Home

Het fundament van burgerschapsvorming moet vroeger en steviger worden gelegd

Veel Nederlandse jongeren zien een sterke leider wel zitten en zijn zich niet bewust van de risico’s daarvan. Daar ligt een belangrijke taak voor het onderwijs.

Wie jongeren vraagt of ze de democratie belangrijk vinden, krijgt vier op de vijf keer het antwoord: ja, natuurlijk. Uit recent onderzoek blijkt dat de democratische gezindheid onder de Nederlandse jeugd nog altijd hoog is. Maar weten ze ook wat de democratie behelst?

Nee, op dat punt scoren ze helaas een stuk minder. De kennis van Nederlandse leerlingen over burgerschap en de democratische rechtsstaat is, zo blijkt uit de International Civic and Citizenship Education Study, beduidend lager dan van scholieren in de Scandinavische landen.

De weerslag daarvan was woensdag in de Volkskrant te zien. ‘Sommige dingen zijn zo erg dat je een beetje buiten de regels moet treden om Nederland weer op één te zetten’, zei een 18-jarige scholier die op PVV of JA21 ging stemmen. Een 19-jarige FvD-stemmer begreep dat het slecht was om onderscheid te maken tussen groepen mensen, maar ‘ik vind het belangrijker dat Nederlandse mensen een woning kunnen vinden’.

‘Steun voor democratie en voor autocratie kan bij jongeren naast elkaar bestaan’, zei socioloog Quita Muis. ‘Velen weten niet wat ze te verliezen hebben. Ze zeggen: we hebben een sterke leider nodig die knopen doorhakt om de klimaatcrisis of het huizentekort op te lossen. Plat gezegd: de Tweede Wereldoorlog is al te ver weg om te zien welke gevaren autocratie met zich meebrengt.’

Daardoor wordt de plicht groter om de democratie uit te leggen. Dat de verplichte burgerschapsvorming in het onderwijs in de huidige vorm tekortschiet, is duidelijk. In 2024 gaf de onderwijsinspectie bijna twee derde van de scholen een zogeheten herstelopdracht op burgerschap: ze moesten beter hun best doen.

Hoe taai de materie ook is, het onderwijs is de beste plek om van jongeren goed geïnformeerde burgers te maken. Op sociale media zullen ze nooit de finesses van de rechtsstaat meekrijgen. Daar zal de ‘dunne’ definitie van democratie logischer klinken: de meerderheid legt zijn wil aan de rest op.

Dat is ook het idee over democratie van Geert Wilders, die voor de tweede keer op rij de populairste politicus was onder scholieren. Zijn klare taal spreekt jongeren aan. Ook de ‘Het kan wél’-vibe van Rob Jetten slaat aan onder jongeren. Sommige van hen zullen nog teleurgesteld raken als straks blijkt dat niet alle optimistische D66-plannen – tien nieuwe steden! – direct gefikst zijn, mede dankzij die stroperige democratische rechtsstaat.

Het gevaar bestaat bovendien dat de rechtsstaat een links thema wordt. In het recente rapport van de Orde van Advocaten over de antirechtsstatelijke voorstellen in partijprogramma’s was een bijna perfecte verdeling van links en rechts te zien: hoe rechtser een partij, hoe meer rode kaarten over de voorstellen.

Zo dreigt een thema dat een vanzelfsprekende waarde over het hele spectrum zou moeten hebben, gepolitiseerd te worden. Een docent die zijn leerlingen consequent aanspreekt op antidemocratische opvattingen zei in de Volkskrant dat hij straks bekendstaat als ‘die ‘linkse’ maatschappijleerdocent’.

Jongeren maken ‘te laat en te weinig’ kennis ‘met de democratische spelregels’, zei de docent. Daarin schuilt een mooie opdracht voor een nieuw kabinet: hervorm de burgerschapsvorming zo dat het fundament vroeg en stevig wordt gelegd. Alleen dan worden jongeren weerbaar tegen een algoritmecultuur waarin het recht van de simpelste boodschap geldt.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next