Nederland koerst volgens de slotpeilingen af op ongekend spannende verkiezingen, waarbij nog volstrekt onduidelijk is welke partij de nieuwe premier zal leveren. Driekwart van de stemmers twijfelt volgens Ipsos I&O nog op welke partij te stemmen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
De drie grootste partijen D66, GroenLinks-PvdA en de PVV zijn in de laatste peiling van Ipsos I&O even groot (23 virtuele zetels). In de peiling van EenVandaag/Verian is de PVV met 29 zetels duidelijk de grootste, al is de partij van Geert Wilders in die peiling afgelopen week wel 5 zetels gezakt.
De tweede partij is bij EenVandaag/Verian GroenLinks-PvdA, met 25 zetels. D66 steeg in deze peiling afgelopen week acht zetels en komt uit op 24. CDA en JA21 leveren bij EenVandaag/Verian ten opzichte van vorige week allebei vier zetels in. De foutmarge is hier een á twee zetels.
Onderzoekers van Ipsos I&O benadrukken dat ook het CDA (19) en de VVD (17) nog kunnen aanhaken bij de top drie. Deze slotpeiling laat ten opzichte van de peiling van zaterdag geen significante verschuivingen zien. De PVV zet de dalende trend voort en levert drie zetels in. De foutmarge is bij deze peiling drie zetels bij de grote partijen en een à twee zetels bij de kleine. Bij de kleine partijen stevenen 50PLUS (2 of 3 zetels) en FvD (6 zetels) in beide peilingen af op zetelwinst.
D66 heeft volgens Ipsos I&O de grootste ‘potentie’ van alle partijen, waarmee bedoeld wordt dat dit de partij is met het grootste aantal kiezers dat een stem erop in meer of mindere mate overweegt. Tussen GroenLinks-PvdA en D66 is volgens de onderzoekers nog veel uitwisseling mogelijk; deze partijen vissen deels in dezelfde kiezersvijver.
Overigens zijn er vaak grote verschillen geweest tussen slotpeilingen en de uiteindelijke uitslag. De PVV haalde bij de vorige Kamerverkiezingen 8 tot 10 zetels meer dan gepeild. Ook bij de andere landelijke verkiezingen tussen 2006 en 2023 was er minimaal één partij met vijf zetels verschil tussen slotpeiling en uitslag. In 2021 deed D66 het beter dan in de slotpeilingen, in 2017 en 2012 de VVD en in 2010 de PVV.
Dat zegt niet alles over de betrouwbaarheid van slotpeilingen, want die zijn, zoals alle peilingen, een momentopname en geen voorspelling van de einduitslag. Een verklaring voor het verschil kan ook zijn dat slotpeilingen een rol spelen voor kiezers die een strategische stem overwegen, bijvoorbeeld om een bepaalde partij de grootste te maken of een mogelijke coalitie aan de gewenste meerderheid te helpen. Een deel van de kiezers maakt de keuze pas op het allerlaatste moment, soms met de slotpeiling in de hand.
Nog steeds weet volgens Ipsos I&O maar 26 procent van de kiezers zo goed als zeker wat te stemmen, de rest twijfelt in enige mate of heeft nog geen idee.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant