Kiezersgedrag Steeds meer hoppen kiezers van de ene naar de andere partij. Vooral stemmers aan de grens van Nederland blijken zoekende; Tubbergen spant de kroon. Deze kiezersbewegingen bieden partijen „ruimere mogelijkheden om in de campagnes stemmen te winnen”.
PvdA’er Jelke Bethlehem voert in 1994 ,met zijn verkiezingscaravan, campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in Wergea.
Tientallen zetels zullen op 29 oktober van partij wisselen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Volgens de Peilingwijzer (van 25 oktober) gaan 45 van de 150 Kamerzetels (30 procent) naar een andere partij dan bij de vorige Kamerverkiezingen.
Dat is dan minder dan twee jaar geleden, toen een recordaantal van 54 zetels (ruim een derde) naar een andere partij verschoof. De verwachte wisseling is dan ook beter te vergelijken met 2002. Toen zorgde de partij van Pim Fortuyn (LPF) voor een politieke aardverschuiving, leed de PvdA een historisch verlies (22 zetels) en gingen 44 zetels naar een andere partij.
Zulke schommelingen in de kiezersgunst komen vooral voor aan de randen van Nederland. Zo blijkt uit een analyse van NRC van de uitslagen van de laatste vijf Kamerverkiezingen, waarbij per gemeente is gekeken naar de verschuivingen sinds 2010. Gemeenten in Oost-Brabant, Limburg, de Achterhoek, Twente, Friesland en Groningen vertonen de grootste sprongen. In de Randstad en bijbelgordel blijken de verkiezingsuitslagen minder grillig.
De ‘electorale volatiliteit’, zoals het verschuiven van de stemmen ook wel wordt genoemd, is sinds de jaren negentig aanzienlijk. Voor die tijd verschoven elke verkiezing ongeveer tien tot twintig van de 150 Kamerzetels. De omslag kwam in 1994, toen het CDA een recordverlies van twintig zetels leed. Sindsdien wisselen bij de verkiezingen tussen de dertig en de veertig zetels van partij.
„De toegenomen beweeglijkheid van de kiezers biedt partijen – naast een grotere kans op electoraal verlies – ruimere mogelijkheden om in de verkiezingscampagnes stemmen te winnen”, signaleert historicus Gerrit Voerman, emeritus-hoogleraar partijstelsels, op de site van het Montesquieu Instituut.
Sinds de eeuwwisseling spenderen partijen dan ook veel meer geld aan campagnes, met als record een bedrag van 23 miljoen euro in 2021. De toegenomen beweeglijkheid van de kiezers biedt partijen de mogelijkheid in de verkiezingscampagnes stemmen te winnen.
De golfslag van wisselende zetels laat steeds meer sporen achter in het politieke landschap, zo leert de analyse van de stembusuitslagen van de gemeenten. Met elke verkiezing sinds 2010 verschoven zetels van de linker- naar de rechterkant van het politieke spectrum. De klassieke partijbolwerken van PvdA en CDA in respectievelijk Noord-Nederland en Oost-Nederland, bezweken in vijftien jaar tijd.
Een gifgroene campagnecaravan van het CDA in Breda voor de gemeenteraadsverkiezingen, in 2006.
Nergens is de ‘volatiliteit’ van kiezers zo groot als in het Overijsselse Tubbergen, ooit een CDA-bolwerk. Gemiddeld verschoof hier elke verkiezing 30 procent van de stemmen – het hoogste percentage van alle gemeenten. „Het is nu ieder voor zich en niet meer God voor ons allen„, concludeert inwoner Diny Hendriksen (78).
Bij de laatste verkiezingen ging zelfs 59 procent naar een andere partij. Deels kwam dat door de PVV, die een kwart van de stemmen kreeg; 2,5 keer zoveel als de vorige keer. Maar vooral bewerkstelligde NSC die omslag, door een derde van de stemmen in de wacht te slepen. Lijsttrekker en Twentenaar Pieter Omtzigt kreeg in Tubbergen veel steun. NSC scoorde in maar drie gemeentes nét iets beter.
Omtzigt lijkt nu vergeten in Tubbergen. Bewoners die gevraagd worden naar hun stemgedrag beginnen niet zelf over hem of over NSC. „Jammer dat hij het gewoon niet aankon”, zegt Hendriksen, „want het is een aardige man.”
In 2010 kreeg het CDA in Tubbergen nog 43 procent van de stemmen bij de Kamerverkiezingen. De gemeenteraadsverkiezingen van 2014 en 2018 won het CDA zelfs met een absolute meerderheid. Tubbergen speelde niet voor niets ooit de hoofdrol in de spotjes van de christen-democraten. Twee jaar geleden kwam de dominantie van de partij tot een einde: voor de Tweede Kamer kreeg het CDA nog maar 3,6 procent van de Tubbergse stemmen.
„De generatie van mijn moeder stemde altijd CDA en zal dat blijven doen”, vertelt Raymond Keemers (52) uit Tubbergen. „Maar voor de generaties erna is dat echt niet meer vanzelfsprekend.” En dat geldt niet alleen voor Tubbergen: van de dominante positie die het CDA vijftien jaar geleden nog had in Twente, Oost-Brabant, de Achterhoek resteerde in 2023 nog maar weinig.
Keemers heeft veel met anderen over de verkiezingen gesproken. De meesten zweven nog – hijzelf ook. „Het is afhankelijk van waar je woont, in Albergen speelt het azc mee, daar gaan er veel op PVV stemmen. De vorige verkiezingen kreeg BBB hier veel stemmen, maar die partij heeft veel beloofd en niet veel laten zien.”
Linkse partijen lijken niet te worden overwogen door de ondervraagde, zwevende kiezers. „Het maakt me niet uit wie de grootste gaat worden hier, als het maar niet GroenLinks-PvdA wordt!” zegt een vrouw die verder niet over politiek wil praten. JA21 en de VVD worden het vaakst genoemd als opties.
Nergens is de teloorgang van links zo evident als in Pekela, ooit een ‘rood’ bolwerk. Bij de verkiezingen in 2010 was de PvdA veruit de grootste in Groningen en delen van Friesland; in Pekela haalde de partij 30 procent van de stemmen. In 2023 behaalde GroenLinks-PvdA nog geen 10 procent.
Pekela is exemplarisch voor heel Noord-Nederland, waar het linkse blok van oudsher zeer sterk was verankerd: gemiddeld verschoof hier in de laatste vijf verkiezingen 28 procent van de stemmen. Die van de ‘linkse’ kluit (PvdA, GroenLinks, SP, PvdD, Denk, ChristenUnie, Bij1, Volt, D66) verschoven naar het ‘rechtse’ kluit (alle overige partijen: FvD, PVV, SGP, BBB, VVD, NSC en CDA). Waar ‘links’ in 2010 nog bijna 60 procent van de stemmen in Pekela kreeg – historisch gezien toen al niet bijster veel – was dat bij de verkiezingen in 2023 geslonken naar 20 procent.
Een vrouw uit Pekela, die voorheen altijd voor de SP opteerde, vertelde in 2023 aan NRC dat ze een „strategische stem” had uitgebracht op BBB. BBB-lijsttrekker Caroline van der Plas gaf de doorslag: die sprak zich uit tegen hogere terugleverkosten voor zonnepaneelbezitters. „Ik dacht: nou, dan doen we dat”, vertelt de Pekelaaster vrouw. In het ooit ‘rode’ bolwerk is nu de PVV met afstand de grootste.
In de andere noordelijke gemeenten hebben de linkse partijen ook fors aan terrein ingeboet en is de PVV haast overal de grootste. Alleen in de grote steden, Groningen en Leeuwarden, en in de gemeente Tynaarlo weet GroenLinks-PvdA enigszins stand te houden.
In de steden is minder sprake van electorale volatiliteit en verrechtsing. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht verschoof sinds 2010 gemiddeld 20 procent van de stemmen bij elke verkiezing – een relatief laag percentage. Het linkse blok blijft hier ook beter op sterkte, al krimpt het ook in deze gemeenten: gemiddeld 1 procent per verkiezing. Binnen de grote steden verschuiven de kiezers wél, zoals in wijken waar veel mensen met een migratieachtergrond wonen, waar Denk de PvdA heeft verdrongen als grootste partij.
In VVD-bolwerken als Laren en Wassenaar lijken kiezers loyaler. Daar is sinds 2010 per verkiezing gemiddeld minder dan 20 procent van de stemmen verschoven. Of dat zo blijft, is de vraag nu de liberalen in de peilingen op verlies staan. Het tv-programma Nu we er toch zijn: De verkiezingen deed onlangs Laren aan. „Heel lang wist ik het wel”, vertelt een voormalig VVD-lid. De man blijkt geen fan van VVD-lijsttrekker Dilan Yesilgöz: „Ik ben niet zo van het polariseren.”
Bekijk hieronder de verschuivingen tussen twee verkiezingen, per gemeente.
Jan Peter Balkenende met CDA-wethouder Harm Janssen op campagne in Vleuten-De Meern, in 2006.
Pim Fortuyn op de televisie, in 2022. Met Leefbaar Rotterdam had hij zojuist zeventien zetels veroverd tijdens de gemeenteraadsverkiezingen.
Met medewerking van Karel Berkhout en Winny de Jong
Lees hier al onze artikelen over de landelijke verkiezingen op 29 oktober
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC