Opinie Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: tijdens de campagne ging het amper over de écht schadelijke polarisatie.
Het vervelendste debat tijdens elke verkiezingscampagne is van het Jeugdjournaal. Iedereen lijkt zo’n uitzending schattig te vinden, maar ik vind het onuitstaanbaar. De aandoenlijkheid zit ‘m vooral in wat kinderen nog niet zijn, ze zijn nóg niet achterbaks, nóg niet ijdel, nóg niet cynisch. Combineer die voorlopige onschuld met het opportunisme van politici en je krijgt iets waar ik maar moeilijk naar kan kijken.
Veel kinderen hadden vragen ingestuurd over het geruzie in de Tweede Kamer, of dat allemaal niet wat braver kon. Alle zes de deelnemers vonden nadrukkelijk van wel. „Je hoort weleens de term kleuterklas”, zei Rob Jetten, „maar eigenlijk is dat een onterechte term, want ik denk dat de gemiddelde kleuterklas het beter doet dan wij in de Tweede Kamer af en toe”.
Tweede Kamerleden hebben heus een voorbeeldfunctie, maar dat gaat niet alleen over hoe je met elkaar omgaat. Dat maakt nou ook weer niet zo heel veel uit. Veel kwalijker is het hoe wordt gesproken over mensen die niet terug kunnen praten – over vluchtelingen, transpersonen of over de mensen in Afrika, die volgens Geert Wilders wel „iets meer honger” mogen hebben.
Het ging deze campagne steeds over tegengaan van polarisatie, maar nauwelijks over dat soort polarisatie. De politici spraken elkaar niet aan op de manier waarop over groepen in de samenleving wordt gesproken, maar bijna uitsluitend over hoe ze met elkaar omgaan. Elk debat kwam het wel even ter sprake, dan werd braaf gesteld dat ze in de Tweede Kamer inderdaad minder fel tegen elkaar moeten zijn, er werd fatsoen gepredikt, iedereen kijkt daarbij ook heus naar zichzelf, maar uiteindelijk is iederéén verantwoordelijk. En dus niemand.
Ik geloof dat daar een bewuste strategie achter zit. Zolang je maar doet alsof het onderlinge gekibbel het grote probleem is, hoef je niets te zeggen over de polarisatie en de haat die je voor electoraal gewin in de samenleving pompt. En als je daar een keertje wel op wordt aangesproken, dan roep je dat juist dát polariserend is. Die strategie was de afgelopen tijd zo populair, dat ik er een woordje voor heb verzonnen: polarisatieschwalbe. Zodra je stevige kritiek krijgt en even niet weet hoe te reageren, duik je als Arjen Robben in zijn beste dagen naar het gras en klaag je over polarisatie.
Mijn favoriete polarisatieschwalbe werd gemaakt door Dilan Yesilgöz tijdens het eerste RTL-debat. Tijdens zijn pleidooi voor een hoger minimumloon noemde Frans Timmermans de uitzendbranche „vrienden van de VVD”. „Heeft u dat echt nodig?”, reageerde Yesilgöz. „We beginnen de avond met het lage vertrouwen in de politiek, we moeten niet polariseren, we moeten vriendelijk zijn. We zijn zes minuten verder en er zijn al twee keer persoonlijke verwijten gemaakt.” De kritiek van Timmermans was niet persoonlijk, maar gericht op de VVD als partij. Toch kreeg hij het verwijt te polariseren, waarmee het onderwerp meteen was afgesloten.
De polarisatieschwalbe kun je herkennen aan zinnetjes als ‘dat vindt ik nogal wat’. Caroline van der Plas vindt het bijvoorbeeld „nogal wat” dat The Rights Forum een poster met onder andere haar beeltenis heeft verspreid met de tekst ‘zij koos voor genocide’. Ze kondigde aan aangifte te doen tegen de mensenrechtenorganisatie. Het is ook nogal wat, maar er is natuurlijk ook wel iets voor te zeggen als jouw partij in een kabinet zit dat Israël geen strobreed in de weg heeft gelegd bij het plegen van een genocide.
Toen de Amsterdamse PvdA-wethouder Marjolein Moorman op de radio kritisch was geweest over het tekortschietende democratisch gehalte van partijen uit het vorige kabinet, reageerde VVD-Kamerlid Silvio Erkens op X: „Hoe helpt dit met het tegengaan van polarisatie? […] Dit zijn zware verwijten die je hiermee ook van hun kracht ontdoet”. Je doet alsof de kritiek zó erg is, dat je niet eens meer hoeft te reageren. Wel zo makkelijk.
En ja, ik noem alleen voorbeelden van partijen die in het kabinet-Schoof zaten. Er zijn ongetwijfeld ook anderen die polarisatieschwalbes maken. Maar vanuit mijn keukenraam kijk ik al twintig jaar uit op een schoolplein, waar je al snel ziet wie de grootste pesters zijn. En zodra het even spannend wordt, zijn het altijd diezelfde pesters die als eerste bij de juf gaan lopen janken.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC