De Zweedse acteur Björn Andrésen, bekend van de film Death in Venice (1971), is op 70-jarige leeftijd overleden. Na de bejubelde rol die hem wereldfaam opleverde, was een normaal leven voor Andrésen niet meer weggelegd.
schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.
De kleine blonde prins is dood. Hij is overleden in zijn woonplaats Stockholm. Björn Andrésen was inmiddels al 70, maar zijn naam blijft voor altijd verbonden met Death in Venice (1971), het meesterwerk van Luchino Visconti (1906-1976). Daarin speelde hij de tiener Tadzio die uitgroeit tot object van begeerte voor de oude componist Gustav von Aschenbach (toprol van Dirk Bogarde). In de novelle van Thomas Mann was hij nog een romanschrijver geweest, maar door de regisseur werd het personage gemodelleerd naar Gustav Mahler.
Het is een diepe tragedie. De oude componist kan zijn ogen maar niet afhouden van de engelachtige Tadzio die met zijn familie in hetzelfde Grand Hotel des Baines logeert aan het Lido. Buiten is het niet pluis, want er waart een cholera-epidemie door Venetië, al zijn de meeste passanten daar niet van op de hoogte.
Met een hervonden elan door zoveel schoonheid haalt Gustav de vreemdste fratsen uit. Hij gaat naar de kapper, laat zijn haar verven, en zijn gezicht pamperen, alles om er jonger uit te zien. Zijn dagdromen zullen niet worden beantwoord, want uiteindelijk spreken de jongen en hij elkaar niet. Gustav gaat naar het verlaten strand, en sterft in zijn strandstoel aan een hartaanval, terwijl Tadzio van een afstandje toekijkt. Mahlers Adagietto (uit zijn Symfonie nummer 5) doet de rest.
‘De mooiste jongen ter wereld’, zo noemde Luchino Visconti zijn protégé Björn Andrésen. Het was nog een hele zoektocht geweest want op die castingdag in Stockholm was hij de vijfde, zesde kandidaat. Grijze ogen, lang blond haar, ja, dat was Tadzio. De jongen ook blij, maar achteraf was het helemaal zo’n leuke ervaring niet.
Zoveel werd wel duidelijk uit de documentaire The Most Beautiful Boy in the World uit 2021 (regie: Kristina Lindström en Kristian Petri). Björn Andrésen was naar Amsterdam gekomen ter promotie, inmiddels 67, en voorzien van een woeste haardos en dito grijze baard. Kort gezegd zat een normaal leven er na die bejubelde rol niet meer in. Zoals recensent Floortje Smit in deze krant observeerde: ‘De documentaire toont aan wat er gebeurt als je een tiener wereldfaam bezorgt en hem vervolgens aan zijn lot overlaat.’
Niemand keek meer naar hem om. Hij deed wat modellenwerk in Japan, probeerde het in de popmuziek, speelde in een paar Zweedse films, maakte nog eens een comeback in de Amerikaanse horrorfilm waaronder Midsommar (2019), maar het werd toch vooral een verhaal van depressies, drank en drugs en om het nog wat erger te maken bleek uit de documentaire dat hij grotendeels werd opgevoed door zijn oma. Zijn vader kende hij niet, en zijn moeder pleegde zelfmoord toen hij 10 was.
Zou hij Death in Venice nog hebben teruggekeken? ‘Heel erg vaak. Mensen willen de film ook vaak met me zien, dat is zeker tien keer gebeurd. Maar ik val vaak in slaap.’
Source: Volkskrant