Tentoonstelling Bretonse strepen, vissershoedjes en kabeltruien. De eerste modetentoonstelling van het Scheepvaartmuseum laat zien dat de invloed van de maritieme wereld op de mode groot is.
Blauw-wit gestreepte matrozentruien, oorspronkelijk gedragen door Bretonse vissers en sinds 1858 vast onderdeel van matrozenuniforms bij de Franse marine zijn inspiratie voor mode.
Oceanista – Fashion & Sea. Tot en met 12/4 in het Scheepvaartmuseum in het Amsterdam. Info: hetscheepvaartmuseum.nl
4 ballen
In liefst vijf grote Nederlandse musea zijn op dit moment modetentoonstellingen te zien. Het Kunstmuseum in Den Haag en de Kunsthal in Rotterdam wagen zich wel vaker aan kleding, maar het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft voor het eerst sinds zijn opening in 1922 een modetentoonstelling.
Bij Oceanista – Fashion & Sea is kleding te zien die je elke dag op straat tegenkomt, maar die hun oorsprong in de garderobe van zeelieden vindt: blauw-wit gestreepte truien, gele regenjassen, gebreide kabeltruien, vissershoedjes.
Het museum nam de tentoonstelling over van het Deense M/S Maritime Museum, maar voegde meer dan de helft van alles wat er te zien is zelf toe. Dat viel niet mee, want het Scheepvaartmuseum had niet eens een gebreide visserstrui in de collectie. De tentoongestelde truien uit plaatsen als Urk, Volendam en Scheveningen – met elk zijn eigen kenmerkende breisteken en patronen – moesten geleend worden bij het Zuiderzeemuseum en het Openluchtmuseum.
De nadruk van de tentoonstelling ligt op hedendaagse modeontwerpers die zich door de maritieme wereld laten inspireren. De selectie ontwerpers is – zeker voor een museum zonder modecurator – opmerkelijk actueel en goed doordacht. Er zijn internationaal succesvolle Nederlandse ontwerpers als Duran Lantink, Iris van Herpen, Camiel Fortgens en Botter te zien. Maar ook de hippe rubberen en op traditionele vissersjassen geïnspireerde jassen van Kassl Editions die in de Randstad al een paar jaar veel gedragen worden. Uiteraard zijn er veel ontwerpen van Jean Paul Gaultier, die zich van de jaren tachtig tot zijn pensioen in 2020 liet inspireren door blauw-wit gestreepte matrozentruien, oorspronkelijk gedragen door Bretonse vissers en sinds 1858 vast onderdeel van matrozenuniforms bij de Franse marine. Er is een top met tattooprint van Maison Margiela, want ook tatoeages bereikten Europa via de scheepvaart.
Maar de tentoonstelling kijkt verder dan vorm en stijl. Er is een jurk van Tevin Blancheville met daarop de vlaggen van alle landen met een koloniale geschiedenis. De opblaaszwemband om de taille is een referentie naar bootvluchtelingen. Er komen zware thema’s aan bod als de vervuiling die de kledingindustrie in de oceaan veroorzaakt en de slavernij die gepaard ging met de textielhandel van de VOC en de WIC. Dat blijkt prima te combineren met de van pailletten gemaakte kapiteinspakken die de Toppers droegen tijdens The Love Boat Edition (2012) van hun jaarlijkse concertreeks in de Johan Cruijff Arena.
Historische kledingstukken zijn in de minderheid. Er is een matrozenpet uit de jaren zestig, waar aan de binnenkant een pasfotootje van een knappe jonge vrouw vastgeplakt zit. Een witte katoenen matrozenbloes waar met de hand een ankertje op geborduurd is. En een veel gedragen gele oliejas – de eerste maritieme regenjassen werden gemaakt door katoen te drenken in een mengsel van lijnolie, bijenwas en terpentijn – met bijpassende zuidwester. Jammer, want juist deze items smaken naar meer.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC