Vieze koffiekopjes, beschimmelde etensresten, een stinkende koelkast: op menig kantoor wordt de gezamenlijke keuken of koelkast al gauw een puinhoop. Hoe houd je de boel netjes?
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Kaboutertjes gezocht, ‘je moeder werkt hier niet’ en andere oproepen om je vuile vaat of de lunchresten van gisteren op te ruimen: Nederlandse kantoorkeukens en -koelkasten hangen er vol mee. Overal moedigen collega’s elkaar aan hun rommel op te ruimen en de afwas te doen - van het ministerie van Buitenlandse Zaken tot het RIVM en van het LUMC tot de Provincie Groningen. En toch zijn gedeelde ruimtes regelmatig een troep. Hoe komt dat?
‘Het is een sociaal dilemma’, zegt Paul van Lange, hoogleraar Sociale Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Iedereen heeft belang bij een opgeruimde keuken, maar vaak handelen we uit eigenbelang. Het is nou eenmaal gemakkelijker om niet op te ruimen.’
Volgens Van Lange hebben juist de grootste sloddervossen het minst last van de rommel. Ze zien het simpelweg niet, of storen zich er minder aan, maar onderschatten ondertussen de overlast voor anderen. Zo zadelen ze de mensen die het graag netjes houden op met een probleem. De ergernis stapelt zich op. Een bad apple heeft vaak meer negatieve invloed dan dat een good apple positieve invloed heeft, zo laat onderzoek zien.
Alleen: spreek je rommelige collega er maar eens op aan. Veel mensen zijn geneigd dan zelf maar te gaan opruimen, terwijl het misschien eigenlijk beter is te investeren in de langere termijn, namelijk door wél met die collega in gesprek te gaan. De sociale fuik, noemt Van Lange dat.
En zo komen de minder nette collega’s er vaak mee weg. Vooral als diegene veel macht heeft. In andere situaties dan kantoorkeukens kunnen kleine overtredingen van de regels zelfs statusverhogend werken, weet de psycholoog. ‘De baas kan denken: ik hoef toch zeker niet af te wassen?’, zegt Van Lange. ‘Maar in veel moderne werkomgevingen zullen leidinggevenden juist eerder respect winnen dan verliezen als ze wél afwassen.’
Reputatieschade
Wat niet helpt: hoe groter het aantal mensen dat een keuken deelt, hoe eerder het een troep wordt. Studentenhuizen zijn daarin berucht, zeker in de oudere wooncomplexen waarin al snel zestien bewoners een keuken delen. Met z’n vijven gaat dat vaak al een stuk beter. ‘Dan is het duidelijker zichtbaar wie er niet opruimt.’
De onzichtbaarheid van gedrag is ook funest voor een schone kantoorkeuken. Vaak zitten kantoorkeukens ergens in en hoekje of een nis, wat eraan kan bijdragen dat mensen hun vieze gang kunnen gaan. ‘In een open keuken doen mensen dat minder snel, want dan ziet iedereen dat jij je dienblad daar achterlaat.’
Dat heeft te maken met de onbewuste angst van de mens voor reputatieschade. ‘Reputatieschade voorkomen is een van de belangrijkste immateriële doelen van de mens’, aldus Van Lange. En die angst stuurt menselijk gedrag, bewust of onbewust. Bij kleine groepen is rommel zichtbaarder, en komt je reputatie mogelijk op het spel te staan.
Mensen trekken zich daarbij minder aan van regels dan ze zelf graag denken. ‘Wat we anderen zien doen is veel belangrijker. Als een keuken er piekfijn uitziet, zijn mensen minder geneigd hem vies te maken of er rommel achter te laten.’ Dat komt door de beschrijvende norm: de ‘regels’ die mensen afleiden uit wat anderen doen. Die zijn belangrijker dan borden met regels. De beschrijvende norm geldt trouwens ook voor gedeelde toiletten: hoe schoner je die aantreft, hoe schoner je ze ook weer achterlaat.
Duwtje
Minder collega’s per keuken of zichtbaarder gedeelde ruimtes is niet overal haalbaar. Als de groep te groot wordt en collega’s elkaar niet goed kennen, wordt het volgens Van Lange lastiger om afspraken te maken. ‘De norm dat het normaal is meteen na gebruik je kopje af te wassen, moet heel duidelijk gecommuniceerd worden. Of spreek af dat degene die de vergadering organiseert, ook de kopjes van de gasten opruimt. Hoe concreter hoe beter.’
Ook volgens Jaap Niezen, die schoonmaakadvies geeft aan organisaties, is afspraken maken het enige wat helpt. ‘Zo’n afspraak kan ook zijn dat de schoonmakers elke vrijdag alles wat nog in de koelkast staat weggooien.’ Hij ziet het regelmatig dat organisaties dat vastleggen in het contract met het schoonmaakbedrijf. ‘Als er binnen een organisatie maar íéts is afgesproken. De kaboutertjes gaan het niet doen.’
Mokken met je naam erop, zoals onder meer bij MilieuCentraal en ooit ook – kortstondig – bij de Wetenschapsredactie van de Volkskrant, zijn volgens Van Lange een prachtvoorbeeld van hoe de kans op reputatieschade kan helpen je eigen viezigheid op te ruimen. Iedereen kan dan immers zien dat jij het was die de afwas niet gedaan heeft – tenzij iemand natuurlijk je mok leent. En het lost het probleem van meegenomen dienbladen met borden en bestek nog niet op.
En de lollige briefjes die collega’s aansporen hun rommel op te ruimen? Die kunnen wel iets helpen, denkt Van Lange, als een klein duwtje in de juiste richting. Maar misschien wel het állerbelangrijkste: maak het mensen makkelijk. Van Lange: ‘Als er geen theedoek hangt of het afwasmiddel op is, zullen mensen nog steeds niet afwassen. Zorg daar dus voor als organisatie, en maak die middelen zichtbaar.’ Nudging, heet dat in jargon: de omgeving zo inrichten dat mensen sneller uit zichzelf het ‘juiste’ gedrag vertonen. Heeft een organisatie dat goed voor elkaar, dan ontstaat vanzelf een beschrijvende norm.
En hoe ziet de keuken bij de afdeling van Van Lange bij de VU eruit? Ook niet altijd even netjes, geeft hij toe. ‘Ook bij ons stuurt het afdelingshoofd af en toe een reminder rond. Maar dat gebeurt niet vaak, hoor.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant