Klimaatzaak Landen moeten voortaan laten zien dat de uitstoot van nieuwe olie-, gas- en kolenwinning past binnen hun klimaatdoelen, en daarbij ook kijken naar de uitstoot wanneer die brandstoffen worden gebruikt.
2017: een protest van Greenpeace tegen het Noorse olieboorplatform Songa Enabler, dat onderweg is naar het Noordpoolgebied.
Landen die een vergunning willen verlenen voor de winning van fossiele brandstoffen als olie en gas moeten voortaan goed onderzoeken wat de gevolgen voor het klimaat zijn. Ze moeten beargumenteren hoe die uitstoot past binnen hun klimaatdoelen, en daarbij ook kijken naar de uitstoot bij gebruik van die brandstoffen – zelfs als dat in het buitenland is.
Dat oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een dinsdag gepubliceerde uitspraak. Volgens experts kan de uitspraak ook voor Nederland grote gevolgen hebben.
De zaak, aangespannen door milieuorganisaties Greenpeace en Young Friends of the Earth Noorwegen, draait om tien vergunningen voor het zoeken naar olie in de Barentszzee. Noorwegen verstrekte die vergunningen in 2016 aan oliebedrijven, maar hield daarbij volgens de ngo’s te weinig rekening met het klimaat. Daarmee zou de regering mensenrechten hebben geschonden.
Nadat het Noors hooggerechtshof de ngo’s in december 2020 in het ongelijk stelde, stapten de actiegroepen in 2021 naar het hof in Straatsburg. Dat oordeelde dinsdag dat Noorwegen weliswaar geen mensenrechten heeft geschonden, maar benadrukte dat landen wél verplicht zijn om naar de klimaatimpact te kijken van nieuwe fossiele brandstofwinning.
Daarbij staat de vraag centraal hoe landen als Noorwegen die klimaatimpact precies berekenen. „De vraag is, welke uitstoot neem je mee?”, zegt Clemens Kaupa, docent rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). „Kijk je alleen naar de uitstoot bij het winnen van de olie, bijvoorbeeld het energieverbruik van je boorplatform? Of neem je ook de uitstoot mee van het verbranden van die gewonnen olie?”
Juist die laatste vorm van uitstoot, de zogeheten scope-3-uitstoot, is in Noorwegen een heikele kwestie. Het land loopt voorop in de energietransitie en haalt vrijwel al zijn elektriciteit uit schone bronnen. Maar het is ook veruit de grootste olieproducent van Europa. Het overgrote deel van die olie verkoopt Noorwegen aan het buitenland.
Het gevolg, zo blijkt uit het vonnis: 95% van de totale CO2-uitstoot als gevolg van de Noorse oliewinning vindt buiten Noorwegen plaats. Op die manier kan Noorwegen mooie sier maken met zijn klimaatbeleid, terwijl het miljarden verdient aan de fossiele uitstoot in andere landen.
Deze uitspraak brengt daar verandering in, en niet alleen voor Noorwegen, zegt VU-klimaatjurist Tim Bleeker. „Het hof maakt landen mede verantwoordelijk voor die uitstoot. Ze moeten inzichtelijk maken wat de klimaatimpact is van de verkochte olie en gas.”
Daar blijft het volgens Bleeker niet bij. Landen die zijn gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waaronder Nederland, moeten voortaan wetenschappelijk onderbouwen waarom de extra uitstoot als gevolg van de nieuwe olie- en gaswinning „verenigbaar is met hun verplichtingen onder het internationaal recht”.
Dat zal volgens de klimaatjurist niet makkelijk gaan. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag benadrukte onlangs dat landen alles moeten doen om klimaatopwarming te beperken tot 1,5 graad. Willen de landen dat doel halen, dan moet naar schatting 60 procent van de nu bekende voorraden olie en gas in de grond blijven zitten, becijferden wetenschappers in 2021. Voor steenkool is dat zelfs 90 procent.
De wetenschap is dus duidelijk, zegt Bleeker: er is nauwelijks ruimte voor nieuwe olie- en gaswinning. „Maar vooralsnog geven landen meer vergunningen af voor olie- en gaswinning dan past binnen het resterende koolstofbudget. Dat wordt met deze uitspraak een stuk moeilijker.”
In Noorwegen zijn van die nieuwe realiteit al voortekenen te zien. Hoewel het hooggerechtshof in 2020 Greenpeace en Young Friends of the Earth ongelijk gaf, stelde het wel dezelfde voorwaarde aan nieuwe olie- en gasprojecten als het Europees Hof nu doet. In 2024 vernietigde de rechter drie vergunningen, omdat de regering niet goed genoeg naar de klimaatimpact had gekeken.
Vanaf nu krijgen alle landen die lid zijn van het Europese mensenrechtenverdrag met deze regel te maken. Frode Pleym, hoofd van Greenpeace Noorwegen, noemde het oordeel „een grote stap voorwaarts”. „Het is een opluchting te zien dat het hof erkent wat de wetenschap ons al jaren vertelt: dat nieuwe olie- en gasvelden onze meest fundamentele mensenrechten bedreigen”, aldus Pleym.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC