Soedan Na maanden van omsingeling nam de paramilitaire RSF afgelopen weekend Al Fashar in. Sindsdien komen er uit de stad alleen gefragmenteerde berichten over executies, plunderingen en massamoorden in ziekenhuizen. „De RSF doodt nu in volle vrijheid.”
Ontheemde Soedanezen die na de val van Al Fashar voor het geweld vluchtten, komen aan in de stad Tawila, in de door oorlog geteisterde regio Darfur. De inname van Al Fashar door de RSF heeft nieuwe angst voor massamoorden aangewakkerd.
Al Fashar is nu hélemaal overgeleverd aan de willekeur van de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Sinds de stad in Soedans westelijke regio Darfur afgelopen weekend in hun handen viel, bereiken enkel gefragmenteerde berichten de buitenwereld: mensen die in hun huizen zijn gedood, ziekenhuizen die zijn leeggehaald, gevluchte families die hun doden moesten achterlaten. Terwijl de al wankele staat Soedan, sinds 2023 verwikkeld in een verwoestende machtsstrijd tussen de RSF en het regeringsleger, verder afbrokkelt, ziet Mohammed Hassan, directeur van het Darfur Network for Human Rights, hoe de geschiedenis in Darfur zich herhaalt.
Hassans organisatie verzamelt via lokale contacten getuigenissen en beelden van het geweld. De verhalen die hij uit tweede hand uit de stad hoort, doen denken aan de genocide in 2003: geweld dat nooit ophield, maar slechts van gedaante wisselt. „Het is dezelfde logica, dezelfde wreedheid, alleen onder een andere naam [de RSF komt voort uit de Janjaweed-milities, destijds verantwoordelijk voor het geweld]. Een nieuw tijdperk van straffeloosheid.”
Na anderhalf jaar belegering en een weekend van beslissende opmars is ook de laatste toevlucht van het regeringsleger in Darfur verdwenen. Sindsdien trekken RSF-strijders van huis tot huis, op zoek naar mensen en wat er nog te roven valt. Jonge mannen worden bij hun families weggehaald, gemarteld en gedood. Anderen verdwijnen in geïmproviseerde detentieplaatsen of verlaten overheidsgebouwen. Een hulpverlener in de regio noemt de situatie in de stad tegenover NRC „de hel op aarde”.
Nog voordat de eerste RSF-milities de stad binnentrokken, was Al Fashar al twee jaar omsingeld en verstikt. De bevolking leefde onder voortdurende bombardementen en drone-aanvallen, afgesneden van voedsel en hulp. Inwoners groeven met hun eigen handen schuilplaatsen om zich te beschermen. Honger werd een wapen: de RSF sloot alle toevoer van levensmiddelen en noodhulp af, waardoor gezinnen wekenlang moesten overleven op veevoer, dat nauwelijks nog te vinden was.
Hoewel betrouwbare informatie schaars blijft, groeit het bewijs van grootschalig geweld door de RSF. Sinds vrijdag ligt de communicatie in en rond de stad stil door een internetstop. De Wereldgezondheidsorganisatie meldde donderdag dat bij een aanval op een ziekenhuis 460 mensen zijn gedood. Volgens een lokaal burgercomité werden in drie andere ziekenhuizen, waaronder dat van de Universiteit van Al Fashar, alle patiënten „op gruwelijke wijze geëxecuteerd”. De VN spreken daarnaast van geloofwaardige berichten over standrechtelijke executies, huiszoekingen en aanvallen op vluchtcorridors. Satellietbeelden van het Yale Humanitarian Research Lab tonen talloze lichamen bij de aarden wal rond de stad, vermoedelijk burgers die probeerden te vluchten na de verovering, tussen uitgebrande voertuigen en menselijke resten.
De ernst van het geweld blijkt ook uit door de RSF zelf gepubliceerde videobeelden. In een van de clips zegt Abu Lulu, een beruchte commandant van de groep, dat hij „al tweeduizend mensen heeft gedood”. Een Soedanese medische organisatie bevestigt dat RSF-strijders sinds de inname van de militaire basis zondag tientallen burgers hebben geëxecuteerd en honderden anderen hebben gevangengezet. Op beelden is te zien hoe Abu Lulu een tiental jonge mannen executeert. Op een andere opname staat hij naast het lichaam van een vrouw, met op de achtergrond tientallen doden. In weer een andere clip smeekt een medestrijder hem het leven van een gevangene te sparen. Abu Lulu schiet de man alsnog neer en zegt: „Mijn enige werk is doden.”
De RSF beschouwt de ongeveer kwart miljoen inwoners die in Al Fashar achterbleven als aanhangers of familieleden van het regeringsleger en van geallieerde milities. Militairen van het Soedanese regeringsleger verlieten de stad in de nacht van vrijdag op zaterdag. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie zijn sinds zondag ruim 36.000 mensen uit Al Fashar gevlucht, vooral naar omliggende dorpen. Maar ook in de grootste opvangplaats Tawila, zestig kilometer verderop, groeit de nood met de dag. Daar verblijven al meer dan 650.000 ontheemde Soedanezen. Cholera blijft zich verspreiden en de kampen lopen overvol. Het gebied is nooit bedoeld geweest om zoveel mensen op te vangen en kampt met een nijpend tekort aan schoon water, sanitaire voorzieningen en medische zorg. Bovendien geldt Tawila nu nog als de enige veilige plek, maar dat kan snel veranderen. De RSF kunnen het gebied op elk moment binnentrekken.
Volgens Mohammed Hassan van het Darfur Network for Human Rights dragen de overlevenden die het kamp bereiken de sporen van wat ze hebben doorstaan. Hun getuigenissen schetsen, zegt hij, een consequent en berekend patroon van geweld door de RSF. „We ontvingen videobeelden waarop te zien is hoe kinderen in ziekenhuisafdelingen werden vermoord en patiënten op hun bedden werden geëxecuteerd. We zagen mensen als dieren behandeld, vermoord in hun eigen huis, hun lichamen achtergelaten.”
Langs de route naar Tawila houden RSF-soldaten vluchtelingen tegen bij controleposten, ze eisen grote geldbedragen. Wie niet kan betalen, wordt doodgeschoten. Tawila zijn de afgelopen dagen vrijwel alleen vrouwen en kinderen aangekomen. Jonge mannen lijken de reis niet te overleven of worden onderweg tegengehouden. Een hulpverlener beschuldigt de militie van „afpersing en seksueel misbruik”. De politieke tak van de RSF noemt de berichten over moorden „regeringspropaganda”. Toch past wat er in Al Fashar gebeurt in een bekend patroon: ook bij eerdere veroveringen nam de RSF wraak op de burgerbevolking.
Darfur, een gebied zo groot als Frankrijk, staat nu vrijwel volledig onder controle van de RSF, op enkele kleine plaatsen langs de grens met Tsjaad na. Daarmee is Soedan feitelijk in tweeën verdeeld. De verovering van Al Fashar door de Arabisch geleide militie wakkert de vrees aan dat Afrika’s derde grootste land verder uiteen zal vallen. RSF-leider Mohamed Hamdan Dagalo – kortweg Hemedti – sprak donderdag in een verklaring van een symbolisch keerpunt in de oorlog. „We hebben de bladzijde van de oorlog in de stad Al Fashar omgeslagen, en openen nu de bladzijde van vrede.”
Sinds 2017 leeft Mohammed Hassan in ballingschap in de Oegandese hoofdstad Kampala, ver van het land waar hij ooit mensenrechtenschendingen begon te documenteren. Zijn familie woont nog altijd in de kampen van Darfur, waar zij in 2003 heen vluchtten toen de eerste oorlog uitbrak en Janjaweed-milities dorpen in brand staken. Het doel van deze milities gaat verder dan louter politieke macht, zegt Hassan. „Ze willen de demografie van Darfur herschrijven en volgen dezelfde logica van uitroeiing. Mensen zoals ik zijn daardoor vluchtelingen voor het leven geworden. Na de genocides in 2003 en 2023 [toen de sub-Saharaanse Masalit het doelwit waren] heb je nu deze nieuwe, tragische slachting in Al Fashar.”
Die campagne staat niet op zichzelf. Volgens mensenrechtenorganisaties kan de RSF blijven opereren dankzij militaire en financiële steun van buitenlandse bondgenoten, vooral uit de Golfregio, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten. In Darfur wordt de RSF vaak gezien als een Arabische strijdmacht tegenover groepen die zich als Afrikaans beschouwen. In werkelijkheid gaat het minder om afkomst dan om identiteit, maar die tegenstelling wordt steeds giftiger. De slachtoffers in en rond Al Fashar behoren vooral tot de Zaghawa- en Fur-gemeenschappen. Bij eerdere aanvallen kwamen naar schatting vijftienduizend Masalit om het leven.
De strijd om de macht in Soedan sleept zich nu al ruim twee jaar voort. En dat grotendeels buiten beeld. Mensenrechtenorganisaties vermoeden dat het werkelijke dodental ver boven de officiële 40.000 ligt. Meer dan veertien miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen, waardoor Soedan al langer door de VN wordt aangeduid als „grootste humanitaire ramp ter wereld”. Wat Hassan naast de wreedheid van de RSF het meeste vreest, is de internationale apathie eromheen. Er is nog altijd geen betekenisvolle reactie gekomen vanuit de internationale gemeenschap, zegt hij. „De RSF doodt nu in volle vrijheid, zonder angst voor gerechtigheid, zonder enige vorm van verantwoording. Ja, gerechtigheid kost tijd, maar ze moet nú beginnen. We hebben vijfentwintig jaar van gruweldaden doorstaan en nog steeds gaat het verder. Elke dag uitstel betekent meer doden. De wereld mag niet blijven wegkijken.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC