Jeugdcriminaliteit Schiedam kreeg in het afgelopen jaar te maken met een golf aan geweld onder jongeren. De gemeente wil voorkomen dat „jonge aanwas” zich aandient.
Jongerenwerker Patrick Andrade Bartalomeu bij Buurtwerk De Steigers in Schiedam.
Toen begin dit jaar een dertienjarige jongen in een parkje in Schiedam-Noord door een leeftijdsgenoot werd doodgestoken, zag jongerenwerker Patrick Andrade Bartalomeu (30) de ontsteltenis om zich heen. Tieners die zich niet langer veilig voelden op straat. Ouders die hun kinderen als het even kon binnenhielden.
Maar naarmate de geweldsincidenten zich in de maanden daarna opstapelden, begon hij óók iets anders te zien.
Hij zag jongeren die, zodra er weer een overval gepleegd was, daar hun schouders over ophaalden. Er nauwelijks nog van opkeken als er weer een leeftijdsgenoot door de politie was opgepakt. „Zij doen er een beetje luchtig over. Het gebeurt zoveel”, zegt Andrade Bartalomeu, „dat het normaal begint te worden”.
In de eerste helft van het jaar kreeg Schiedam te maken met een golf aan geweldsincidenten onder jongeren, met het fatale steekincident als tragisch dieptepunt. In enkele maanden tijd waren er twaalf roofovervallen. Bij een sportclub werd een vijftienjarige door een groep leeftijdsgenoten aangevallen met een mes.
„We konden dit”, zegt burgemeester Harald Bergmann op het stadhuis, „niet langer zo laten doorgaan”.
Tegen het eind van de zomervakantie ontvingen na een inventarisatie van de gemeente twintig jongeren een uitnodiging voor een gesprek op het stadhuis. De burgemeester, zegt Bergmann, heeft vaak nog wel „enig aanzien”. En dus wilde hij hen zélf in de ogen kijken. „Niet om nog eens te benadrukken wat ze fout hebben gedaan. Maar ik zeg wel: wees je er bewust van waar je je mee inlaat.”
De burgemeester wil zich niet uitlaten over wat de betreffende jongeren – hij heeft er tot nu toe twaalf gesproken – op hun kerfstok hebben. „Maar het is meer dan even een Mars jatten in de winkel.”
In een brief aan de gemeenteraad schreef Bergmann enkele weken geleden dat de incidenten regelmatig „direct of indirect” verband hielden met conflicten tussen rivaliserende jeugdgroepen uit Schiedam en Rotterdam. Het fatale steekincident in februari stond hier volgens hem los van.
Het college van Schiedam wil meer oog hebben voor de jongeren in de stad
De jongeren komen vooral uit de wijken rond de gemeentegrens, filmen zichzelf in drillrapvideo’s en dragen messen en vuurwapens. Niet alleen leden van de groepen zelf, maar ook supermarkten, avondwinkels en restaurants moesten het ontgelden. „Om aan de andere groep te laten zien: kijk eens waar wij toe in staat zijn.”
Bergmann had de jongeren er in de gesprekken naar gevraagd: of ze zélf een idee hadden waar het conflict ooit begonnen is. Geen van allen had het antwoord. „Ergens is er ooit iets voorgevallen tussen de Schiedamse groep en een Rotterdam groep en dat is door blijven etteren. Het zit er ingebakken.”
„Kijk om je heen”, zegt Martin van Keulen, teamleider van buurtwerkorganisatie gro-up. Hij zit aan tafel in een buurthuis in De Gorzen, een volkswijk in Schiedam-Zuid die voornamelijk bestaat uit twintigste-eeuwse arbeiderswoningen. „Het zijn hele kleine huisjes. Dan snap je dat jongeren vooral op straat zijn.”
Hij en zijn collega’s komen in hun jongerenwerk de jongeren tegen die voldoen aan de risicofactoren die terug te vinden zijn in gemeentelijke rapporten over jeugdcriminaliteit, van armoede tot schoolverzuim en antisociale persoonlijkheidskenmerken.
Vorige maand presenteerde het college van Schiedam een actieplan, waarin die zich vooral richt op deze groep. Bij de gemeente zijn op dit moment 68 jongeren in beeld die, in de woorden van Bergmann, „de mist in zijn gegaan of beginnen af te glijden”. Over een deel van hen ontfermt justitie zich op dit moment al.
Omgevingsfactoren zijn erg belangrijk voor opgroeiende jongeren, van armoede tot schoolverzuim
De burgemeester richt zich op zijn beurt vooral op wat hij de „jonge aanwas” noemt. Het zijn jongeren die niet behoren tot de vaste kern van de groepen, „maar de ene keer zijn ze erbij en de andere keer niet. Zij hebben van mij een brief gekregen om aan te geven: leuk wat je allemaal doet, maar we hebben je wel in de gaten.”
Van de 22.000 jongeren in de stad tussen de 13 en 27 jaar zijn er in totaal achthonderd waarop de genoemde factoren van toepassing zijn en die dus een verhoog risico lopen om op het verkeerde pad te belanden, bleek na een inventarisatie.
Dat wil niet zeggen dat zij de fout in hoeven gaan, benadrukt de burgemeester. „Maar het is wel een aandachtspunt. Als een kind langdurig thuiszit omdat het van school gestuurd is, kan dat een risico vormen. Hij kan zich gaan vervelen en andere dingen opzoeken. Daar willen we beter op gaan letten.”
De jongeren die uiteindelijk de fout in gaan komen vaak uit wijken die vanwege een verhoogde aanwezigheid van criminaliteit toch al onder het vergrootglas lagen, zoals Nieuwland. Van Keulen: „Die jongeren worden continue geconfronteerd met wat in hun ogen de ‘mooie dingen’ zijn van criminaliteit.”
Dan bedoelt hij vooral: makkelijk geld verdienen. „Een vijftienjarige denkt: ik heb nu dat geld nodig, morgen zien we dan wel weer. Een dure Moncler-jas verdien je niet bij Albert Heijn.”
Daar komt de aanzuigende werking bij van een straatcultuur waarin rivaliserende groepen zich tegen elkaar afzetten. „Er is niks coolers dan bij groep X, Y of Z te horen. Het is [de maffiafilm] Goodfellas op microniveau: wil je bij de club horen, moet je daar iets voor terug doen.” Een overval, zegt jongerenwerker Van Keulen, kan „statusverhogend werken”.
Dergelijke groepen zijn fluïde en wisselen voortdurend van samenstelling. Van Keulen ziet doorgaans een vaste kern, met daaromheen een schil van „meelopers”.
Het is het eerste wat zijn collega Andrade Bartalomeu doet als hij op een groep afstapt: observeren. Wie zijn de leiders? Wie zijn de meelopers? „Die proberen we eruit te trekken, te verleiden naar een jongerenhub of kickboksschool te komen. De politie gaat dan aan de slag met de leiders.”
In eerste instantie, zegt hij, „merk je dat ze geen zin hebben om met je te praten. Daarna, als ze doorkrijgen dat je niet van de politie bent, beginnen ze los te komen. Dan schrik je soms van hoeveel ze loslaten. Dan merk je dat ze contact missen met iemand die er voor hen is, iemand die naar hen luistert. Die persoon proberen wij te zijn.”
Hij noemt een wijkhub in Schiedam-Oost, bedoeld om jongeren van de straat te houden. „We hebben gezegd: dit is jullie plek, dus dan moeten jullie er zelf ook wel iets voor gaan doen. Binnen een paar uur hadden ze banken geregeld en stond er een televisie. Nu komen ze ook naar ons toe als ze in de problemen zitten of ergens hulp bij nodig hebben.”
Het ontbreekt in Schiedam niet bepaald aan instanties. Ambulant jongerenwerk, armoedebestrijding, een wijkondersteuningsteam, jeugdboa’s, schoolveiligheidsprojecten, de politie. Dat was dan ook wat als eerste naar voren kwam toen de gemeente ging inventariseren wat er nodig was om de trend te keren.
„Er hoeven geen nieuwe ideeën meer bedacht te worden”, zegt burgemeester Bergmann.
Van Keulen: „Er gebeurt veel, maar er zijn ook knelpunten. Er zit soms teveel een muur tussen partij X en Y. Als bij een bepaald gezin, om maar wat te noemen, óók nog een broertje is dat aandacht nodig heeft, zou er vanuit de ene partij contact moeten worden gelegd met de andere. Dat gaat nog te veel langs elkaar heen.”
„Er hoeven geen nieuwe ideeën meer bedacht te worden”, zegt burgemeester Bergmann van Schiedam. Er zijn genoeg instanties.
Bergmann merkt op dat ouders ook „wel een wat stevigere rol mogen pakken”. „Ik wil niet zeggen dat de ouders het slecht doen. Maar het begint wel thuis bij met je kind in gesprek zijn en wijzen op de risico’s.”
Van Keulen: „Het is niet zo dat ouders niet willen. Soms zijn ze gewoon bezig met hun leven, of met overleven. En hebben daardoor minder tijd over voor hun kind.” De vader van drie merkt het ook bij zijn eigen kinderen. „Zodra er eentje uit de band springt, is het heel moeilijk om de ander ook aandacht te geven.”
Een jongere, zegt hij, moet „wel ook nog steeds gewoon foutjes kunnen maken. Dan heb ik het natuurlijk niet over de excessen, maar wel over iets Halt-strafwaardigs. Een potje vechten op het schoolplein. Dat is wat wij proberen te doen: ervoor zorgen dat jongeren in het grijze gebied kunnen aanrommelen, zonder in het zwarte gebied te komen.”
Maar tegenwoordig, ziet hij ook, „is dat grijze gebied er nauwelijks meer”. „Het gaat vrij snel van gezellig met vrienden op straat naar het verkeerde pad. Bewust of onbewust.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC