat’] en Penderecki zitten allerlei spannende technieken, zoals die glissando’s in de strijkers.”

Trompettenverrassing

Ook in de goed klinkende grote zaal van het Muziekgebouw in Eindhoven wordt ‘horrormuziek’ gerepeteerd. Philzuid speelt in hun Halloweenconcert onder andere die Symphonie fantastique, maar dan helemaal.

Al repeteert Philzuid een beetje anders: er wordt veel meer gekletst. Ze zien Dukas’ De tovenaarsleerling (die je wel kent van Disneys Fantasia) en ook Mieczysław Weinbergs Trompetconcert dinsdagmiddag voor het eerst: er wordt in elkaars bladmuziek gewezen, gestreept en gekriebeld. In de partituur van de trompetten blijkt een onverwachte luide uithaal bovenaan een linker bladzijde te slaan. Onhandig, want dat is vlak na het omslaan van de bladzijde, en dan is het al te laat. Smiespel-smiespel-smiespel dus. Al wordt er ook zonder muzikale aanleiding onderling een hoop gegeind. De Britse chef-dirigent Duncan Ward is bijna evenveel bezig met ‘sssshhht‘-en als met muzikale aanwijzingen geven. Het orkest lijkt er zin in te hebben.

Ward zelf trouwens ook. „Een beetje meer Wooh, Wóóh!”, roept hij naar de violen bij het repeteren van De tovenaarsleerling. Maar het orkest moet beter opbouwen: „Het wordt te snel wild, het is niet makkelijk. Laten we op één lijn komen.” De tweede poging gaat aanmerkelijk beter, met een prachtige vertraging. Het plotselinge knallende einde − je moet weten dat dat komt, als je er niet van wil schrikken − gaat goed. Al is er een trombonist die het niet kan laten daarna toch nog een muzikaal grapje te maken: in de stilte improviseert hij een halfslot, een open einde.

Ook volgens Ward zit het Halloweenerige in de muziek zelf, niet in de manier van spelen: „De tovenaarsleerling begint al in zo’n magische setting, met die wervelende strijkers. Logisch, die Fransen werkten in die tijd allemaal met impressionistische harmonieën. Langzaam komt dat toverachtige in beweging, en dan loopt het uit de hand. De Symphonie fantastique is een soort verzoening met het spookachtige, een lange autobiografische droom in opiumdampen over de vrouw waar Berlioz verliefd op was. Haar hoofd doemt in allerlei gedaanten op: op een bal, op het land, maar ook dood en uiteindelijk op een sabbat als heks. Dat laatste komt heel dicht bij de oorsprong van Halloween: dansende Kelten verkleed als monsters om niet op te vallen tussen de demonen die die avond uit de onderwereld tevoorschijn komen.”

Nee, concrete beelden heeft hij niet in zijn hoofd, als hij dit soort muziek dirigeert. Maar wel duistere kleuren en emoties.

Philzuid repeteert ‘Symphonie fantastique’ o.l.v.dirigent Duncan Ward.

Surrealistische nachtmerrie

Ward begint nog meer te schitteren als hij over het trompetconcert van Weinberg vertelt, dat behalve onder trompettisten totaal onbekend is. Ward vindt het perfect in een Halloweenprogramma passen: „Het is een surrealistische nachtmerrie, van een macaber, grotesk circus naar zachte spookachtige stukjes. Je hebt de hele tijd géén idee waar je bent, of wat er gebeurt.”

De solotrompettist Simon Höfele is er nog niet bij dinsdag, maar telefonisch legt hij uit: „Het is een beetje het monster van Frankenstein, dat uit allerlei aan elkaar geplakte onderdelen bestaat. Er zijn zo veel onverwachte wendingen, dat het kaartenhuis in elkaar stort als iemand zich niet voor 110 procent concentreert. De trompet valt op de meest onverwachte momenten in. Niet, zoals bij Haydn, lekker voorspelbaar na vier of acht tellen, en áls hij een keertje gek wil doen na zeven tellen. Als hier de contrafagottist een tel te vroeg inzet, begin ik achttien maten later gegarandeerd ook fout. Die extreme focus in zo’n spannend stuk geeft een uitvoering een hele bijzondere atmosfeer.”

En dan zijn meerdere van die inzetten ook nog eens bekende trompetthema’s uit andere stukken. Höfele en Ward zeggen het allebei: „Mahler, Mendelssohn, Bizet, Rimsky-Korsakov. Het is net alsof er dan oude componisten komen spoken.”

Agenda:

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next