Atlassen Dit bergenboek brengt de vroege helden van de cartografie tot leven. Zoals een Fransman die zo onder de indruk was van de Mont Blanc dat hij 21 zomers in de Alpen doorbracht.
Mont Pelvoux in het Écrinsmassief.
DMFF, 224 blz., 39,95 euro.
Eén van de aangename eigenschappen van atlassen is dat je er zo goed bij kunt wegdromen: je hoeft ze maar op een willekeurige pagina open te slaan om je opeens in een heel andere uithoek van de wereld te bevinden. Ook het boek Mapping the Mountains van geograaf Andrew Davies bevat een schat aan fraaie kaarten – neem alleen al die van de Grum-Grzhimailo-gletsjer in Tadzjikistan, het Rwenzori-gebergte in de Democratische Republiek Congo en het Franse Mont Blanc-massief. Maar te midden van die ruim 100 kaarten gaat het Engelstalige boek ook de diepte in, met teksten over de geschiedenis van de cartografie.
Zo beschrijft Davies de expeditie waarbij de Britse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley eind negentiende eeuw op de legendarische ‘Maanbergen’ stuitte. Die bergen waren door de vroege cartograaf Ptolemaeus al rond het jaar 100 na Christus vermeld en de besneeuwde toppen zouden de Nijl van smeltwater voorzien. Maar ze bleken lang onvindbaar, tót Stanley erop stuitte en ze Rwenzori doopte – die transcriptie kwam het meest in de buurt bij de naam die de inheemse bevolking eraan gaf.
Of neem de achttiende-eeuwse William Roy, die met een stok, een ketting en een kompas de Britse cartografie op de kaart zette. Sommige van zijn metingen waren zó nauwkeurig dat ze zelfs nu nog gebruikt worden.
Negentiende-eeuwse kaart van de Ecrins in de Franse Alpen, inclusief Mont Pelvoux, een 3.946-meter hoge berg.
Een route die lokale cartografen in Nepal hebben afgelegd in opdracht van de Britten.
Davies brengt diverse van die vroege helden van de cartografie tot leven in zijn boek, waarbij de nadruk ligt op mannelijke Europese cartografen (met een extra focus op cartografiewalhalla Zwitserland). Vrouwen ontbreken nagenoeg, omdat ook in die wereld het principe van gendergelijkheid nog nauwelijks bestond, schrijft hij in het voorwoord – al zijn pioniers als Fanny Bullock Workman het vermelden waard. Zij beklom met haar echtgenoot in 1906 als eerste de 6.930-meter hoge Pinnacle Peak in de Himalaya – destijds was voor zover bekend geen vrouw ooit hoger geweest. Ook namen ze samen deel aan expedities.
De eerste paar hoofdstukken van het boek zijn gewijd aan de onderliggende cartografische principes, zoals de triangulatie of driehoeksmeting (waarbij kennis over afstanden wordt vergaard uit gemeten hoeken), maar de wetenschapsgeschiedenis voert de boventoon. Vaak gaat het om een levenslange toewijding: neem het verhaal van Paul Helbronner, die eind negentiende eeuw op jonge leeftijd zo onder de indruk was geraakt van de Mont Blanc dat hij maar liefst 21 zomers in de Franse Alpen doorbracht om ze te karteren.
Ook Davies zelf raakte overigens al vroeg bevangen door hoogtekoorts: hij groeide op in Engeland en studeerde cartografie aan de universiteit van Newcastle. Daarna verruilde hij de Engelse moors voor het Zuid-Limburgse heuvelland. Sinds 2011 is hij betrokken bij de jaarlijkse organisatie van het Dutch Mountain Film Festival in Heerlen, dat dit jaar van 4 tot en met 9 november plaatsvindt. Het boek is geïnspireerd door een tentoonstelling die hij in 2019 voor het eerst voor datzelfde festival maakte en nu in gewijzigde vorm wederom te zien is, ook onder de titel Mapping the Mountains.
Andrew Davies.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC