Georgio, Simba en Susi Mosis | Auteurs De familie Mosis heeft de wijsheden en codes van de apinti, de traditionele drum van de Surinaamse marrons, toegankelijk gemaakt in het boek Apinti – De sprekende drum van de marrons. „In onze cultuur is het niet genoeg om alleen het verhaal te onthouden, er komt ook muziek bij, melodie, geluiden van het bos.”
Simba (links), Georgio en Susi Mosis schreven samen met hun vader André 'Apinti – De sprekende drum van de marrons'.
‘Kri-Genden – Kri-Genden – Kri-Genden.” Drummer Georgio Mosis spreekt de traditionele aanhef aan het begin van het interview uit als een onomatopee – een klanknabootsing. Daarna speelt hij hetzelfde ritme op de apinti, de traditionele talking drum van de Surinaamse marrons. Elke lettergreep is een andere slag. Wie de drumtaal kent hoort de apinti zeggen: Attentie! De dialoog is begonnen.
De marrons van Suriname zijn de nazaten van door Nederlanders gedeporteerde Afrikanen die hun vrijheid hervonden in het binnenland van Suriname. De versierde taps toelopende drum van cederhout is hét communicatiemiddel in de cultuur – de apinti vertelt verhalen, geeft boodschappen door tussen dorpen, hoogwaardigheidsbekleders en geesten. De drumtaal ontstond in het geheim, als verzetsmiddel tegen onderdrukking en slavernij. Voor het eerst zijn die eeuwenoude wijsheden en codes breed toegankelijk gemaakt in het boek Apinti – De sprekende drum van de marrons, geschreven door André Mosis (70) en zijn kinderen Georgio (49), Susi (43) en Simba (43).
De drumtaal is moeilijk te doorgronden en vereist jarenlange training en opvoeding. Apintimannen (drummers) kunnen praten zonder mond. Als Georgio de onomatopee Okilimini-wado-gligi-segedegi drumt, horen marrons: „De veren doen de vogel groter lijken dan hij is.” Ze weten dan dat hij zijn leider waarschuwt authentiek te blijven en de gemeenschap te dienen. Een apintiman kan ook nadenken op de drum, Georgio wrijft met zijn handen over het hertenvel, er klinkt een soort ‘ehm’. Maar de drum kan tevens vragen om rum, om dansers, hij kan families welkom heten en opdrachten geven.
Om het begrijpelijker te maken voor de moderne stadsmens staat het boek vol QR-codes die verwijzen naar video- en audiocontext. Georgio: „We zagen al snel dat tekst alleen niet genoeg is om de wijsheden van onze voorouders door te geven. Juist moderne technieken sluiten veel beter aan bij onze orale tradities die we aan een volgende generatie overdragen. In onze cultuur is het niet genoeg om alleen het verhaal te onthouden, er komt ook muziek bij, melodie, geluiden van het bos.”
Meesterdrummer, dichter en beeldend kunstenaar André Mosis.
De apinti-cultuur is uniek in de wereld, maar wordt met uitsterven bedreigd. Eeuwenlang is geprobeerd marrondorpen te kerstenen, daarna volgde een migratiestroom naar de stad en nu worden traditionele dorpen bedreigd door houtkap en goudwinning. Het is een wat gesloten cultuur met sterke tradities, zoals een strikte hiërarchie en sekserollen die maar langzaam veranderen. Vrouwen zijn de hoeders van de drumcodes. Als de man ze vergeet, schieten zij te hulp. Maar zelf drummen, dat doen vrouwen nauwelijks.
Toch verandert er wat, zowel in Suriname als Nederland. Tot verrassing van de kinderen laat hun vader André Mosis het interview bijvoorbeeld op het laatste moment aan hen over. Dat is zeer tegen de traditie in, gewoonlijk zou de gerespecteerde meesterdrummer, dichter en beeldend kunstenaar zelf altijd het voortouw nemen. Maar vandaag draait het om kennisoverdracht, verklaart hij. Ofwel A koni di na e paati anga tawan, e lasi saafi-saafi te a kaba eke wan singi di na e singi moon. Kennis die niet gedeeld wordt, sterft stilletjes als een lied dat nooit gezongen wordt.
Het gesprek vindt plaats tijdens de Dag van de Marrons, waarop het sluiten van het eerste vredesverdrag van 10 oktober 1760 wordt gevierd. Dat was het moment waarop het Nederlandse gezag in Suriname voor het eerst de vrijheid en het grondgebied van een groep gedeporteerde Afrikanen erkende – de Okanisi, de marrongemeenschap waartoe ook de familie Mosis behoort. 265 jaar later wordt het gevierd met een bijeenkomst in de kantine van de Surinaamse voetbalvereniging Faja Lobi in Utrecht. Langs de velden staan eetkramen, vrijwel alle bezoekers dragen pangi’s, kleurrijke lappen stof van de marrons, en de hele dag wordt er gedanst op heftige ritmes.
Simba: „Het kan simpelweg niet zonder. Onze vader heeft de bijeenkomst vanochtend geopend in het bijzijn van hoogwaardigheidsbekleders en spiritueel gezag. Met de drum brengt hij een ode aan de voorouders. Zij zijn strijders geweest.”
Georgio: „De apintiman drumt dan een code die zegt: er gaat iets plechtigs gebeuren. Hij verwelkomt families. Zij horen hun code en reageren. Zie het als een oeroude radio. Driehonderd jaar geleden ging het ook al zo bij ontmoetingen tussen verschillende dorpen.”
Georgio drumt een paar korte slagen. Meteen schudt Simba haar handen los.
Simba: „Hij vraagt me om klaar te staan. Hij drumt de code die vrouwen uitnodigt om te dansen. In een modernere context kan het een muziekinstrument zijn voor plezier. Maar oorspronkelijk, in de periode van de plantage-economie, was het vooral een strijdmiddel. De apinti werd gebruikt om afspraken te maken en te kunnen ontsnappen.”
Georgio: „Tijdens een dans heeft de apintiman bovendien nog altijd een spirituele connectie. Hij kan bepaalde spirits oproepen, als hij ziet dat er dansers zijn die daarvoor ontvankelijk zijn.”
Simba: „Er is geen verbod, maar het komt eigenlijk niet voor.”
Simba: „Ik wil het graag, laat ik het maar gewoon zeggen. Ik vind het heel leuk en ik wil in de leer bij een basia kang, een leermeester. Het is in de westerse wereld belangrijk dat een vrouw zo’n positie kan innemen. Ik sta ervoor open om het te leren.”
Simba: „Er zal meer ruimte voor komen in de gemeenschap. Nu zie je geen vrouwen die bij officiële gelegenheden apinti spelen. Het begint ermee dat meer vrouwen het gaan vragen.”
Susi: „Het is een proces, je ziet dat jongens van jongs af worden opgeleid, terwijl vrouwen bijvoorbeeld de pangi’s maken. Maar in ons boek vertellen we het verhaal van Ma Odyuwabunsu, zij was degene die de eerste apinti-drum maakte. Het begon bij een vrouw. Waarom zou zij dan niet degene zijn die hem bespeelt? Wij zijn de generatie die daar verandering in kan brengen.”
Een apintiman bespeelt zijn instrument in Utrecht.
Georgio: „We hebben te maken met systematische uitsluiting. We zijn al sinds 1760 soevereine mensen, maar dat heeft ons ook wat gekost. We leefden geïsoleerd in het bos. Mijn opa is pas van de eerste generatie die in Paramaribo kwam. Mijn vader kreeg een westerse naam, André Mosis, om geaccepteerd te worden. We werden als domme bosmensen afgeschilderd die geen Nederlands spraken. Dat stigma is er nog steeds. We worden geassocieerd met criminaliteit, drugs, dat soort dingen.”
Simba: „Dat men marrons niet koppelt aan verzet en vrijheid komt doordat die verhalen nauwelijks zijn verteld in Suriname. Dus ook de Afro-Surinaamse bevolking heeft onbewust meegekregen dat marrons achterlijk zouden zijn.”
Simba: „Het bos was onze apotheek, onze supermarkt, daar lag letterlijk alles wat we nodig hadden om te leven.”
Georgio streelt de drum die zachtjes lijkt te spinnen. „Osiosi – koobua – besuankama – wataa – dyande. Zo noemt hij zichzelf. De drum zegt wie hij is: ik besta uit cederhout, touw en hertenvel.”
„Ja, dat is de code die hij voor zichzelf heeft. Als je de drum bespeelt, ontstaat een soort mens-instrumentsymbiose. Ik weet niet goed hoe je dat moet uitleggen, je maakt contact met de natuur en de drum leidt je in het spel.
„De apinti heeft een geheugen, zoals ook het bos een geheugen heeft. Als ik met mijn oma naar ons kostgrondje in Suriname liep, dan was zij altijd bezig met bio-akoestiek. Zij luisterde naar de omgeving om die te snappen. De apinti bootst die klanken na. We hebben een uitdrukking die zegt: de bomen zijn de botten van onze voorouders. Het is circulair denken. Onze voorouders zijn daar begraven en we geloven in reïncarnatie.”
Ter afsluiting laat Georgio de apinti nog een keer spreken. „Dit is het einde van een dialoog, met respect en dankbaarheid.
Boobi-abla, gin-gligi-segedegi-gin!”
Het boek Apinti – De sprekende drum van de marrons (Uitgeverij De Meent) komt deze week uit.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC