Home

Eén van ’s werelds oudste bedrijven is failliet: na 355 jaar verdwijnt Hudson’s Bay ook in Canada

Warenhuisketen In Nederland hield Hudson’s Bay het maar twee jaar vol. Hoe anders was dat in thuisland Canada, waar het bedrijf diepe wortels had in de koloniale geschiedenis. Nu woedt er een strijd over wie de restanten van die historie mag kopen.

Lege schappen en toonbanken in een verlaten warenhuis van Hudson's Bay in de Canadese stad Toronto.

De etalages en ingangen zijn nog altijd helverlicht, maar spullen lichten de spotjes niet meer uit. Zelfs de mannequins zijn verdwenen: verkocht tijdens de opheffingsuitverkoop voor 50 Canadese dollar per stuk, zo’n 30 euro.

Alleen koperen plakkaten aan de gevel herinneren nog aan de vorige bewoner van het monumentale warenhuis in het centrum van Toronto. Hudson’s Bay Company, staat er in zwierige letters onder een statig wapen met twee edelherten, een vos en vier bevers. „Opgericht op 2 mei 1670”, vermeldt het bord. Je kan er nu „opgeheven per 1 juni 2025” aan toevoegen.

Vroeger kocht ze er weleens schoenen of kleren, zegt Leslie Tyler (67) even verderop in het winkelgebied. „Maar dat was jaren geleden. Die winkels waren enorm afgegleden, erger dan een Walmart. Verouderd, ik kan het alleen maar als sketchy [onguur] omschrijven.”

Kort na de 355ste verjaardag viel het doek voor Hudson’s Bay. Het bedrijf verkeerde in acute geldnood nadat het er niet in was geslaagd zijn enorme schuldenberg te herfinancieren. Rekeningen konden niet meer betaald worden. Ruim tachtig winkels sloten hun deuren, meer dan negenduizend mensen verloren hun baan. De winkelketen ging gebukt onder ruim 1,1 miljard Canadese dollar aan schuld (circa 670 miljoen euro). In het laatste volledige boekjaar werd bijna 330 miljoen dollar verlies geleden.

Er gaan wel vaker bedrijven failliet, zeker binnen de winkelbranche. Toch is het verdwijnen van Hudson’s Bay Company (HBC) bijzonder. Hudson’s Bay wás Canada. Het bedrijf bezat ooit meer dan een derde van het grondgebied en speelde een grote rol in de Britse kolonisatie van het land.

Oorsprong in bonthandel

In 1670 werd ‘The Governor and Company of Adventurers of England trading into Hudson’s Bay’ opgericht via een koninklijk octrooi door de Engelse vorst Karel II. Hij gaf het bedrijf de zeggenschap over Rupertland, een enorm gebied rondom de Hudsonbaai. HBC mocht zelf wetten opstellen en vormde zo een private overheid. Bovendien kreeg de onderneming een monopolie op handel in het gebied, in het bijzonder de handel in bont met de inheemse bevolking. De bevers en herten in het wapen verwezen daar nog altijd naar.

Die geschiedenis is niet zonder problematische kanten. Zo stelde Karel II in het octrooi dat HBC geen zeggenschap kreeg over gebieden die al van een andere Engelsman waren of van „onderdanen van een andere Christelijke prins of staat”. Met andere woorden: het octrooi respecteerde wel andere Europese landclaims, maar niet die van de inheemse stammen die er al eeuwen woonden.

HBC handelde wel met hen. De jacht op bevers en andere dieren liet het bedrijf over aan de oorspronkelijke bewoners, die het gebied veel beter kenden. De jagers konden de vachten bij handelsposten omruilen voor Europese goederen. Vuurwapens, kralen en ketels bijvoorbeeld. Een veelgebruikt ruilmiddel was de point blanket, een dikke wollen deken met groen-rood-geel-blauwe strepen, de huiskleuren van de onderneming. Ze werden tot op het laatst nog in de warenhuizen verkocht.

De ruil was inherent oneerlijk. HBC bepaalde eenzijdig de prijzen en betaalde relatief weinig voor de vachten, terwijl het omgekeerd veel vroeg voor zijn Europese producten. Inuit kregen voor 100.000 dollar aan vossenhuiden nog geen 5.000 dollar aan goederen, meldde een journalist in 1927. Bovendien brachten de Europese handelaars ziekten als de pokken met zich mee. Het leidde tot massale sterfte onder de inheemse bevolking, die geen enkele weerstand tegen de virussen had.

In 1867 werd de staat Canada opgericht, drie jaar later droeg HBC zijn zeggenschap over Rupertland over. Europese en Amerikaanse migranten vestigden zich steeds verder verspreid door het land, nederzettingen rond sommige handelsposten groeiden uit tot grote steden. Rond die tijd nam ook de vraag naar bont af. Handelsposten werden omgebouwd tot winkels waar producten te koop waren voor dollars in plaats van vachten. De handelscompagnie had zichzelf in een winkelier veranderd.

Meerdere eeuwen wist het bedrijf te overleven. Wat ging er uiteindelijk mis?

Aanhoudende verliezen

Wegblijvende klanten en de concurrentie van webwinkels leidden tot aanhoudende verliezen, luidt het korte antwoord in rechtbankdocumenten over het faillissement. Daarin weerklinkt de echo van zo’n beetje ieder warenhuisbankroet van de afgelopen jaren, zoals dat van V&D in 2015. Toen die keten omviel, dachten de Canadezen nog het gat in de Nederlandse binnensteden op te vullen. Dat mislukte: na twee jaar waren de Nederlandse Hudson’s Bay-winkels weer gesloten.

Het Nederlandse avontuur was kostbaar en leverde een verlies van bijna 184 miljoen euro op, maar de problemen van Hudson’s Bay speelden vooral in het thuisland. De afgelopen jaren ontstond een giftige cocktail aan marktomstandigheden. Toen online winkelen opkwam, zette het bedrijf te laat in op een eigen webshop. Investeringen in digitale platforms gingen ten koste van de fysieke winkels, die daardoor aftakelden. Kapotte roltrappen en liften moesten vaak maanden of zelfs jaren op reparatie wachten.

In 2020 gingen de winkels gedwongen dicht tijdens de coronapandemie. Veel klanten kwamen daarna niet meer terug. Canadezen gingen meer dan voorheen thuiswerken. Daardoor verloren de dure flagship stores van Hudson’s Bay op prominente plekken in binnensteden hun klantenkring van kantoormensen die tijdens pauzes en na hun werk een bezoekje brachten.

Begin dit jaar kwam daar de Amerikaanse handelsoorlog bovenop. De Verenigde Staten en Canada zijn elkaars belangrijkste exportmarkten, maar dat weerhield president Donald Trump er niet van zijn noorderburen een importheffing van 35 procent op te leggen, die hij afgelopen weekend met nog eens 10 procent verhoogde. De heffingen zijn hoger dan de 30 procent die China opgelegd kreeg – hoewel veel Canadese producten onder een eerder vrijhandelsverdrag vallen en van de heffing uitgezonderd zijn.

‘Buy Canadian’

De handelsoorlog veroorzaakte onrust in de hele Canadese economie en maakte het Hudson’s Bay moeilijk aan nieuw kapitaal te komen. Ook wakkerde het een anti-Amerikaans sentiment aan onder Canadezen. Op zo’n beetje iedere etalage zijn stickers met leuzen als „buy Canadian” en „proudly Canadian owned” geplakt – zelfs de lokale tak van McDonald’s heeft een rood esdoornblad in zijn logo opgenomen.

„Ik probeer, inden mogelijk, uitsluitend Canadese producten te kopen”, zegt Leslie Tyler, verwijzend naar het beleid van Trump. Voor haar was dat ook een van de redenen niet meer naar Hudson’s Bay te gaan. „Het was niet meer Canadees, een Amerikaan had het gekocht.” Amerikaanse ketens die in Canada actief zijn mijdt ze, „ook als de boodschappen daar goedkoper zijn”.

Koopjesjagers struinen door het filiaal van Hudson’s Bay aan Queen Street in Toronto, voordat het warenhuis afgelopen juni definitief zijn deuren sloot.

De laatste eigenaar van Hudson’s Bay Company was inderdaad Amerikaans. Het bedrijf was in 2008 overgenomen door de New Yorkse ondernemer Richard Baker, die daarmee de 38ste gouverneur van HBC werd. Aanvankelijk investeerde hij in de toen nog winstgevende Canadese winkels. Maar zijn aandacht verschoof al gauw naar het buitenland: hij bouwde een warenhuisimperium op met overnames van verschillende Amerikaanse luxeketens, het Duitse Galeria en zijn experiment in Nederland.

Die overnames werden deels gefinancierd door waardevolle vastgoedbezittingen en huurcontracten van HBC te verkopen. Twee jaar nadat Baker het concern had overgenomen, verkocht hij de huurovereenkomsten van een dochterbedrijf, budgetwinkelketen Zellers, aan een Amerikaanse concurrent die daardoor in één klap bijna 200 winkels in Canada kon openen. Die deal leverde hem meer op dan hij voor de hele holding had betaald.

Wat nog over was van de Canadese tak – verlieslatende winkels in panden die veelal gehuurd werden – splitste Baker eind vorig jaar af van de rest van zijn imperium. Drie maanden later verkeerde het verzelfstandigde HBC in acute geldnood.

Critici roepen al sinds Bakers aantreden dat hij vooral een vastgoedman is en geen winkelier. De ondernemer ontkende in ieder geval niet dat hij vooral waarde zag in de panden. In 2023 zei hij in een interview met de Canadese krant The Globe and Mail dat de retailtak van Hudson’s Bay „een piepklein deel” van het bedrijf uitmaakte, „zo’n 15 procent van de totale waarde van HBC, wat ook is hoe het zou moeten zijn, want een warenhuis uitbaten is niet bepaald een garantie voor groot succes”.

Merk blijft bestaan

Sinds het faillissement probeert de curator delen van het bedrijf te verkopen. De merknamen en logo’s van Hudson’s Bay zijn gekocht door winkelketen Canadian Tire. Dat is geen chic warenhuis met een forse modeafdeling, maar een uitbater van grote bouwmarktachtige winkels waarin zo’n beetje alles te koop is om het leven op het ruige Canadese platteland behaaglijk te maken.

In de schappen liggen grote zakken voor tuinafval, auto-onderdelen, gereedschap en luchtdrukwapens, maar ook airfryers en beddengoed. „Ik ben blij dat het door een Canadees bedrijf is gekocht”, zegt Leslie Tyler bij de gangpaden met sportspullen. Ze is in de winkel op zoek naar pepperspray voor haar kleindochter. „Om de honden weg te houden”, zegt ze samenzweerderig. „Tenminste, dat is wat je hoort te zeggen.”

Binnenkort komen hier de gestreepte dekens van Hudson’s Bay te liggen. Canadian Tire wijst daarbij op de „complexe geschiedenis” van de dekens, die zowel een nationaal icoon zijn als „een symbool voor de koloniale schade die is aangericht”. De opbrengsten van de dekenverkoop zullen gedoneerd worden aan een fonds dat ten goede komt aan de inheemse First Nations, een initiatief dat pakweg drie jaar bestaat.

Huurcontract tot 2203

In de afwikkeling van het faillissement speelt het vastgoed van HBC opnieuw een belangrijke rol. De leegstaande warenhuizen vertegenwoordigen nog steeds veel geld, zeker in winkelcentra. Hudson’s Bay betaalde daar als langzittende huurder vaak relatief weinig voor, en heeft contracten die de winkelier nog decennia kan verlengen. Bij één winkel zou dat zelfs tot het jaar 2203 kunnen.

Na het faillissement zijn de huurcontracten geveild om geld op te halen voor schuldeisers. Een rijke ondernemer tikte er 25 op de kop met het plan daarmee zelf een nieuwe warenhuisketen te beginnen. De verhuurders maakten bezwaar: ze vinden die plannen onrealistisch en willen de leegstaande megawinkels liever opknippen en er meer ketens in huisvesten. Dat zou veel meer huur opleveren. De rechter moest eraan te pas komen en oordeelde vorige week dat het belang van de vastgoedbezitters zwaarder weegt dan dat van de schuldeisers die met de veilingopbrengst betaald hadden kunnen worden.

Soms worden de huurcontracten ook als dreigmiddel ingezet. Een huurcontract van een winkel in een luxemall is in handen van een dochteronderneming van Hudson’s Bay die buiten het faillissement valt. Die wil door de eigenaar van het winkelcentrum uitgekocht worden, en zegt er anders een budgetwinkel in te zullen huisvesten.

Volgende maand worden honderden antieke voorwerpen en kunstwerken uit de collectie van HBC geveild, waaronder een schilderij dat door Winston Churchill is gemaakt. Wat niet wordt aangeboden: het koninklijke oprichtingsdocument uit 1670. Een aantal Canadese miljardairs is tegen elkaar aan het opbieden om het document te bemachtigen, met de belofte het direct te doneren aan een museum.

Op de strijd om de 355 jaar oude akte is in Canada kritiek gekomen van regering en historici. En inheemse stammen voelen zich opnieuw gepasseerd. „Waar is het respect voor de First Nations die zo zwaar getroffen zijn door de akte?”, vraagt de inheemse leider Kyra Wilson zich af in The Globe and Mail. „Waarom zijn wij niet geraadpleegd over wat ermee gebeurt?”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Source: NRC

Previous

Next