Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Het zal een fase zijn. Het is midden in de nacht, vaal licht schijnt door het kiepraam naar binnen. ‘Hoi pap’, zegt ze. Het matras ligt al klaar, zoals we hadden afgesproken. Onder haar ene arm haar deken, onder haar andere haar kussen. Toen we verhuisden, hebben we de zolderverdieping omgebouwd naar twee slaapkamers. Een voor haar, een voor haar zusje. Dik twee jaar verder zijn we nu en in de slaapkamers wordt niet geslapen. Behalve door mij.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Liever slapen ze een verdieping lager, samen in het logeerbed. Omdat ze liever samen slapen en het fijner vinden ‘om op dezelfde verdieping’ als hun ouders te slapen. Alleen slaap ik dan nu weer regelmatig op zolder, omdat ik schijn te snurken. Ingewikkeld. Hoe dan ook. Ze staat er ook altijd op dat ik, als ik haar eenmaal heb ingestopt, nog minstens twee keer bij haar kom kijken. En als ze nog niet slaapt als ik naar boven ga, moet ik haar beloven dat ik nog zeker een uur ga lezen. Ze wil namelijk niet als enige wakker zijn.
De laatste tijd heeft ze wat meer moeite met inslapen. ‘Wat als het niet lukt?’, vraagt ze me dan. ‘Dat is niet erg’, antwoord ik. ‘Dan ga je gewoon rustig liggen en aan leuke dingen denken.’ Zoals die ene keer dat we samen naar Parijs gingen, of wat je zou doen als je later je eigen manege met je eigen paarden hebt.
Elke keer lukt het, maar elke avond opnieuw is ze bang dat het niet gaat lukken. De angst gaat een eigen leven leiden. Vorige week bleef ze bij een vriendinnetje slapen, maar had ze de hele dag buikpijn. ‘s Avonds moest ik van mijn luie reet komen om haar op te halen. Beteuterd stond ze op me te wachten, met haar koffertje. ‘Vind je het stom pap?’, vroeg ze in de auto. Natuurlijk niet, gek. Eigenlijk alleen maar gezelliger dat je gewoon thuis slaapt. Je hebt het geprobeerd, daar gaat het om.
Het liefst wil ze nu elke nacht bij haar moeder of mij slapen. Maar we hebben afgesproken dat ze sowieso in haar eigen bed begint en pas als ze te lang wakker ligt, naar ons toe komt. Dus nu staat ze hier, in het holst van de nacht, in de deuropening. ‘Kom maar liggen lieverd.’
Ze pakt een knuffel, slaat de deken om zich heen en kruipt zo dicht mogelijk tegen mij aan. Het stormt buiten. Windstoten doen het schuine pannendak fluiten. Soms stortregent het even en klinkt het alsof er een zak knikkertjes op het dakraam geleegd wordt. Dan pakt ze mijn hand vast, vouwt haar vingers in de mijne en slaapt weer verder. Het zal een fase zijn. Mag best nog even duren.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant