Verkiezingen Werken in de zorg kreeg weinig aandacht in de verkiezingscampagnes. Hoofddocent Ellen Peeters onderzocht wat het werkplezier kan bevorderen en de uitstroom kan verminderen. „Het alternatief is dat ik helemaal uit de zorg zou vertrekken – dan heb je nog minder aan me.”
"De kans op vertrek uit de zorg wordt lager zodra mensen meerdere banen afwisselen", zegt hoofddocent Ellen Peeters.
„Ik herinner u er nog maar even aan: we hebben het over werken in de zorg.” Meermaals moet moderator Donatello Piras het zeggen tijdens het Grote Zorgdebat op 21 oktober. De eerste debatronde gaat over werkplezier in de zorg. Maar dat thema moet Piras er met de haren bij slepen: de vertegenwoordigers van CDA, D66, GroenLinks-PvdA, PVV, SP en VVD hebben het liever over onderwerpen als het basispakket en de NAVO-norm. Terwijl bijna 40 procent van het aanwezige publiek uit zorgmedewerkers bestaat.
Zo ging het vaak in de campagne: het is de post waar veel partijen op willen bezuinigen (of, eufemistisch: ze willen ‘minder meer’, want ze willen de kosten minder hard laten stijgen, wat in een landschap van dubbele vergrijzing betekent: burgers gaan meer betalen voor minder zorg). Ook in debatten zijn de kosten van de zorg een terugkerend thema.
Maar over de personeelstekorten in de zorg en hoe die te verlichten, ging het nauwelijks. Terwijl die tekorten vaak de oorzaak zijn van het vastlopen van de zorg. Onderzoeker en hoofddocent Ellen Peeters doet aan de TIAS School for Business and Society in Tilburg onderzoek naar de inzetbaarheid van werknemers in de zorg. Haar meest recente publicatie brengt in kaart waarom zorgmedewerkers vertrekken en wat hen ín de sector kan houden.
Een baan in de zorg is „gewoon moeilijker voltijds vol te houden dan bijvoorbeeld een kantoorbaan”, vertelt ze. De fysieke én mentale belasting van werken in de zorg is zwaar, en de werkdruk is hoog. Dus vertrekken mensen.
Daar zijn oplossingen voor, blijkt uit haar onderzoek. Een van de oplossingen waar volgens haar „muziek in klinkt”, is het combineren van twee banen binnen één arbeidsovereenkomst, ook wel ‘gedeeld werkgeverschap’. „De kans op vertrek uit de zorg wordt lager zodra mensen meerdere banen afwisselen”, zegt Peeters. Een voltijds dienstverband vergroot de kans op vertrek, maar dat effect verdwijnt zodra dat voltijds dienstverband wordt ingevuld met verschillende functies. Dat kan binnen de zorg (de ene dag op de ambulance en de andere dag op de spoedeisende hulp), maar ook daarbuiten (de ene dag als verpleegkundige en de andere dag voor de klas).
Die constructie wint de laatste jaren aan bekendheid. Er zijn verschillende pilots geweest en vorig jaar pleitte zorgbestuurder Jacqueline van der Loo van verpleeg- en thuiszorgorganisatie Amaris in NRC ervoor personeel in te zetten in afwisselende zorgsectoren. In 2023 hadden zowel CDA als D66 een zin in het verkiezingsprogramma over het faciliteren van uitwisseling van personeel tussen zorginstellingen. Inmiddels is het uit de programma’s verdwenen.
Wat wel aan bod komt in de verkiezingsprogramma’s, zijn de hoge werkdruk voor zorgverleners, de hoge administratieve lasten en een gebrek aan autonomie. Peeters: „Er wordt vaak individueel naar die factoren gekeken, maar als we ze naast elkaar leggen, zien we dat gedeeld werkgeverschap een van de manieren is om al die factoren op een structurele manier te ondervangen. En daarnaast halen mensen ook nog meer voldoening uit hun werk.”
Dat zegt ook Annika Corver (34), die een 44-urige werkweek verdeelt tussen haar functie als stralingsbeschermingsdeskundige bij het TU Delft Reactor Institute en MRI-laborant bij behandelcentrum DC Klinieken. Dat doet ze nu vier jaar. „Daarvoor werkte ik in het ziekenhuis, als radiodiagnostisch laborant, en wilde ik de zorg eigenlijk uit. Ik werkte 36 uur maar vond het te zwaar. Nu werk ik méér, maar is het veel makkelijker vol te houden.”
De reden? „Ik draaide onregelmatige diensten. Daarnaast werk je toch met mensen die pijn hebben en vaak niet weten waarom. Je staat eigenlijk continu onder druk.” Bovendien is dit financieel gunstiger. „Door alleen in de zorg te werken, verdien je gewoon minder. Nu heb ik een huis kunnen kopen – daar word ik gelukkig van.”
Corver is blij dat ze de sector niet heeft hoeven te verlaten. „Ik ben ooit vanuit een idealistisch gevoel de zorg ingegaan: ik ga mensen helpen. Dat gevoel was ik met de tijd een beetje kwijtgeraakt, maar het zit er nog wel. Daarom ben ik blij dat ik een manier heb gevonden om weer plezier te vinden in werken in de zorg.”
Vanzelfsprekend is dat niet – ze verruilde het ziekenhuis voor een zelfstandig behandelcentrum. „In het ziekenhuis werd verwacht dat ik mee zou draaien met de rest, er was weinig flexibiliteit om naar andere opties te kijken. En ik snap ook dat collega’s die wel voltijds werken, zich achtergesteld voelen omdat zij wel diensten draaien en iedere dag met een halve bezetting staan. Maar het alternatief is dat ik helemaal uit de zorg zou vertrekken – dan heb je nog minder aan me.”
Daar ligt een taak voor de overheid, zegt Peeters. „Die kan gedeeld werkgeverschap stimuleren met financiële prikkels en experimenteerruimte bieden aan organisaties. Dat is in het verleden al gebeurd met pilots, maar je ziet dat succesvolle pilots vervolgens vaak niet op grotere schaal geïmplementeerd worden.”
Belangrijk in dat beleid is dat er niet alleen oog is voor de werkgevers – dat wil zeggen: voor het vullen van roosters – maar ook voor de werknemers. Die hebben ook baat bij minder tekorten, want dat betekent minder hoge werkdruk. Maar uit het onderzoek van Peeters blijkt dat dergelijke initiatieven meer kans van slagen hebben als die naast de tekorten ook gericht zijn op de ontwikkeling van de medewerkers. „Daarvoor is extra loopbaanbegeleiding nodig.”
Ook Anneke Zijlstra (59) heeft „al jaren” twee banen: ze is verpleegkundig centralist in de meldkamer van de ambulance en geeft daarnaast les op de opleiding voor centralisten. „De zorg is een heel leuk vak, maar ook best zwaar.” Eerder werkte ze als verpleegkundige in een psychiatrische instelling. Volledig in de zorg werken werd ook haar te veel – ze wilde de sector verlaten. „Nu ik het kan combineren, krijg ik er weer energie van.”
Net als in de psychiatrische instelling, sta je in de meldkamer „altijd onder druk”, zegt Zijlstra. „En dat is leuk, hoor, daar krijg je adrenaline van. Tegelijkertijd is het ook weleens fijn dat níet te hebben, zoals voor de klas. Daar kan ik ook weer andere stukken van mezelf ontwikkelen, met raakvlakken in mijn vakgebied.”
Maar ook Zijlstra loopt tegen administratieve problemen aan. „Twee bazen hebben betekent in mijn geval dat ik in twee loonschalen zit, want ik verdien minder op de meldkamer. Daardoor moet ik zelf goed bijhouden wat ik aan belasting moet betalen, want mijn werkgevers kunnen dat niet juist inhouden. Bovendien ben ik straks zestig en kom ik dan in aanmerking voor een vitaliteitsregeling. Dan kun je minder gaan werken. Maar daar kom je weer alleen voor in aanmerking als je een bepaald aantal uren werkt – dat doe ik bij elkaar wel, maar niet bij de losse banen. Daarom moet ik stoppen in de meldkamer, dat had ik liever niet gedaan.”
Er is een enorm tekort aan centralisten, zegt Zijlstra, en zij denkt dat meer mensen dat werk zouden volhouden als ze het konden combineren met ander werk. „Maar het zou mooi zijn als dat beter gefaciliteerd wordt. Het levert mij nu veel extra werkvreugde op – maar óók veel extra stress.” Liever zou ze twee werkgevers op één contract hebben, maar daar zijn voor werkgevers nog veel drempels voor.
In België is zoiets wel mogelijk, zegt Peeters, via een ‘globale arbeidsovereenkomst’. Wel waarschuwt ze voor té veel werkgevers: haar onderzoek wijst uit dat binding met de werkgever en organisatie belangrijk is voor zorgpersoneel, en dat kan verwateren bij meer dan twee werkgevers.
Het is dus zeker complex, zo’n constructie optuigen, zegt Peeters, „maar het voorkomt dat medewerkers de zorg verlaten”. En, zegt Zijlstra, „het zou toch zo verrekte handig zijn”.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.