Kameroen Sinds 1982 staat Paul Biya aan het hoofd van Kameroen. Deze week werd hij officieel benoemd voor een achtste termijn na verkiezingen waarvan de geloofwaardigheid ernstig ter discussie staat.
Aanhangers van oppositieleider en presidentskandidaat Issa Tchiroma Bakary richten barricades op in een straat in Yaoundé, als protest tegen de herverkiezing van Paul Biya, 27 oktober.
Twee derde van de Kameroeners heeft nooit een andere president gekend. Voor een hele generatie is Paul Biya niet alleen een staatshoofd, maar een tijdperk op zichzelf. Sinds zijn aantreden in 1982 zijn miljoenen Kameroeners geboren, volwassen geworden en oud geworden onder dezelfde macht. Paul Biya, inmiddels 92, is voor hen geen politieke keuze maar een gegeven.
Deze week werd de verlenging van die machtsperiode opnieuw bezegeld. Maandag riep het Constitutionele Hof, samengesteld uit Biya-getrouwen, Biya officieel uit tot winnaar van de presidentsverkiezingen, zijn achtste opeenvolgende termijn. Het hof kende hem – twee weken na de verkiezingsdag – ruim de helft van de stemmen toe, tegenover 35 procent voor zijn uitdager Issa Tchiroma Bakary, in wat de oppositie „gestolen verkiezingen” noemt. Tchiroma, die vooraf beloofde „het land terug te geven aan het volk”, had zichzelf afgelopen week al tot legitieme winnaar uitgeroepen, na een parallelle telling van stembureauverslagen.
Kameroeners voelden de bui al langer hangen en trokken de afgelopen weken in verschillende steden de straat op om „de waarheid van de stembus” te eisen. De autoriteiten reageerden hard. In de stad Douala, zo’n tweehonderd kilometer ten westen van de hoofdstad Yaoundé, openden veiligheidstroepen het vuur op betogers, waarbij vier doden vielen en tientallen oppositieleden werden gearresteerd.
In een land waar macht en rechtspraak samenvallen, klinken de claims van de oppositie niet ongegrond. Onafhankelijke waarnemers waren nauwelijks aanwezig en oppositiekandidaten werden geïntimideerd of vooraf gemuilkorfd. Tijdens het verkiezingsproces waren talloze meldingen van onregelmatigheden, zoals beperkte toegang tot stemlokalen, verdwenen stembiljetten en vervalste registraties.
In het Kameroen van Paul Biya lijkt macht een gewoonte geworden die zichzelf in stand houdt. Kameroense media spreken van „un éternel recommencement”, een eeuwige herhaling, terwijl commentatoren wijzen op de „fatigue démocratique” die het land al jaren tekent. De Franstalige krant Le Jour schreef dat „de politiek in Kameroen geen strijd van ideeën meer is, maar van overleving”. De ontwikkelingen in het West-Afrikaanse land zijn een herhaling van een oud patroon: verkiezingen die slechts de schijn van keuze wekken, uitslagen die eigenlijk al vaststaan voor de stemmen zijn geteld, en haast instinctief machtsbehoud via geweld en intimidatie.
Voor veel Kameroeners was dit het sein om de straat op te gaan, onder meer in kuststad Douala en het noordelijke Garoua. De demonstranten richtten zich niet alleen tegen de verkiezingsuitslag, maar tegen het systeem zelf. De ordediensten, die sinds de campagne in verhoogde staat van paraatheid verkeren, grepen onmiddellijk in en hoewel de protesten mee lijken te vallen, blijft het leger paraat. Mocht het verzet toenemen en het geweld escaleren, dan kan het – zoals in 1990 – worden ingezet onder direct politiek bevel.
Zijn leeftijd wekt vaak hoon, maar de vraag of Biya te oud is om te regeren raakt slechts de oppervlakte. Terwijl zijn fysieke aanwezigheid afneemt, draait de machinerie van de macht onverstoorbaar door. De president verschijnt zelden in het openbaar; Zwitserland, zijn vaste toevluchtsoord, wordt met wrange spot „Kameroens elfde provincie” genoemd. In eigen land kent men hem al jaren als l’omni-absent, de alomtegenwoordige afwezige.
Paul Biya (92), president van Kameroen, na het uitbrengen van zijn stem voor de presidentsverkiezingen op 12 oktober. Op de achtergrond zijn vrouw Chantal.
Sinds de jaren tachtig heeft Biya een kring van vertrouwelingen opgebouwd die de ruggengraat van zijn macht vormen. De nationale politie, de gendarmerie en het leger worden geleid door mannen wier carrières met zijn gezag zijn verweven. Sinds de mislukte staatsgreep van 1984 is Biya ervan overtuigd dat elke verandering een bedreiging vormt. Rivalen werden weggestuurd of opgesloten, hervormingen gebruikt om tegenstanders te neutraliseren. In Jeune Afrique uitte zijn entourage in 2021 die angst met de woorden dat Kameroen niet klaar is voor een land zonder Biya: „Zonder hem heerst er chaos.” Politicoloog Stéphane Akoha omschreef die houding deze week als „de doctrine van stabiliteit door continuïteit.”
Intussen voelt elke Kameroener de last van de stilstand van het land. De economie, verzwakt door jaren van wanbestuur, biedt weinig perspectief: de jeugdwerkloosheid ligt rond de 70 procent, inflatie vreet aan het besteedbaar inkomen, en toegang tot schoon drinkwater, gezondheidszorg en degelijk onderwijs blijft voor velen onzeker. In het westen woedt sinds 2016 een gewapende opstand in de Engelstalige regio’s, waar separatisten vechten voor een eigen staat, terwijl in het noorden Boko Haram en Islamitische Staat lokale gemeenschappen teisteren.
De opkomst van Tchiroma, een voormalige minister en jarenlang loyale bondgenoot van Biya, heeft het regime zichtbaar ontregeld. Tijdens de campagne liep hij al snel tegen de grenzen van het systeem op: staatsmedia weigerden zijn bijeenkomsten uit te zenden, zijn aanhangers werden geïntimideerd en lokale autoriteiten verboden demonstraties. De beschieting van zijn woning in Garoua, waar hij zich sinds de verkiezingen schuilhoudt, onderstreept hoe smal de ruimte voor oppositie is geworden.
Vooral onder jongeren groeit een „appétit pour changement”, een diep verlangen naar verandering dat zich nog moeilijk laat kanaliseren. In het noorden van het land, ooit een bastion van de regeringspartij en inmiddels Tchiroma’s machtsbasis, is de onvrede groot. Waarnemers waarschuwen dat de situatie daar snel kan ontsporen. De nabijheid van Nigeria en Tsjaad vergemakkelijkt de doorstroom van wapens, terwijl de dreiging van Boko Haram in de grensregio’s voortduurt.
In dat klimaat lijkt het woord ‘verkiezing’ in Kameroen zijn betekenis te hebben verloren. De afstand tussen de officiële macht en de samenleving is ondraaglijk groot geworden. Of zoals de Kameroense denker en historicus Achille Mbembe het deze week op TV5 Monde verwoordde. „De volkssoevereiniteit is opnieuw onteigend. (…) Iets in de fundamenten van de samenleving is gebroken.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC