PVV-leider Geert Wilders reageert op de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen.
Geert Wilders klinkt bijna opgelucht. „Oppositievoeren”, zegt hij woensdagavond in de hal van de Tweede Kamer, „is veel leuker.” Hij glimlacht en doet alsof hij al tegen partijen praat die met elkaar in een coalitie gaan zitten: „Maakt u uw borst maar nat.” Dan kijkt hij weer ernstig. Het gáát, zegt hij, om regeren. „Dat doen we het liefste, dat is wat ik wil.”
Hij had op zijn werkkamer naar de uitslag zitten kijken, met een paar vertrouwelingen om zich heen. Daar zag hij om negen uur de eerste en daarna ook de tweede exitpoll, de PVV gaat van 37 naar 25 zetels. Wilders zegt tegen journalisten in de hal dat dat „nog steeds fors” is, het is „onze tweede beste uitslag ooit”. En wie weet, zegt hij een paar keer: misschien wordt de PVV deze nacht toch nog de grootste partij. „Die kans is er.” Het klinkt gelaten. En dan zegt hij nog een keer dat de oppositie ook goed is: „Daar zijn we goed in.”
Het grote verlies van zijn partij komt volgens Wilders door de partijen die hem uitsloten voor een volgende regering. „Het was alle ballen op de PVV.” En dan kiezen mensen, denkt hij, toch voor partijen die wél mogen meedoen. „Je ziet dat JA21 daardoor resultaten heeft geboekt.”
Of het ook aan hem kan liggen? Wilders had nauwelijks meegedaan aan de campagne, hij had ook niet heel zichtbaar zijn best gedaan. In de hal schudt hij zijn hoofd: „Ik heb goed campagne gevoerd.”
Ik, zegt hij. Niet ‘we’. En zo was het ook gegaan: één keer debatteerde de nummer twee, Sebastiaan Stöteler, op tv met de nummers twee van andere partijen, verder mochten PVV’ers alleen maar flyers uitdelen op straat, pas helemaal aan het eind van de campagne.
In zo’n beetje elke andere partij zou daar flink wat chagrijn over naar buiten zijn gekomen. Maar de PVV is niet zoals elke andere partij. Bij de PVV beslist alleen Wilders wat er gebeurt en bijna altijd leggen de anderen zich daar zonder mopperen bij neer. „We moeten het maar aan hem overlaten”, zei een Kamerlid van de PVV twee weken geleden over de campagne. Wilders, dacht dit Kamerlid, kon het vast zélf het allerbeste.
Die zegt woensdagavond dat hij „misschien niet zo extreem” campagne had gevoerd als de andere partijen „en niet zoals de vorige keren”. Hij vond zelf dat hij aan „behoorlijk wat debatten had meegedaan”.
Veel waren het er niet. Hij had die wel steeds in de Tweede Kamer voorbereid samen met andere PVV’ers, maar op het podium, op tv, was daar niet veel van te merken. Hij maakte op mensen om hem heen een vermoeide indruk, hij leek ook weinig verweer te hebben tegen de felle uitvallen van andere lijsttrekkers over de ruzie en chaos in het kabinet-Schoof, met de PVV als grootste partij.
Bij andere partijen kregen ze het idee dat Wilders misschien niet wílde winnen. Vond hij het te ingewikkeld om 37 Kamerleden onder controle te houden? Wilde hij liever een kleinere fractie? In de PVV zijn er die denken dat hij misschien al aan het eind van zijn politieke carrière denkt en zijn best niet meer wíl doen. In de hal zegt hij zelf daarover: „U bent tot mijn tachtigste nog niet van mij af.” Wilders is nu 62.
Hij feliciteert Rob Jetten van D66 een paar keer, wenst Frans Timmermans, die stopt als GroenLinks-PvdA-leider, „het allerbeste”. Die had het zelf in de campagne „het einde van het tijdperk Wilders” aangekondigd, maar Wilders kijkt afwerend naar een journalist die hem voorhoudt dat nu niet zíjn tijdperk, maar dat van Timmermans voorbij is. „Ik ga daar helemaal geen vervelende dingen over zeggen.” Voor Timmermans’ beslissing om te stoppen heeft hij „alleen maar respect”.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC