Restzetels spelen de laatste jaren een steeds belangrijkere rol in de uiteindelijke uitslag van Tweede Kamerverkiezingen. Dat is in het voordeel van de grotere partijen: de manier waarop de restzetels verdeeld worden, speelt hen in de kaart.
is chef van de redactie datajournalistiek van de Volkskrant.
Als na woensdag alle verkiezingsuitslagen binnen zijn, stelt de Kiesraad de nieuwe zetelverdeling in de Tweede Kamer vast. Iedere 0,67 procent (één honderdvijftigste) van het totale aantal stemmen levert een zetel op. Die omzetting komt echter nooit precies uit: een deel van de stemmen op partijen blijft ‘over’. Deze stemmen vormen de basis voor de verdeling van zogenoemde restzetels.
Het aantal restzetels dat bij Tweede Kamerverkiezingen verdeeld wordt, is deze eeuw flink opgelopen. Bij de laatste drie verkiezingen waren het er respectievelijk acht, elf en tien. Gezien het grote aantal partijen op de kieslijst zullen naar verwachting ook deze woensdag na het sluiten van de stembussen veel restzetels overblijven.
De verdeling van de restzetels geschiedt via een vooraf vastgesteld, ingewikkeld procedé, ook wel het ‘systeem van de grootste gemiddelden’ genoemd. Eerst berekent de Kiesraad hoeveel ‘volle’ zetels (van ieder 0,67 procent van de stemmen) iedere partij veroverd heeft. Bij dit aantal telt de Kiesraad één zetel op. Vervolgens wordt per partij voor deze virtuele zetels het gemiddeld aantal stemmen berekend. De partij met het hoogste gemiddelde krijgt één restzetel toebedeeld.
Dit procedé doorloopt de Kiesraad net zo lang tot alle restzetels verdeeld zijn. De partij die in de eerste ronde een restzetel heeft veroverd, krijgt in de tweede ronde een tweede virtuele zetel. Vervolgens krijgt de partij met het hoogste gemiddelde aantal stemmen de volgende restzetel.
In de praktijk pakt deze methode veelal gunstig uit voor grote partijen. Door hun hoge zetelaantal daalt het gemiddeld aantal stemmen bij een extra restzetel relatief minder snel. Grotere partijen kunnen daardoor ook meer dan één restzetel veroveren. Na de verkiezingen in 2023 kregen VVD, PVV en GroenLinks-PvdA ieder twee restzetels toebedeeld.
Hoeveel stemmen nodig zijn voor een ‘volle’ zetel, hangt een-op-een samen met de opkomst. De laatste jaren lag deze zogenoemde kiesdeler rond de zeventigduizend stemmen.
In sommige landen komen partijen pas in het parlement als zij een hogere kiesdrempel bereiken. In Duitsland en België worden bijvoorbeeld alleen partijen met minimaal 5 procent van de stemmen verkozen.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant