Home

Jonge dansers dromen van een solo. Maar hoe kom je hogerop in een balletgezelschap?

Hiërarchie in de dans Tijdens de momenteel lopende serie voorstellingen van ‘Romeo en Julia’ debuteren bij Het Nationale Ballet opmerkelijk veel dansers in de hoofdrollen. Behalve ‘eerste solisten’ ook een ‘tweede solist’. Hoe werkt dat hiërarchische rangensysteem eigenlijk?

Het Grand Défilé van Het Nationale Ballet, met het hele tableau, inclusief de Junior Company en leerlingen van de Nationale Ballet Academie. Eerste solisten voorop, dan tweede solisten, daarachter de rangen van het corps de ballet. Zittende kindertjes van de NBA.Op deze foto staan Edo Wijnen en Joseph Massarelli als derde en vierde man in zwart van links. Met voor Massarelli Olga Smirnova.

„Ik wil eerste solist worden.” Alexander Álvarez Silvestre (22) is er eerlijk over. Net als veel jonge collega’s ambieert hij de hoogste rang die in een balletgezelschap te bereiken is. De jonge Dominicaan heeft nog een flinke weg te gaan. Elke trede hoger in de ballethiërarchie moet verdiend worden met hard werken, talent en presteren onder druk. Iedere dag weer. Silvestre is élève, de rang waarin jonge dansers hun mars door de hiërarchie nog maar beginnen.

Jonge dansers zoals hij zitten vol ongeduld en ambitie. Ted Brandsen, artistiek directeur van Het Nationale Ballet, herinnert zich een jonge danseres die na drie maanden bij de groep ‘nou wel eens een solo wilde.’ „Dat ging hier niet gebeuren”, glimlacht hij. „Ze is vertrokken waarna ze bij een ander gezelschap wél is opgeklommen.” Hij voegt eraan toe: „Tegenwoordig durven dansers hun ambitie uit te spreken en dat is prima. Wij wachtten vroeger af wat er op het mededelingenbord verscheen.”

Hoe zijn die rangen in het ballet ontstaan, en door wie wordt bepaald wie opklimt en niet?

Net als bij andere gezelschappen zijn bij Het Nationale Ballet de artistiek directeur en zijn staf verantwoordelijk voor de opbouw en doorstroming. Muzikaliteit, techniek, fysiek, werkhouding geven de doorslag. „De blik in hun ogen of het gesprek na een auditie zeggen ook veel,” vertelt Brandsen, die het laatste woord heeft in de procedure. „Ooit antwoordde een danser op de vraag wat hij hier hoopte te doen: ‘als ik maar in het midden sta.’ Dát werd ‘m dus niet.”

De rangen in het ballet kregen hun (deels) Franse namen in de zeventiende eeuw, toen Lodewijk XIV, een verwoed dansliefhebber, met zijn adellijke onderdanen in onvoorstelbaar grote en weelderige hofballetten optrad. Met de koning als stralend middelpunt van de hofhouding. Letterlijk: in Le ballet royal de la nuit (1653) trad de toen vijftienjarige Lodewijk op als Apollo, de zonnekoning. Hoe hoger de positie aan het hof, des te dichter bij de Roi Soleil, een opstelling die nog altijd model staat voor het slotbeeld van grote, klassieke balletten.

Toen het ballet na de oprichting van de Académie Royal de la Danse in 1661 professionaliseerde, werd de piramidale structuur van rangen traditie. Met aan de basis van het tableau (alle dansers van het gezelschap) het corps de ballet, ‘het lichaam’ van het ballet, met drie, soms vier subcategorieën. De gelijknamige rang is het makkelijkst te herkennen in bijvoorbeeld Het Zwanenmeer, waarin deze dansers in de zogeheten ‘witte akte’ optreden als het iconische ensemble van witte zwanen.

Coryphées hebben binnen het corps de ballet een leidende rol en dansen soms kleinere solo’s. Een grand sujet, de hoogste rang van het corps, danst grotere rollen en solo’s, maar maakt nog steeds deel uit van de groep.

De rangen van solisten hebben bij verschillende groepen verschillende namen: bij Het Nationale Ballet ‘tweede’ en ‘eerste solist’, in Parijs bijvoorbeeld premier danseur en étoile. De eerste solisten zijn te zien in hoofdrollen – zeker van de klassiekers – de tweede solisten dansen de belangrijke bijrollen, met solo’s en variaties, soms ook een hoofdrol.

Instromers die net van een (buitenlandse) balletacademie of, bij Het Nationale Ballet de Junior Company komen, worden élèves (leerlingen) genoemd.

Auditie

Veel gezelschappen houden open audities. Vanouds doen de auditanten een groepsles, met een nummer op hun borst gespeld. De artistiek directeur en zijn artistiek team maken hun keuze uit de vaak piepjonge dansers die van over de hele wereld  toestromen. „Wij doen al vier, vijf jaar geen open audities meer”, zegt Ted Brandsen, artistiek directeur van Het Nationale Ballet. Voor de laatste auditie werden van 900 aanmeldingen 120 dansers uitgenodigd voor de live auditie, van wie uiteindelijk drie dansers een contract kregen. „Tegenwoordig zorgt onze Junior Company voor nieuwe instroom.”

Individuele dansers auditeren vaak door (op uitnodiging) mee te doen met de gezamenlijke ochtendles, waarin dansers dagelijks hun techniek onderhouden. De Australiër Jenson Blight (19, Junior Company) sleepte zonder auditie een van de schaarse plaatsen in de Junior Company binnen na het winnen van prijzen bij internationale balletcompetities. Die fungeren behalve als wedstrijd ook als dansersmarkt.

„Het is natuurlijk niet waar dans om moet draaien,” vindt Blight, „maar voor mij heeft het competitieve element gewerkt.” Hij is blij dat hij in de Junior Company vlieguren kan maken, al twijfelde hij eerst aan het nut ervan. Inmiddels weet hij beter. Álvarez Silvestre heeft ook veel gehad aan zijn tijd in de proeftuin van Het Nationale Ballet. Hij zag uitzonderlijk laat, op zijn zestiende, een balletstudio voor het eerst van binnen. „Nu, in de main company, worden dingen verwacht die je op de academie niet leert. De brugfunctie van de Junior Company is belangrijk.”

Promotie

De meeste jonge dansers dromen ervan de hoogste rang te bereiken. In de loop van het seizoen, aan het begin van het nieuwe jaar, bepalen Brandsen en de artistieke staf wie stijgt in de hiërarchie en wie niet. Net als in het bedrijfsleven zijn er voortgangsgesprekken die tot vreugde of frustratie leiden. Een enkele keer wordt een danser midden in het seizoen gepromoveerd; vaak een tweede solist die in een hoofdrol debuteert. Meestal is dat geen spontane ingeving, bevestigt Brandsen, maar vooraf overeengekomen met de artistieke staf.

Tweede solist  Edo Wijnen (33) is zielstevreden met zijn positie. De Vlaming weet dat nog een promotie niet meer in de kaarten zit. „Eerste solisten, dat zijn de prinsen. De rollen die bij mijn rang horen, vind ik vaak leuker. In Romeo en Julia ben ik Mercutio. Die rol wílde ik ook. Het kan voorkomen dat dansers gefrustreerd raken, maar het is belangrijk een realistisch zelfbeeld te hebben.” 

Dansers die twintig jaar tevreden zijn met hun rang in het corps de ballet, zijn zeldzaam geworden, ziet Floor Eimers (32). Als tweede soliste ziet zij hoe belangrijk het corps is. „Zonder corps de ballet geen Zwanenmeer. Het is de stabiele factor. Maar jonge dansers vinden ‘Zwaantje 24’ niet interessant.” Zelf had zij als corps de balletdanseres de mooiste ervaring ooit in La Bayadère. „Het corps kan voor magie zorgen.”

Niet overal vormt de ontwikkeling door het seizoen heen het criterium voor promotie. Bij het Ballet van de Parijse Opera moeten dansers die hogerop willen per rang een zogeheten concours doen voor een beperkt aantal plaatsen. Alleen de étoiles worden zonder competitie benoemd. Deze conservatieve methode, uniek in de balletwereld, staat de laatste decennia ter discussie. De afschaffing door huidig artistiek leider José Martinez stuitte echter opmerkelijk genoeg op bezwaren van de dansers zelf, waarna het concours dit jaar weer werd ingevoerd.

Andere systemen

Een paar klassieke gezelschappen hebben de rangen afgeschaft. Het Joffrey Ballet in Chicago bijvoorbeeld. Alle dansers zijn daar artist. Ook het Fins Nationaal Ballet schafte de rangen enige tijd af, maar herstelde die weer in ere. De Finse Anu Viheriäranta, nu productieleider, danste er tot zij in 2005 naar Nederland kwam, waar ze grand sujet werd. Na vijf jaar was ze eerste solist. Enerzijds vindt zij dat rangen duidelijkheid scheppen over de rollen die je kunt verwachten, maar anderzijds: „Je zou van alle rollen moeten kunnen genieten. Of je nu Julia danst of in het corps de ballet – het is jouw voorstelling. Het belangrijkste is het moment op het toneel.” Alvaréz Silvestre ervaart de hiërarchische opbouw van het tableau als richtinggevende stimulans: „Ik zou me zonder rangen een beetje verloren voelen.”

Bij Het Nationale Ballet is de dagelijkse praktijk horizontaler, vindt Eimers. Zij noemt de praatgroepen en greenroomsessies waarin ook maatschappelijke thema’s aan de orde komen, waaronder body image en fysiek en mentaal gezond werken. „Heel open, op gelijk niveau met de directie. Het onderlinge vertrouwen is gegroeid in de veertien jaar dat ik bij de groep ben.”  

Natuurlijk zijn er in de mondiale balletwereld nog misstanden als gevolg van vastgeroeste opvattingen, hiërarchie en machtsverhoudingen. Berucht zijn bijvoorbeeld strenge gewichtseisen die soms tot ernstige eetstoornissen leiden.

De laatste jaren zijn er ook positieve ontwikkelingen, mede dankzij emancipatoire bewegingen als #metoo. Niet overal overigens: in Rusland hebben sterren nauwelijks contact met ‘lagere’ rangen en worden concurrerende dansers tegen elkaar uitgespeeld. Eerste soliste Olga Smirnova, afkomstig uit het enorme Moskouse Bolsjoj Ballet, werd dan ook verrast door de ontspannen omgang en warmte waarmee haar nieuwe Amsterdamse collega’s, van Juniors tot eerste solisten, haar ontvingen.

Danserscommissie en CAO

In Nederland volgen de meeste gezelschappen, bijvoorbeeld het Nederlands Dans Theater, de cao Toneel en Dans, waarin functies en arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd, evenals salarisschalen en -stappen. In het schema van het salarisgebouw is te zien dat een beginnend professioneel danser per 1 januari 2026 start met een brutosalaris van 2817 euro, gebaseerd op een 40-urige werkweek. Jaarlijks wordt dat verhoogd, net als bij andere organisaties. Na vijftien jaar is het brutosalaris 4803 euro.

Het Nationale Ballet heeft een eigen loongebouw, waarbij naast anciënniteit ook rang meeweegt. Dansers krijgen na vier jaarcontracten een vaste aanstelling. Élèves beginnen met 2845 euro, een coryphée met 3396 euro. Eerste solisten verdienen na zes jaar 6654 euro. In Nederland is het salarisverschil tussen rangen aanmerkelijk kleiner dan in het buitenland, waar eerste solisten soms vijf keer zo veel verdienen als corps de balletdansers.

Solisten kunnen per seizoen twee weken elders als gastsolist optreden en zo extra inkomen genereren. „Goed voor onze reputatie, zij worden er zelf beter van en daar profiteert de hele groep van”, stelt Brandsen. Corps de balletdansers mogen, met of zonder betaald verlof, enige dagen ‘gasteren’ bij andere groepen.

Nationale Ballet & Opera, waarvan Het Nationale Ballet deel uitmaakt, heeft als groter bedrijf een ondernemingsraad. Momenteel zijn er geen dansers lid, wel is er een danserscommissie die als een soort liaison tussen dansers, ondernemingsraad en management fungeert. „Wij lichten de jaar- en weekplanningen door, doen suggesties voor betere schema’s en handiger geplande atv-dagen”, vertelt commissielid Joseph Massarelli (29). De Amerikaan, tweede solist, spreekt ook choreografen of balletmeesters aan die de gedragscode van het gezelschap schenden. „Meestal achteraf, als iedereen een beetje is afgekoeld. Dan kun je het op een professionele manier bespreken.” Hij vermoedt dat Het Nationale Ballet met zijn relatieve openheid tot de voorhoede van de balletwereld behoort.

De Egyptische Luca Abdel-Nour (22, coryphée) wil als lid van de commissie alle ins en outs van het theaterbedrijf leren kennen, waar hij altijd wil blijven werken. „Als danser slokt je werk je zo op, dat je vaak geen idéé hebt wat er achter de schermen nog meer gebeurt.”

De commissie was in juni 2023 mede-opsteller van een open brief waarin de dansers van Het Nationale Ballet een beter salaris vroegen. „Je salaris moet niet alleen corresponderen met je werklast”, betoogt Massarelli, „ook omgevingsfactoren tellen mee. De inflatie is hoog en de huren en huizenprijzen in Amsterdam zijn torenhoog.” In de CAO voor het jaar 2024 werd daarna een gemiddelde loonstijging van ongeveer 9,5 procent afgesproken. Voor 2025 en 2026 kwam daar telkens 3,5 procent bovenop.

Achter de sprookjeswereld van het ballet schuilt kortom een ‘gewone’ organisatie met herkenbare problemen en regels. Maar wie getuige is van het keiharde werken, de gedrevenheid en het ongelooflijke artistieke en fysieke talent weet dat een balletgezelschap – CAO, pauzereglementen, focus- en klankbordgroepen ten spijt – nooit écht gewoon zal worden.

Romeo en Julia, door Het Nationale Ballet. Choreografie Rudi van Dantzig. Nog te zien t/m 11/11. Info: operaballet.nl

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next