Tentoonstelling Coba Ritsema en Barbara van Houten waren vergelijkbare schilderessen van dezelfde generatie. De een omringd door andere welgestelde ongetrouwde vrouwen in Amsterdam, de ander een teruggetrokken werkende eenling in Den Haag. Aan beide vrouwen is nu een tentoonstelling gewijd.
Barbara van Houten: Dode vogels (ets en drogenaald op papier, 50,2 x 65,2 cm, c. 1880-1893).
Barbara van Houten – In het licht van de Mesdags. Tot en met 18 januari 2026 in De Mesdag Collectie in Den Haag. Info: demesdagcollectie.nl
Coba Ritsema – Oog voor kleur. Tot en met 1 maart 2026 in het Frans Hals Museum in Haarlem. Info: franshalsmuseum.nl
Vroeg in het leven van schilderes en grafica Barbara van Houten (1862-1950) is er een scène die wel voor een biopic bedacht lijkt. Rond haar achttiende verblijft ze een jaar in Parijs om Frans te leren, kunstonderwijs te volgen en musea te bezoeken. Op een van haar omzwervingen door de stad wordt haar aandacht getrokken door een doos met etsbenodigdheden in een etalage, die ze in een opwelling koopt en waarmee ze meteen aan de slag gaat. Je ziet al helemaal voor je hoe ze thuis of in een grafiekwerkplaats de doos opent en in een flitsende montage koortsachtig etsplaten betekent, ininkt en afdrukt. Turen naar een proefdruk, dit toch nog iets donkerder en dat wat lichter, plaat opnieuw door de pers. Jonge heldin ontdekt haar bestemming.
Van Houten was als etser een natuurtalent, zo blijkt op een tentoonstelling over haar die nu in De Mesdag Collectie in Den Haag te zien is. De hele tweede zaal is aan haar grafiek gewijd. Een stilleven met petunia’s, dat een van haar eerste prenten moet zijn geweest, is al meteen een grafisch hoogstandje. De slappe flinterdunheid van de afzonderlijke bloemblaadjes wordt ons in etslijntjes meegedeeld en het boeket als geheel wordt samengebonden door een schemering van arceringen waarin de donkerste bloemen bijna oplossen en de lichtste zo gebroken wit zijn als het papier. Een ets van twee dode vogels is zo gedurfd diepzwart gedrukt dat je even denkt aan de nieuwsbeelden van besmeurde zeevogels na een ramp met een olietanker. Ondertussen is het zwart hier natuurlijk geen gelekte olie maar fluwelige drukinkt, en krijgt het in de onderkant van een vleugel tegenspel van, wederom, het onbedrukte papier.
In vrijwel al haar etsen is Van Houten zo met licht-donkercontrasten bezig. Verschillende figuren poseren in het tegenlicht van een raam, een scheepsmodel staat in theatraal strijklicht in een schildersatelier en er is ook een serietje etsen van een interieur bij lamplicht. Daarin beschijnt de gaslamp aan het plafond de bladzijden van een boek en reflecteert ze in een spiegel: allemaal witte accentjes in een bijna zwart beeld.
Barbara van Houten: Atelier van Hendrik Willem Mesdag (ets op papier, 45,5 × 28,7 cm, ca. 1880-1910).
Barbara van Houten: Gezicht in tuin, 1875-1931, waterverf, potlood en krijt, 48,3 × 28,7 cm.
Overigens is het afgebeelde interieur een van de vertrekken waarin Van Houtens werk wordt geëxposeerd, want ze was een nichtje van het Haagse kunstenaarsechtpaar Hendrik Willem Mesdag en Sientje Mesdag-van Houten. Als jonge vrouw woonde ze enkele jaren bij hen in het statige huis aan de Laan van Meerdervoort dat later Museum Mesdag zou worden, nu De Mesdag Collectie. Al vanaf haar kinderjaren stimuleerden oom en tante Mesdag haar om te tekenen en schilderen en als beginnend kunstenaar werd ze door hen in de kunstwereld geïntroduceerd. Ze maakte ook reproductieprenten van tekeningen en schilderijen in hun kunstcollectie.
Aan haar veelbelovende beginjaren kwam een einde toen de tweede echtgenote van haar vader, de politicus Samuel van Houten, op het kraambed stierf en Barbara als oudste, ongetrouwde dochter de zorg voor het huishouden en haar halfbroertje en -zusje op zich moest nemen. Dankzij de Mesdags kon ze daarnaast toch ook blijven werken, in een atelier dat zij in 1891 voor haar lieten bouwen bij het Panorama Mesdag. Maar de kunst kwam op een lager pitje te staan.
Pas na de dood van haar vader in 1930 – ze bleef de rest van zijn leven voor hem zorgen – kon Van Houten zich weer volledig en ongeremd aan haar werk wijden. Met etsen was ze in 1910 al gestopt; haar late werk bestaat uit schilderijen, aquarellen en tekeningen, nog steeds van figuren, interieurs en stillevens, nu in bonte kleuren in plaats van dramatisch zwart-wit. Op een zelfportret kijkt een strak dichtgeknoopte oudere dame met een pompeuze hoed ons scherp en ernstig aan, met één opgetrokken wenkbrauw en een wat verbeten trekje om haar mond dat zegt: en nu is het eindelijk mijn beurt. Geen tijd te verliezen. Ze werkte nog twintig jaar onvermoeibaar, tot haar dood op 88-jarige leeftijd, maar de laatste zaal van de tentoonstelling wekt de indruk dat ze de achterstand nooit meer helemaal inliep. Het late werk mist de soliditeit of voldragenheid die je van laat werk verwacht.
Barbara van Houten – In het licht van de Mesdags past in een trend van tentoonstellingen over vrouwelijke Nederlandse kunstenaars uit de decennia rond 1900 die lang ondergewaardeerd zijn gebleven. In museumzalen en kunstboekenwinkels verschijnen steeds vaker de namen van kunstenaars als Suze Robertson, Julie de Graag, Betzy Akersloot-Berg, Thérèse Schwartze, Jacoba van Heemskerck (nu in het Haagse Kunstmuseum), Jo Koster (nu in Museum Gouda) en Edith van Leckwyck (nu in Museum Drachten).
Barbara van Houten: Zelfportret (olieverf op doek, 77 × 67,8 cm, 1920-1950).
Het Frans Hals Museum in Haarlem presenteert nog deze hele winter een tentoonstelling over Coba Ritsema (1876-1961), een schilderes die wel wat aan Barbara van Houten verwant is. Ook Ritsema kwam uit een kunstzinnige familie met een Haagse School-connectie; de landschapschilder Paul Gabriël was een huisvriend. Ook Ritsema werd opgeleid aan (onder meer) de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. En ook zij werd een vrouw in de kunst toen de kunst voor vrouwen ontoegankelijker was dan voor mannen. Ze mochten op de academie bijvoorbeeld niet naar mannelijk naakt tekenen en het werd ook onfatsoenlijk gevonden wanneer ze er in hun eentje op uit trokken om buiten te werken – een reden waarom Ritsema zich net als Van Houten beperkte tot (geklede) figuren, stillevens en interieurs.
Of combinaties van die drie, zoals Ritsema’s beste schilderij op de tentoonstelling in Haarlem, Voor den spiegel (ca. 1902). In een kamer met een Perzisch tapijt, twee stoelen en een tafeltje vol spullen zit een vrouw in een gele jurk en een wit jasje met een gele strik. Ze kijkt van ons weg, de spiegel in die achter haar hangt.
Het is een fijn schilderij dat je blik voortdurend in beweging houdt, langs de kleding en het stilleven op tafel naar het gezicht in de spiegel en via het achterhoofd weer terug naar het witte jasje met het zwarte biesje. De compositie werkt ook goed vanwege de harmonieuze verdeling van kleuren: de verschillende tinten geel en rood-bruin in combinatie met de blauwe accenten in het kleed, de tekening achter de spiegel, de pauwenveer en de ronde vaas in het stilleven. Kleur was Ritsema’s sterkste punt; de vorm zwabbert bij haar nog weleens, net als bij haar oudere collega en geestverwant George Hendrik Breitner, die haar geen les maar wel regelmatig ‘raadgevingen’ gaf.
Coba Ritsema: Voor den spiegel (olieverf op doek, 73 x 52 cm, ca. 1902).
Coba Ritsema was volgens veel tijdgenoten de begaafdste van een groep van acht bevriende schilderessen die van de criticus Albert Plasschaert de naam de Amsterdamse Joffers kreeg – een joffer was een welgestelde ongetrouwde vrouw. Deze ‘paletvriendinnen’ studeerden voor een deel samen en trokken daarna veel met elkaar op, exposeerden in groepsverband en poseerden voor elkaar. Op de tentoonstelling hangen twee portrettekeningen die Ritsema maakte van Nelly Bodenheim, een mede-Joffer met een leuk Maggie Smith-achtig hoofd. Dat gezamenlijke van de Joffers zou niets voor Barbara van Houten zijn geweest, die in een interview zei:„Vriendinnen, die kun je niet hebben, als je werken moet, dat legt te veel beslag op je tijd.”
Coba Ritsema: Portret van Nelly Bodenheim (krijt op papier, 56×3 x 46,5 cm, , ca. 1900-1920).
Bij de Ritsema-tentoonstelling verscheen de eerste substantiële monografie over haar. De tentoonstelling over Van Houten moet het helaas zonder catalogus stellen. Wel verscheen eerder deze maand bij uitgeverij De Nieuwe Haagsche het boekje Barbara van Houten en de Mesdags – Het mooie is het leven dat langs je stroomt van Margreet den Buurman, een biografie waarin veel aandacht wordt besteed aan de families Van Houten en Mesdag.
Toch zou er ook van Barbara van Houten nog een echte monografie moeten komen, met breder uitgemeten afbeeldingen en een catalogus van alle etsen. Want wanneer straks de tentoonstellingen zijn afgelopen en de werken teruggaan naar de depots, blijven zulke publicaties beschikbaar. Als al het nieuw ontdekte materiaal over leven en werk niet te boek wordt gesteld, dreigt het gevaar dat de kunstenaars terugzakken in de vergetelheid waar ze nu juist met zorg en inspanning uit waren getrokken.
Coba Ritsema, Liggende vrouw op een bank (olieverf op doek, 58 x 77 cm, ca. 1900-1910).
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC