De laatste twaalf uur vóór de verkiezingsuitslag zijn de ergste van de hele campagne voor lijsttrekkers die dreigen te verliezen. Potentiële opvolgers lopen zich al warm in de coulissen, maar ervaring is soms meer waard dan een frisse wind.
‘De kiezer geeft, de kiezer neemt, soeverein als de zee.’ VVD-voorman Jozias van Aartsen kondigde met die woorden zijn vertrek aan na de teleurstellende gemeenteraadsverkiezingen in 2006. Hij had zichzelf een ‘ondergrens’ opgelegd van 14 procent van de stemmen, maar haalde 13,8 procent. Exit Van Aartsen.
De afgelopen weken gingen bij de VVD weer verhalen rond over een ‘ondergrens’. Sommige VVD’ers zijn ervan overtuigd dat binnen de partijtop een minimumscore is vastgelegd waaraan Dilan Yesilgöz moet voldoen. Anders dreigt voor haar Van Aartsens lot.
Of dat klopt, is lastig te achterhalen. Cruciale beslissingen in de VVD worden in een uiterst select gezelschap genomen, waarbij de ex-zakenman Ben Verwaayen nog steeds een belangrijke informele rol speelt. De groep is zo klein dat de geschiedenis eenvoudig herschreven kan worden. Zo gingen er bij het vertrek van Mark Rutte in 2023 hardnekkige geruchten dat de premier nog een keer lijsttrekker had willen worden, maar dat de partijtop hem op andere gedachten bracht.
Na Ruttes vertrek werd het officiële verhaal – bevestigd door alle kopstukken – dat de premier op eigen houtje tot zijn besluit was gekomen na een ‘epifaan moment’. Iedereen gunde Rutte een eervolle aftocht in de geschiedenisboekjes.
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
Zeker is dat een enkele VVD’er het een maand geleden nog ‘ondenkbaar’ noemde dat Yesilgöz deze verkiezingen zou overleven, maar inmiddels vertoont de lijsttrekker tekenen van herstel. Als de uitslag meevalt, is het de vraag of iemand binnen de VVD zich het bestaan van een ondergrens nog kan herinneren.
De VVD is niet de enige partij waar is gespeculeerd over het lot van de lijsttrekker. GL/PvdA-leider Frans Timmermans is ervan overtuigd dat zijn partij woensdag de grootste wordt, maar wat als dat toch weer net niet gebeurt? Ex-GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver en de Amsterdamse PvdA-wethouder Marjolein Moorman maakten nooit een geheim van hun ambities voor het leiderschap. Ze moesten Timmermans in 2023 laten voorgaan en kregen volgens het boek Een links verhaal van Coen van de Ven als troostprijs een ministerschap toegezegd. Als die belofte voor de tweede keer op rij niet uitkomt, zal de onrust toenemen.
Tegelijkertijd is de PvdA het beste bewijs dat een leiderschapswissel lang niet altijd verlossing brengt. Vanaf 2006 werd bij elke landelijke verkiezing een nieuwe PvdA-lijsttrekker aangewezen, maar meestal liep het uit op een teleurstelling. Timmermans is pas de eerste partijleider in bijna twintig jaar tijd die een herkansing heeft gekregen.
Bij de SP pakten de leiderschapswissels evenmin goed uit. Emile Roemer werd zwaar bekritiseerd en stapte eind 2017 op. Opvolger Lilian Marijnissen kwam in de vijf jaar daarna niet in de buurt van zijn zetelaantallen. Na de vorige verkiezingen moest zij weer plaatsmaken voor Jimmy Dijk, maar ook hij is in zijn eerste campagne nog zoekende en in gevecht met tegenvallende peilingen.
Bij het CDA werd Wopke Hoekstra in 2021 op het paard gehesen als premierkandidaat, maar hij bleek niet voorbereid op het campagnegeweld. In debatten werd hij overtroefd door meer doorgewinterde tegenstanders, in interviews miste hij de vaardigheden om ad rem te reageren. Opvolger Henri Bontenbal boekte bij zijn eerste campagne in 2023 meteen het slechtste resultaat in de partijgeschiedenis van het CDA.
Er zijn tal van redenen om afscheid te nemen van een partijleider, maar de vraag is vooral hoe zwaar ervaring daarbij moet meetellen. Het lijsttrekkerschap is waarschijnlijk zwaarder dan ooit: geen enkele partij kan nog rekenen op een vaste achterban, het versnipperde medialandschap vraagt om uiterst diverse communicatieve vaardigheden, sociale media pompen iedere misser ongenadig rond, de onderlinge omgangsvormen zijn verhard. Zelden blijkt een nieuwe lijsttrekker daar bij de eerste campagnes klaar voor.
Tegelijkertijd is de kiezer zo wispelturig dat ook het oordeel over een lijsttrekker een momentopname is geworden. Geert Wilders leidde jarenlang een kwakkelend bestaan, maar kreeg in 2023 na enkele goede debatten plotseling weer het voordeel van de twijfel. Rob Jetten werd al vroeg afgeschreven als een clichés spugende robot, nu heeft hij zich opnieuw uitgevonden als frisse verschijning. Joost Eerdmans was jarenlang de ‘onpopulaire populist’, maar kan na ruim twintig jaar in de politiek alsnog hopen op een doorbraak. Bontenbal transformeerde in twee jaar tijd van sneue verliezer naar messias.
Ex-PvdA-leider Lodewijk Asscher – ook hij kreeg maar één kans – schreef in zijn memoires over de laatste uren van een campagne: er valt niks meer te doen, de adrenaline stroomt weg en de vermoeidheid slaat ongenadig toe. Veel lijsttrekkers zal het woensdag ook zo vergaan.
Voor de verliezers wachten na de uitslagen dan ook nog de vragende blikken van teleurgestelde partijgenoten. Wat nu? In de coulissen lopen mogelijke opvolgers zich misschien al warm, maar de verliezers hebben één ding op hen voor: alleen zij weten hoe het is om wekenlang onder extreme druk campagne te voeren. Die ervaring kan cruciaal zijn bij een nieuwe poging. Als die er komt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant