Stemgerechtigde jongeren met een migratieachtergrond kunnen zich geen Nederlandse politiek zonder Geert Wilders herinneren. Nu zijn partij volgens de peilingen wederom de grootste lijkt te worden, heeft Yasmina Ahamiane een boodschap voor haar generatie.
Met mijn 23 jaar ken ik meneer Wilders al heel mijn leven. Als kind hoorde ik zijn stem al uit de televisie galmen terwijl mijn moeder vanuit de keuken riep: ‘Weer die man met dat witte haar, zet dat uit!’
Ik vroeg mijn ouders waarom we hem niet mochten. ‘Hij wil dat wij teruggaan naar ons eigen land’, zei mijn vader. Ik begreep dat niet. Wilders kende mij niet. Als ik me aan hem kon voorstellen, dacht ik, zou hij vast bijdraaien. Ik was 8 jaar, lief en overtuigd van het goede in mensen. In mijn wereld konden zelfs schurken nog helden worden. De stripverhalen van Marvel lieten mij dat immers herhaaldelijk zien.
Over de auteur
Yasmina Ahamiane is auteur en theatermaker.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Toen kwam 2014. Ik was 12 jaar toen we op school een nieuwsitem over zijn beruchte uitspraak moesten bekijken: ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen?’ De klas keek. Ik voelde de blikken in mijn rug prikken – alsof ik het levende voorbeeld was van wat er ‘minder’ moest. Het voelde ongemakkelijk, maar ik kon er nog geen woorden aan geven. Later leerde ik dat dat gevoel een naam had: anxiety.
Dat jaar werd ik ook voor het eerst uitgemaakt voor ‘kutmarokkaan’, door een klasgenoot. Hij wilde op mijn plek bij het raam zitten. Ik probeerde nog uit te leggen dat ik altijd bij het raam zat. Ik moest de bomen zien, de vogels – om mezelf eraan te herinneren dat de wereld groter was dan dit klaslokaal alleen.
Een jaar later, na de aanslag op Charlie Hebdo, werd ik in de klas herinnerd aan hoe snel woorden afstand kunnen creëren. Een jongen riep: ‘Jij hoeft niet bang te zijn voor terroristen, Yasmina. Jij bent één van hen!’ Er werd gelachen. Ik zweeg.
En nu is het 2025. Op het moment van dit schrijven staat de PVV van Geert Wilders het hoogst in de peilingen. Ook andere rechts-radicale partijen zoals Forum voor Democratie en JA21 ontvangen mogelijk aanzienlijk meer zetels dan in 2023. Partijen die ooit afstand hielden, schuiven dichter naar hem toe. En uitspraken die ooit als schokkend werden ontvangen, zijn nu genormaliseerd en zelfs als ‘mening’ verdedigd.
Veel mensen zeggen verbaasd te zijn. Maar wij, jongeren met een migratieachtergrond, zijn dat allerminst. Wij, die van kinds af aan de discriminerende uitspraken van politici hebben meegekregen. Wij, die opgroeiden met de boodschap dat we met één voet in Nederland staan en met het andere in het vliegtuig ‘terug’.
Dus nee, wij zijn niet verbaasd. We zijn wel moe.
Maar moe zijn is niet hetzelfde als buigen. Wij zijn geen slachtoffers van deze tijd, wij zijn de erfgenamen van generaties die ondanks alles overeind bleven staan. Verkiezingen zullen komen en gaan. Kabinetten zullen vallen, partijen zullen verschuiven. Maar wat blijft, is onze aanwezigheid, onze trots, onze liefde voor dit land — zelfs als het land die liefde niet altijd beantwoordt.
Dus aan alle jonge Nederlanders die op mij lijken. Aan de jongeren wier moeder zachtjes zucht als het weer over ‘ons soort mensen’ gaat: laat geen politicus of angstcultuur jouw waarde herschrijven.
De waarheid die namelijk overeind blijft, is dat dit land van ons allemaal is. Niet omdat iemand dat toestaat, maar omdat wij het elke dag opnieuw bewonen. Met onze woorden, onze dromen én onze liefde. Die liefde die wij met ons meedragen is misschien wel ons krachtigste verzet.
Ik kies er dus voor om na deze verkiezing te blijven geloven in een land dat ons niet alleen tolereert, maar omarmt. En om te blijven geloven in een generatie die niet buigt voor angst, maar rechtop blijft staan.
Wij zijn hier. Wij horen hier. En we blijven hier — waardig, zichtbaar, en onbevreesd.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant