Verkiezingen Tanzania Met zittend president Samia Suluhu Hassan stevig in het zadel, trekken Tanzanianen deze week naar de stembus. Haar regime werkt nauw samen met buurlanden Kenia en Oeganda om kritische geluiden steeds verder te verstikken.
Schoolkinderen lopen langs een verkiezingsbord van de Tanzaniaanse presidentskandidaat Samia Suluhu Hassan van de regeringspartij Chama Cha Mapinduzi, in de Tanzaniaanse stad Arusha.
Kan de democratie de verkiezingen overleven? Die vraag stelt het weekblad The East African deze week in een hoofdartikel over de verkiezingen van woensdag in Tanzania. Onder het bewind van president Samia Suluhu Hassan en haar regeringspartij, die sinds de onafhankelijkheid in 1961 aan de macht is, zijn de afgelopen jaren tientallen oppositieleden ontvoerd. Serieuze tegenkandidaten zijn uitgesloten van deelname, en de zestien overgebleven kandidaten lijken bij volmacht voor Samia te werken.
De door het weekblad opgeworpen vraag reikt verder dan Oost-Afrika. Ook in West-Afrikaanse landen als Kameroen en Ivoorkust lieten hoogbejaarde presidenten zich deze week herverkiezen in wat niet meer dan een imitatie van democratie lijkt. In Oeganda zal begin volgend jaar president Museveni, die al sinds 1986 aan de macht is, opnieuw meedingen naar het presidentschap, opnieuw te midden van intimidatie en ontvoeringen. Alleen Kenia kent nog een relatief vrij politiek klimaat met competitieve verkiezingen, al verdwenen ook daar recent opposanten. Intussen werken de drie Oost-Afrikaanse landen steeds nauwer samen in hun grensoverschrijdende repressie van dissidente stemmen.
Achter Samia’s kalme imago schuilt een meedogenloze vastberadenheid om elke vorm van oppositie uit te roeien. Bij de voordeur van de voormalige Tanzaniaanse ambassadeur in Cuba, Humphrey Polepole, bleef deze maand een plas bloed achter nadat hij door geheimagenten was ontvoerd. En Polepole is niet het enige slachtoffer van repressie. De prominente oppositieleider Tundu Lissu zit al zes maanden vast op beschuldiging van hoogverraad, en zijn partij mag niet aan de verkiezingen deelnemen. Ook andere oppositieleiders ondergingen hetzelfde lot. Sommigen werden ontvoerd en later dood teruggevonden langs de weg, anderen belandden in politiecellen. Amnesty International spreekt in een nieuw rapport aan de vooravond van de verkiezingen over „een klimaat van angst”.
Tanzania, met zijn 68 miljoen inwoners, gold lange tijd als een voorbeeld van stabiel bestuur, zonder dictators of, zoals in Oeganda, megalomane militaire machthebbers. Het land kende nauwelijks politieke onrust, in tegenstelling tot het grootschalige verkiezingsgeweld dat Kenia in 2007 trof. Sinds 1961 is de partij Chama cha Mapinduzi onafgebroken aan de macht. Daardoor bleef de politiek in Tanzania weliswaar beschaafd vergeleken met Oeganda, maar ook uiterst saai en voorspelbaar naast het dynamische Kenia. Met de verkiezing van president Magufuli in 2015 kwam daar een einde aan.
Magufuli ontpopte zich in korte tijd tot een populistische machthebber die politieke vrijheden en de vrijheid van meningsuiting inperkte. Hij ontkende het bestaan van het coronavirus en weigerde lockdowns af te kondigen, om uiteindelijk zelf aan het virus te overlijden. Daarmee kwam het presidentschap in handen van zijn vicepresident Samia Suluhu Hassan. Aanvankelijk draaide zij veel van de repressieve maatregelen van haar voorganger terug, maar zodra haar positie binnen de regeringspartij CCM was veiliggesteld, begon ook zij duidelijk autoritaire trekken te vertonen.
Met de belangrijkste oppositieleiders achter de tralies en talloze mediaverboden is van vrije verkiezingen geen sprake meer. Volgens de Tanzaniaanse columnist Jenerali Ulimwengu is er „geen competitie die die naam waard is”. De organisatie Reporters Without Borders spreekt van een voortdurende aanval op de media in Tanzania sinds 2016, waarbij de persvrijheid met 25 procent is afgenomen.
Zo zijn verkiezingen in Afrika steeds minder een middel tot vernieuwing en steeds meer een instrument om zittende machthebbers legitimiteit te verschaffen. In Oeganda bijvoorbeeld strooit president Museveni met geld tijdens zijn campagnes, terwijl zijn rivaal Bobi Wine voortdurend wordt lastiggevallen en gehinderd in zijn pogingen om campagne te voeren.
Om opstandige geluiden van vooral jongeren de mond te snoeren, werken de Oost-Afrikaanse regimes steeds nauwer samen. De Keniaanse Gen Z-activisten Bob Njagi en Nicholas Oyoo reisden vorige maand naar Oeganda voor een bijeenkomst van oppositieleider Bobi Wine, maar werden daar ontvoerd. Niemand in Oeganda weet of wil zeggen waar ze zijn. Eerder werd ook de Oegandese oppositieleider Kizza Besigye in de Keniaanse hoofdstad Nairobi ontvoerd door Oegandese geheime agenten, die daarbij samenwerkten met hun Keniaanse collega’s.
De Keniaanse activist Boniface Mwangi reisde afgelopen zomer naar Tanzania om de rechtszaak tegen Tundu Lissu bij te wonen. Daar werd hij gevangengezet, gemarteld en uiteindelijk aan de grens gedumpt. De Oegandese activist Agather Atuhaire onderging hetzelfde lot. Volgens de Tanzaniaanse campagnevoerder voor politieke hervormingen Maria Sarungi Tsehai zijn sinds het aantreden van Samia tweehonderd mensen verdwenen, onder wie vijftig sinds juni van dit jaar. Zijzelf werd kortstondig ontvoerd in Kenia. Alleen de Keniaanse pers besteedt nog uitgebreid aandacht aan deze grensoverschrijdende ontvoeringen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC