Home

Van ‘azc weg ermee’ tot regenboogvlaggen: politiek uit het stadion bannen, is onbegonnen werk

Hoe graag sommige clubs en supportersverenigingen het ook willen, het is eigenlijk onmogelijk om politiek volledig te verbannen uit sportstadions. ‘Gevoelens van onvrede en ongenoegen weerspiegelen zich in het stadion.’

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Probeer het maar eens, de politiek weghouden uit het voetbalstadion. De supportersvereniging AFCA van Ajax deed op 20 oktober een poging. Het deed een oproep aan leden om in de aanloop naar de verkiezingen van woensdag niet in te gaan op verzoeken uit de pers om over politiek te praten. ‘Wij willen duidelijk maken dat wij niets te maken hebben met politiek. Wij staan volledig los van politieke partijen, stromingen of belangen. Voetbal is geen politiek.’

Op een paar honderd meter van het stadion van Ajax is nog steeds een herdenkingsplek voor Lisa, de jonge vrouw die daar in augustus werd vermoord, met een asielzoeker als verdachte. Een daad met intens verdriet, onrust en woede in de samenleving tot gevolg, met weer gevolgen voor de politieke stemming in het land én de sfeer in de stadions.

Bij het Nederlands elftal werd tijdens het WK-kwalificatieduel met Polen een spandoek ter nagedachtenis aan Lisa opgehouden, omringd door een zee van Nederlandse vlaggen. Dat was een symbolische daad.

Begrip en woede

Het was de tijd van nationale vlaggen, soms inclusief de omstreden prinsenvlag, en van spreekkoren tegen asielzoekers. Politiek, samenleving en voetbal drongen zich aan elkaar op. Ook Cambuur Leeuwarden gaf begin deze maand een verklaring uit, met de vraag om te stoppen met vlagvertoon.

‘Als betaald voetbalclub zijn we een afspiegeling van de maatschappij en staan onze deuren open voor iedereen die de club een warm hart toedraagt. Hierbij onthouden we ons van elke politieke kleur en roepen we de achterban op hetzelfde te doen. Houd politiek buiten het stadion. Ons Avondje Cambuur is ter vermaak, ontspanning en plezier en niet de plek om welk statement dan ook te maken. De actie met de Nederlandse vlaggen heeft een behoorlijk politieke lading gekregen en hoort daarmee niet thuis in het stadion.’

De reacties op de verklaring waren zeer verschillend, van begrip tot woede en afkeuring. Hypocriet, was de strekking van de kritiek. Stop dan ook maar met het dragen van een speciale aanvoerdersband in de kleuren van de regenboog, om de queer gemeenschap te steunen. In het duel daarop waren meer vlaggen te zien dan in de vorige wedstrijd.

De geluiden waren: is een vlag ook al politiek? Mag je niet trots zijn op je vlag? Feit is dat het nooit eerder zo massaal gebeurde, met Nederlandse vlaggen in een stadion, vaak meegenomen door de overwegend jonge, witte jeugd van de zogenoemde harde kern achter de doelen.

Ook ‘azc weg ermee’ werd nooit eerder gezongen, er waren nooit eerder hooligans van clubs zo actief en zichtbaar betrokken bij, bijvoorbeeld, de uit de hand gelopen protestmars tegen het asielbeleid in Den Haag. De politieke ideeën van met name rechtse partijen als de PVV waren weerspiegeld in een deel van het stadion.

Hoe kan het ook anders? De politiek uit het stadion weren, kan hoogstens een streven zijn. Voetbal is ook politiek. De hoogste bond, de Fifa, bedrijft op elk front politiek. Enerzijds levert de Fifa kritiek op politiek bij de aangesloten nationale bonden, bijvoorbeeld als een nationale regering zich bemoeit met het beleid van de voetbalbond. Anderzijds is Infantino bevriend met de Amerikaanse president Donald Trump en andere wereldleiders.

Hij liet Trump gloriëren op het podium bij de huldiging van Chelsea als wereldkampioen van clubs, hij betrok met de Fifa een kantoor in Trump Tower met het oog op het WK van 2026 in de Verenigde Staten, Mexico en Canada, en ging zelfs op de foto met wereldleiders tijdens de vredesonderhandelingen over Gaza. Wie vond dat hij daar niets te zoeken had, was bij hem aan het verkeerde adres. Voetbal kan een grote vredestichter zijn, stelde hij. Kijk ook naar het veld, met al die kleuren, naar al die mini-samenlevingen van talent uit alle landen.

Belangen van Fifa

De Fifa bedrijft echter met name politiek die haar welgevallig is. Snel draaide de regie de camera’s weg toen leden van de Russische feministische beweging annex punkband Pussy Riot de WK-finale van 2018 in Moskou verstoorden, terwijl Infantino en de Russische president Vladimir Poetin toekeken vanuit de vip-box.

Een jaar geleden schreven 106 vrouwen uit het topvoetbal, onder wie de Nederlandse international Vivianne Miedema, op hoge poten een brief naar de Fifa. Ze stelden kritische vragen over de verbintenis tussen de Fifa en de grote sponsor Aramco, het staatsoliebedrijf van Saudi-Arabië, een land met geringe vrouwenrechten. Trouw schreef deze week dat na een jaar nog steeds geen antwoord is gegeven op die brief.

Het is logisch en begrijpelijk dat de politieke stemming in een land is terug te zien in het stadion, zeker in roerige tijden. Onderzoeker Midden-Oostenstudies James Dorsey: ‘Er is groeiend wantrouwen in de politiek en media, hetgeen leidt tot groeiende populariteit van extreemrechtse, nationalistische bewegingen, en tot steun aan autoritaire leiders. Kijk naar de Verenigde Staten, waar president Trump morrelt aan de wortels van de democratie. De democratie is wankeler dan menigeen beseft. Die gevoelens van onvrede en ongenoegen weerspiegelen zich in het stadion.’

Dorsey is onderzoeker aan de Nanyang Technological University in Singapore. Hij studeerde onder meer in Wageningen en Amsterdam en spreekt Nederlands. Hij was vroeger helemaal niet geïnteresseerd in voetbal, totdat hij merkte hoe groot de invloed is van het spel op het maatschappelijke leven en de politiek.

Hij schrijft boeken en blogs over voetbal in het Midden-Oosten en bestudeerde onder meer hoe supporters een rol speelden in de Arabische lente rond 2011 als de voorlopers van massale protesten tegen de politiek in landen als Tunesië en Egypte. De supporters waren goed georganiseerd en bedreven in het straatgevecht. Ze waren niet bang voor bewegingen van de menigte.

Mainstream racisme

Het stadion durft zich uit te spreken, ook in totalitaire regimes, terwijl individuen vaak bevreesd zijn hun mening te verkondigen uit angst voor de gevolgen. Tijdens de Copa America van 2007 in Venezuela was het gemor op de dictatoriaal regerende president Hugo Chávez geregeld luid te horen in de stadions. Hij liet zelfs Diego Maradona invliegen om het toernooi, zijn prestigeobject, te laten slagen. In vrijwel alle steden van het land waren wedstrijden, behalve uitgerekend in hoofdstad Caracas, waar het verzet van de vakbonden broeide.

Het stadion is groot, supporters hebben lef en hun stem gaat op in de anonimiteit. Voetbal leent zich bovendien voor politieke uitingen. Dorsey: ‘Voetbal is niet alleen een van de populairste vormen van entertainment, het is ook een agressieve sport. Het is letterlijk een kwestie van het veroveren van gebied op de helft van de tegenstander. Sport roept de diepste emoties op, net als religie. Voetbal is ook tribaal, in zekere zin. Steun aan de club is onvoorwaardelijk, net als steun voor een land, bij WK’s.’

Dat hoeft geen foute gevolgen te hebben, maar het kan wel. Dorsey maakt zich met name zorgen over het aspect van racisme, waarbij hij een waterscheiding ziet na de aanslagen op de Twin Towers in New York op 11 september 2001. In zijn ogen is de multiculturele samenleving daarmee aan het wankelen gebracht. ‘Voor die tijd rustte een soort sociaal taboe op discriminatie. Bepaalde dingen zei je gewoon niet, wat overigens niet betekende dat die gevoelens niet leefden.

‘Nu kun je in feite zeggen wat je wilt. Geert Wilders is wat mij betreft een racist, en hij is leider van de grootste partij in Nederland. Bij Trump, Orbán (Hongarije) en Modi (India) is het in zekere zin hetzelfde. De oorlog in Gaza heeft de situatie alleen maar verergerd. De rellen rond de wedstrijd Ajax - Maccabi Tel Aviv vorig jaar waren zelfs een kwestie van racisme van twee kanten. Racisme is mainstream geworden in de maatschappij. Het is in bepaalde kringen sociaal aanvaardbaar en juist dat is gevaarlijk.’

Het is volstrekt logisch dat dergelijke uitingen van onvrede in het stadion te zien zijn. Dorsey: ‘De klachten en het ongenoegen van het volk zijn niet altijd ongegrond. De problemen bestaan wel degelijk en het is begrijpelijk dat ze in het stadion tot uiting komen. Alleen: de oplossing ligt niet in het stadion, maar bij de politiek. De oplossing ligt in verlicht leiderschap.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next