Verkiezingen Door democratische luiheid zijn noodzakelijke eigenschappen als kritisch vermogen en zorgen voor de ander verdwenen uit de samenleving, vindt Eva Meijer.
Bij de laatste landelijke verkiezingen in haar leven in 2006 was oma vergeten op wie ze had gestemd. „Die aardige man,” zei ze steeds. We hielden ons hart vast: het zou na een leven lang PvdA toch niet Geert Wilders geweest zijn? Eerder had ze zich vriendelijk over hem uitgelaten.
Eva Meijer is schrijver en filosoof.
Ik denk soms aan oma als het gaat om het politieke kompas van de Nederlander. Verstandige mensen maken zich druk om de vraag waarom Nederland zo racistisch is geworden. De islamofobie en xenofobie woekeren natuurlijk al decennia, maar mensen staan nu met protestborden bij de grens vluchtelingen op te wachten en gaan in grote steden met nazivlaggen de straat op.
In de logica van het politieke en publieke debat is het bijna onmogelijk om hier tegenin te gaan. Dat is omdat het debat uit ja en nee bestaat, voor en tegen, wij en zij. Schijnbare tegenstellingen die worden versterkt door de sociale media, algoritmes die mensen laten zien wat ze willen zien, talkshows die op relletjes uit zijn. We weten hoe het werkt: hoe vaker je roept dat er een tweedeling is, hoe dieper die zich in de gedachten van mensen verankert.
We kunnen het dus niet ideologisch uitvechten. Maar dat is ook niet hoe burgerschap werkt. Burgerschap is ingebed in praktijken. We moeten aanleren om te gaan met anderen en ons te bekommeren. Niet eenmalig, maar steeds opnieuw, door wat we lezen, wie we spreken, hoe we denken, hoe we handelen. Op school en in het hoger onderwijs, op het werk, online, door zorg te dragen voor onze omgeving, in protestacties of vrijwilligerswerk, op straat en in het veld.
Momenteel leren mensen geen zorg aan maar het omgekeerde: anderen stigmatiseren of zelfs haten. Politici zoals Wilders normaliseren islamofobie en vreemdelingenhaat al decennia. Internetfuiken bepalen wat we zien. Een gebrek aan kritische vorming maakt het voor burgers moeilijk om te begrijpen wat feiten en wat meningen zijn.
Kritisch denken staat in Nederland sowieso al niet hoog in het vaandel, maar wordt nu actief tegengewerkt en verdacht gemaakt door extreemrechtse partijen. Onder andere door bezuinigingen op de geesteswetenschappen en het wegzetten van linkse denkers als ‘woke’. Filosoof Wendy Brown beschrijft in Het ontmantelen van de demos de teloorgang van het ideaal van onderwijs en vorming voor iedereen terecht als democratisch probleem. Mensen moeten leren voor zichzelf te denken om zich tot anderen te kunnen verhouden.
Onze democratische luiheid komt ook doordat burgers zich in eerste instantie als consumenten beschouwen. Van producten, verhalen, relaties met anderen, en zelfs de relatie tot zichzelf (denk aan alle zelfhulp). Dit gaat ten koste van het politieke en sociale handelingsvermogen.
Een alternatief vereist in elk geval het indammen van de macht van bedrijven. Om de klimaatcrisis te kunnen afremmen – geld verdienen mag niet voor de teloorgang van ecosystemen en levende wezens gaan. Voor het publieke debat – technologiegiganten mogen ons spreken en denken niet bepalen. En voor de wetenschap – om de huidige tijd te begrijpen hebben we de geesteswetenschappen nodig, niet meer onderzoek dat het bedrijfsleven ondersteunt.
Die vermaledijde geesteswetenschappen laten overigens zien dat het hedendaagse racisme en fascisme niet nieuw zijn en niet los staan van andere vormen van onderdrukking. Vanuit dekoloniaal perspectief of dat van de andere dieren is duidelijk dat Nederlanders traditioneel gezien weinig met rechtvaardigheid op hebben. We zouden meer moeten praten over onze houding tegenover ‘de ander’ überhaupt, zoals filosoof Achille Mbembe laat zien in Necropolitiek.
In het formuleren van een alternatief zouden dagelijkse lokale praktijken centraal moeten staan. We moeten zorg aanleren voor onze leefwereld en medewezens (inclusief niet-mensen) op school en in de buurt. Om het kritisch denken op peil te brengen hebben we filosofie nodig op scholen, en in het algemeen veel meer educatie en deliberatie. Rondom verkiezingen zouden we bijvoorbeeld grootschalige democratie-educatie moeten organiseren, met ruimte voor ontmoeting en gesprek.
In de noodzakelijke hervorming van de representatieve democratie kunnen beraden een rol spelen. En een betere vertaling van lokale politieke praktijken en processen naar beleid en besluitvorming. In de democratietheorie wordt door denkers als Jane Mansbridge gepleit voor een systemische opvatting van deliberatie: het geheel van deliberatieve praktijken en de relaties tussen sferen moeten worden verbeterd.
Uiteindelijk hebben we een radicale omvorming nodig van het economisch-politieke systeem, maar de destructie van ecologische en sociale systemen gaat dermate snel dat we ook binnen de bestaande structuur moeten handelen.
Het goede nieuws is dat iedereen hieraan mee kan werken: leraren, journalisten, boeren, kunstenaars, academici, ja, zelfs politici. Het slechte nieuws is dat de tijd ons op de hielen zit.
Het was trouwens Alexander Pechtold, op wie oma had gestemd. Ze had de D66-fractievoorzitter op televisie gezien in een debat. ‘Nee, natuurlijk niet,’ zei ze over Wilders. Maar de onzekerheid op haar gezicht deed ons vrezen dat het niet veel had gescheeld.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC