De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wil ten minste twee Afghaanse vrouwen terugsturen naar Afghanistan. De vrouwen hebben volgens de dienst onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ze niet kunnen leven onder het vrouwvijandige regime van de Taliban.
is verslaggever van de Volkskrant.
Dit standpunt van de IND – en daarmee van het Nederlandse kabinet – is opvallend. Nederland spande in september 2024 samen met Duitsland, Canada en Australië een procedure aan tegen Afghanistan, omdat het ultra-orthodoxe regime van de Taliban de vrouwenrechten op grote schaal schendt. Zo’n procedure kan leiden tot een veroordeling bij het Internationaal Gerechtshof.
Vrouwen in Afghanistan ‘worden vrijwel helemaal uitgesloten van het publieke leven’, schreef de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) op X. ‘Dat kunnen we niet accepteren.’
Toch wil het kabinet nu vrouwen terugsturen. Volgens Trouw, dat maandag als eerste over de kwestie berichtte, gaat het om minimaal twee vrouwen: van 59 en 79 jaar oud. Beiden hebben nog een gerechtelijke procedure lopen, zeggen hun advocaten desgevraagd tegen de Volkskrant. Daarin vechten ze de afwijzing van hun asielaanvraag aan.
Frans Willem Verbaas, die de 59-jarige vrouw verdedigt, noemt het ‘schandelijk’ dat de staat de vrouwen op dit moment wil terugsturen naar Afghanistan. ‘Discriminatie is daar allesomvattend: vrouwen worden geweerd uit het openbare leven, mogen niet naar school, niet naar parken en niet naar schoonheidssalons.’ Ook moeten ze zich helemaal bedekken, mogen ze niet zonder begeleider op straat en niet praten in het openbaar. Vrouwen die overspel plegen, worden publiekelijk gestenigd.
De IND vindt desondanks dat sommige vrouwen kunnen worden teruggestuurd, blijkt uit stukken die de Volkskrant heeft ingezien. De dienst oordeelt onder meer dat uit de verklaringen van de 59-jarige vrouw niet is gebleken dat zij zich niet kan ‘conformeren aan de leefregels en normen van de Taliban’, dat zij ‘ook vóór de overname van de Taliban in Afghanistan niet alleen over straat ging’ en daar destijds niet werkte, maar slechts ‘huishoudelijke taken’ verrichtte.
Een soortgelijk standpunt nam de IND in over de 79-jarige vrouw. ‘Zij kleedt zich niet westers en zij heeft niet aangetoond dat zij zich niet kan aanpassen aan de sociaal-culturele normen’ in het huidige Afghanistan, betoogde de dienst deze zomer tegenover de rechtbank in Haarlem. Ze had niet aannemelijk gemaakt dat ze bij terugkeer naar Afghanistan ‘een reëel risico op ernstige schade’ zou lopen.
De IND verloor die zaak en moest de aanvraag van de vrouw opnieuw beoordelen. Dat is inmiddels gebeurd: ze kreeg weer een afwijzing. ‘We gaan dus op 12 november opnieuw naar de rechtbank’, zegt haar advocaat, Martijn Spapens. ‘En ik verwacht dat die ons ook nu in het gelijk zal stellen.’
Zowel Spapens als Verbaas stelt dat elke Afghaanse vrouw die hier asiel aanvraagt, recht heeft op een verblijfsvergunning. Daarbij beroepen ze zich op een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Dat boog zich vorig jaar over een vergelijkbare kwestie in Oostenrijk, en oordeelde dat bij asielaanvragen van Afghaanse vrouwen niet naar de individuele situatie van de aanvrager hoeft te worden gekeken, omdat de situatie voor vrouwen in het land zo abominabel is, dat die kan worden beschouwd als ‘een daad van vervolging’ tegen alle vrouwen.
Het kabinet interpreteert de uitspraak van het Europees Hof anders. Er mág wel degelijk naar de individuele situatie van de aanvrager worden gekeken, stelt de landsadvocaat in een recente brief aan de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat gebeurt dus ook: een Afghaanse vrouw moet aannemelijk maken hoe zij zal worden getroffen door de discriminerende maatregelen van de Taliban. ‘Als zij daarin slaagt, wordt in de regel een verblijfsvergunning verleend. In de praktijk is dat al snel het geval, maar dat betekent niet dat het individuele relaas er als het ware niet meer toe doet.’
Advocaat Spapens kijkt met verbazing naar de dubbelhartige houding van het demissionaire kabinet inzake Afghanistan: enerzijds is er die internationale procedure omdat het land de vrouwenrechten op ernstige wijze schendt, anderzijds is er de weigering deze vrouwen een verblijfsvergunning te geven. ‘We hebben blijkbaar medelijden met de vrouwen die daar nog zijn, maar iets minder medelijden met de vrouwen die we nog kunnen terugsturen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant