Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Arend Voogt (41) kwam als lid van het Team Parate Eenheid midden in een schietpartij terecht.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Het was Tweede Kerstdag. Ik was lid van het Team Parate Eenheid, dat gevaarlijke verdachten opspoort en aanhoudt. Leden van dat team opereren vaak in burger, dus niet in uniform. Het was heel rustig op het bureau in Rotterdam, ik ging met een collega avondeten halen in een onopvallende Volkswagen Golf.
‘Onderweg hoorden we de melding van een opstootje op een kinderspeelplein in het centrum. Een voorbijganger had 112 gebeld en gezegd dat daar drie mannen in donkere kleding waren, van wie er eentje had geroepen: ‘Ik ga schieten!’
‘Dat is hier om de hoek’, zei ik, en op dat moment zag ik drie mannen lopen die aan het signalement voldeden. We wilden ze heimelijk volgen, maar geüniformeerde collega’s kwamen al ter plaatse en hielden dat drietal staande. Om ze de ruimte te geven, reed ik achteruit.
‘En toen gebeurde het. Terwijl ik achteruit dat speelpleintje opreed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel plotseling een man met een pistool. Hij richtte en begon op twee mannen te schieten. Ik zag het mondingsvuur uit zijn loop komen. Door de korte afstand was onze Golf midden in zijn vuurlijn gekomen. Vervolgens richtte hij op ons.
‘De auto uit!’, riep ik. Ik stapte uit aan de zijde waar die schutter stond, hield dekking achter de autodeur, trok mijn pistool, riep: ‘Politie! Laat dat wapen vallen!’, en loste een waarschuwingsschot. Ik wist: mijn volgende schot is gericht. Want één ding staat voorop: dit geweld moet stoppen. Daarvoor ben ik getraind.
‘Ik stond vol in zijn schietveld. Ik heb nog nooit zo’n hoog stressniveau gehad, raakte hypergefocust. In fracties van seconden schoten allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik besefte twee dingen – één: binnen nu en 2 seconden ziet mijn leven er heel anders uit, en twee: als ik misschiet, schiet ik misschien een woonkamer in waar nu families Kerstmis zitten te vieren.
‘Op het moment dat ik richtte, rende hij weg en dook na een paar meter neer met het wapen nog in zijn hand. De geüniformeerde collega’s hoorden schoten en kwamen aanrennen. Terwijl ik naar een betonnen muur sprintte om dekking te zoeken, stond de schutter weer op en begon op de politie te schieten.
‘Dat gaat allemaal veel sneller dan ik het nu vertel, want wat ondertussen ook nog gebeurde: ik was dus niet geüniformeerd. De collega’s die kwamen aanrennen zagen mij, een gewone man met gewone kleren en een gewone auto die met een wapen staat te zwaaien. Qua kleding voldeed ik aan het signalement van de verdachten.
‘Ik maakte oogcontact met een van hen, die mijn blik gelukkig begreep en knikte: jij hoort bij ons. Er werd over en weer geschoten, dertien keer in totaal. Door de drukgolven gingen overal autoalarmen af. De schutter werd geraakt, liet zijn wapen vallen en zakte achterover in elkaar.
‘Ik rende terug naar de Golf, haalde mijn zware vest eruit en rende weer naar die muur. Uit alle hoeken klonken sirenes en kwamen collega’s. Met een hondengeleider naderde ik de schutter om hem aan te houden en hulp te verlenen, maar op dat moment rende een hysterisch gillende vrouw uit de flat, die het wapen oppakte. Ze bleek de vriendin van de schutter. Toen begon het hele verhaal opnieuw: ‘Politie! Laat vallen dat wapen!’ Weer klonken er waarschuwingsschoten en moesten wij dekking zoeken.
‘Uiteindelijk kalmeerden collega’s haar en kon ik me richten op het levensreddend handelen; ik ben ook opgeleid in het verlenen van hulp bij catastrofaal en traumatisch letsel. We knipten de kleren van het slachtoffer open en hebben alles gedaan wat we konden om het bloeden te stelpen. De plas bloed onder zijn rug werd steeds groter. Ik zag zijn ogen wegdraaien, zag zijn doodsstrijd. Hij is met een ambulance afgevoerd en heeft het overleefd. Gelukkig, ook voor de collega’s die op hem hadden geschoten.
‘Eenmaal thuis komt het moment dat je op de bank zit en alles indaalt. Had ik dingen anders kunnen of moeten doen? Wat betekent dit voor mij? Ik moest omschakelen van de extreemste geweldssituatie naar levensreddend handelen. Ik zag later op camerabeelden dat er tijdens die schietpartij gewoon kinderen zaten te schommelen. En het was Kerstmis, een feest van vrede. Heel surreëel.
‘Die ene melding was voor mij een omslagpunt. Ik ben goed getraind voor dit soort situaties, maar hoe zit dat met collega’s? Ik ben coach mentale en morele weerbaarheid geworden en besteed nu aandacht aan de mens achter het uniform, aan de offers die je in ons vak soms moet brengen en de narigheid die je van je netvlies moet poetsen. Daarbij zet ik mijn ervaringen, kennis en kunde in. En ik leer collega’s signalen herkennen als het met iemand niet goed gaat. Met aandacht en erkenning kunnen we voorkomen dat we op onze reserves interen. Goed voor elkaar zorgen, daar komt het op neer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant