Home

Gevluchte Oekraïense tieners zien Pools sentiment kantelen: ‘Hij schreeuwde dat ik moest opflikkeren’

Onder invloed van politieke campagnes verhardt de houding in Polen tegenover Oekraïners. Dat merken ook de gevluchte leerlingen van een school in Warschau. ‘Je hoort bijna dagelijks: waarom ben je hier?’

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Vroeg in het schooljaar begint de eerste klas bij het begin. Voor de 6-jarige Oekraïense leerlingen betekent dat vandaag woordjes leren. ‘Avtomobil’, zegt de Oekraïense lerares en wijst op een plaatje van een auto. Weet iemand het Poolse woord? ‘Samochód’, klinkt het uit de klas. De andere juf veert op vanachter haar bureau en gaat verder in het Pools. De twee docenten vormen een opgewekte tandem, heen en weer schakelend tussen twee talen die weliswaar verwant maar soms ook erg verschillend zijn.

De SzkoUA (de Warschause Oekraïense School) betrok vorige maand een nieuw gebouw in de Poolse hoofdstad en biedt inmiddels plek aan 250 leerlingen. Het is een school als alle andere, met klaslokalen, gymzaal, kantine en bibliotheek, maar het onderwijs is net even anders. Een groot deel van de lessen is net als thuis in het Oekraïens. Daar komen meerdere uren Poolse les per week bij, ook zijn er vakken die een brug tussen beide landen slaan. Met een handvol scholen in grote steden is deze onderwijsvorm de uitzondering: ongeveer 150 duizend Oekraïense kinderen volgen onderwijs aan reguliere Poolse basis- en middelbare scholen.

Maar het is een belangrijke uitzondering, zegt directeur Oksana Kolesnyk. ‘Niet alle leerlingen vinden even makkelijk aansluiting op Poolse scholen.’ Hier is de landing een stuk zachter. De school maakt deel uit van het Poolse onderwijsstelsel en uiteindelijk behalen leerlingen een Pools en een Oekraïens schooldiploma, waardoor ze in beide landen verder kunnen leren.

De 15-jarige Andrei noemt de school, die onmiddellijk na de Russische invasie in 2022 de deuren opende, ‘een verademing’. Hiervoor volgde hij online-onderwijs. In Polen volgen een onbekend aantal leerlingen nog altijd onlineles bij hun oude school in Oekraïne. Ook in het land zelf gaat onderwijs vaak online vanwege de oorlog. Zo zat Nastja (16) voordat ze naar Polen kwam twee jaar achter haar laptop in Zaporizja. ‘Dat was niet leuk. En saai. Hier heb ik veel vrienden kunnen maken.’ Voor de 16-jarige Oeljana voelt de school als ‘een rustig plekje’. ‘Leven in Polen vind ik best stressvol. Je moet je aanpassen aan een nieuwe stad, een nieuwe taal en nieuwe mensen. Ondertussen mis ik thuis.’

Er speelt nog iets: ouders vinden een Poolse school niet altijd een prettig idee. Ze zijn bang voor ‘assimilatie’, legt directeur Kolesnyk uit. ‘Ze willen niet dat hun kinderen het contact met hun land en taal verliezen. Wij zetten in op integratie: deelnemen aan de samenleving, maar wel met je eigen nationale identiteit.’ De Poolse vicedirecteur Antonina Michałowska vult aan: ‘Integratie is tweerichtingsverkeer.’ Drieënhalf jaar na de invasie is het de vraag of Polen daar nog voor openstaat. ‘De sfeer in de samenleving is veranderd. En niet ten goede.’

‘Polen eerst’

In Polen bevinden zich een miljoen Oekraïense oorlogsvluchtelingen. De aanvankelijk warme ontvangst door de overgrote meerderheid van de Poolse bevolking is bekoeld. Vooral financiële steun voor vluchtelingen leidt tot scheve ogen, hoewel Oekraïeners vorig jaar aan belastingen vijf keer zo veel bijdroegen als ze aan directe staatssteun ontvingen (los van toegang tot gratis zorg en onderwijs). Verschillende vormen van subsidie, zoals voor huisvesting, zijn de afgelopen jaren versoberd. Desondanks vindt de helft van de Polen overheidssteun aan Oekraïners excessief. 46 procent vindt de steun passend. De sympathie voor Oekraïense vluchtelingen kalft af naarmate de oorlog langer voortduurt.

De politiek speelt hierbij een rol. Met vier verkiezingen in twee jaar was het permanent campagnetijd in Polen. Vooral bij de presidentsverkiezingen in mei, gedomineerd door antimigratiegeluiden, klonken anti-Oekraïense sentimenten op de rechterflank. ‘Polen eerst’, zei de nationalistische kandidaat Karol Nawrocki, die president werd. ‘Polen mogen in hun eigen land niet slechter worden behandeld dan immigranten.’ Hij eiste ‘prioriteit’ voor Polen in zorg en onderwijs. Premier Donald Tusk zei weliswaar in juni ‘anti-Oekraïense geluiden niet te zullen omarmen’, maar om stemmen los te weken van rechts beloofde ook kandidaat Rafał Trzaskowski uit het regeringskamp de steun voor Oekraïners in te perken.

De scholieren benadrukken dat ze ook positieve ervaringen met Polen hebben. ‘Onze huisbaas is heel aardig’, zegt Oeljana bijvoorbeeld. Het contact met Poolse leerlingen bij gezamenlijke projecten bevalt haar goed. ‘Maar je hoort, soms zelfs dagelijks: waarom ben je hier?’ Het engst was die keer toen een onbekende man op haar moeder en haar afkwam, vertelt ze. ‘Hij pakte ons bij de arm en duwde ons. Hij zei dat we moesten boeten voor Wolynië (massamoord op Poolse burgers door Oekraïense nationalisten in 1943, red.). Niemand deed iets om ons te helpen.’

Oleh (16) sprak Oekraïens op straat. ‘Toen schreeuwde een man dat ik moest ‘opflikkeren naar Oekraïne’.’ De school is ‘denk ik de beste school in de stad. Ik heb vrienden op Poolse scholen en die vinden het verschrikkelijk.’ Olehs favoriete sport is zwemmen. ‘Maar ik wil liever niet op groepsles, ik ben bang dat ik word gepest.’

‘Ga naar het front’

Sinds de presidentsverkiezingen waait er een gure rechtse wind door het land. Anti-Oekraïense retoriek op internet nam rond de campagne toe, analyseerden twee Poolse onderzoeksinstituten. Daarbij is overlap met Russische desinformatie, die een wig tussen Polen en Oekraïners moet drijven. Vorige week sloeg de gemeenteraad van de strategisch gelegen havenstad Gdynia alarm: de raad ziet een toename in vijandigheid tegen Oekraïners, zowel online als op straat, en legt de schuld bij Russische beïnvloedingscampagnes. Maar Poolse politici en burgers dragen er zelf ook aan bij.

Olena Babakova, migratieonderzoeker en journalist, ziet de sfeer sinds dit jaar omslaan, vertelt ze in een café in Warschau. Ze komt uit Oekraïne en woont al jaren in Polen. ‘Het internet is één probleem’, zegt ze over de haatdragende berichten op bijvoorbeeld sociale media. ‘Maar dat het zich nu vertaalt naar de straat is een zorgwekkende verandering.’

Duidelijke statistieken van verbaal en fysiek geweld zijn er niet, er wordt lang niet altijd melding van gemaakt. Wel registreerde de politie in Warschau in de eerste helft van dit jaar honderd meldingen van een haatmisdrijf, net zoveel als in het gehele jaar ervoor. Dagblad Gazeta Wyborcza interviewde een Oekraïense academica die in de hoofdstad werd aangevallen in een tram: ‘Na de laatste verkiezingscampagne hebben mensen het gevoel dat ze ons openlijk kunnen minachten.’ De media staan bol van incidenten. In Wrocław werd een auto met een Oekraïens kenteken beschadigd. Op de motorkap schreven de vandalen ‘Ga naar het front’.

In de lange periode dat onderzoeker Babakova in Polen woont, had ze zelden te maken met anti-Oekraïense sentimenten. ‘Maar afgelopen maand alleen al was ik getuige van drie incidenten: een Oekraïense vrouw die een roker aansprak in een bushokje (waar roken verboden is, red.) en werd uitgescholden, waarbij omstanders juist de roker steunden; een ouder die zijn kind uit de zandbak haalde omdat ze ‘niet met Oekraïense kinderen mag spelen’; en een groepje mannen die ons Oekraïens hoorden spreken en zeiden dat we moesten opflikkeren naar Oekraïne.’

Voor de oorlog bestond de Oekraïense gemeenschap vooral uit laaggeschoolde arbeidsmigranten, legt Babakova uit. ‘Nu zijn er niet alleen meer mensen dan eerst, maar het zijn ook moeders met kinderen in plaats van alleenstaanden. Dit maakt Oekraïners zichtbaarder: met kinderen moet je immers de deur uit.’

Er is ook een sociaal-economische dimensie: veel Oekraïners uit de middenklasse vluchtten naar Polen. Babakova: ‘Poolse middenklassers zien dat Oekraïners leven zoals zij, ze voldoen niet aan een stereotiep beeld van arme vluchtelingen. En ze zijn ook nog eens mondiger dan vroeger.’

Deze spanningen, in combinatie met ‘indianenverhalen’ op sociale media over misbruik van sociale steun, vormen een dynamiek met politici die ‘de Oekraïense kaart trekken’, zegt Babakova. ‘Het is brandstof voor de Poolse politiek.’ In feite ‘gijzelen’ politici de vluchtelingen in hun onderlinge strijd. ‘De meesten hebben immers geen stemrecht.’

Kinderbijslag

President Nawrocki loste in september een verkiezingsbelofte in door zijn veto uit te spreken over een wet die de aparte vluchtelingenstatus van Oekraïners moest verlengen. Hij eiste een aangepast wetsvoorstel van de regering, waarin de toegang tot bijvoorbeeld zorg en kinderbijslag voor Oekraïners afhankelijk is van arbeidsparticipatie. Het recht van Oekraïners op ‘800+’, een onvoorwaardelijke maandelijkse kinderbijslag van 800 złoty (188 euro) per kind, was een sleutelthema van de verkiezingscampagne.

Nawrocki kreeg zijn zin en kon op 26 september een nieuwe wet ondertekenen. Vanaf februari moeten Oekraïners een baan hebben om 800+ te ontvangen en geldt een vaste inkomensgrens, wat vooral bij freelancers onzekerheid creëert. Overigens heeft 69 procent van de arbeidspopulatie onder Oekraïense vluchtelingen werk (bij Polen is dit 75 procent), afgelopen jaar vergrootten ze het bruto binnenlands product met 2,7 procent. Maar de beeldvorming dat Oekraïners de hand ophouden of subsidies misbruiken is hardnekkig – en nu ook beleidsbepalend.

De veranderende wetgeving raakt mogelijk de Oekraïense school, zegt vicedirecteur Michałowska. Ze moeten ouders al om een eigen bijdrage vragen: nadat Trump aan de macht was gekomen, doekten de Amerikanen het regiokantoor van Save the Children op, hun grootste geldschieter. De school vraagt 1.050 zloty (246 euro) per maand, minder dan particulier onderwijs maar meer dan openbare scholen. Met 800+ is dat nog te overzien, maar zonder wordt het moeilijk, vreest Michałowska. ‘We willen geen privéschool worden die slechts een deel van de ouders zich kan veroorloven.’

Onzekerheid

‘Vastigheid is de allergrootste behoefte’, merkt schoolpsycholoog Inna Hrosjkina bij haar werk. Ze spreekt met leerlingen over posttraumatische stress, maar ook over ‘typische puberproblemen zoals verliefdheid’. De gemene deler is ‘onzekerheid’. ‘Veel families gaan heen en weer naar Oekraïne, de toekomst is heel onduidelijk, je aanpassen aan een nieuw land is moeilijk. Deze school is een veilige plek.’ Hrosjkina denkt dat de nieuwe wetgeving, die ze ‘ongelijkwaardig’ vindt, ‘de meest kwetsbaren zal raken’.

In plaats van leerlingen af te zonderen, vervult de school een brugfunctie naar de Poolse samenleving. Zo vertrok vorig jaar de helft van de leerlingen na het afronden van het basisonderwijs alsnog naar een Poolse middelbare school. ‘Voordat ik op deze school zat, wilde ik niet echt Pools leren’, vertelt Kamila (16). ‘Ik hoopte gewoon zo snel mogelijk naar huis te kunnen. Maar hier raakte ik echt gemotiveerd.’ Een derde weg, noemt vicedirecteur Michałowska de school. ‘Het biedt leerlingen meer mogelijkheden, in Polen en daarbuiten.’

Die missie lijkt nu haaks te staan op het sentiment in de samenleving. ‘Toen de school afgelopen september het nieuwe gebouw opende, verschenen er reacties op sociale media als: ‘We weten waar jullie zijn.’ Toch ben ik het meest geschokt door onze eigen politieke elite, die meegaat in het sentiment tegen Oekraïners’, zegt Michałowska.

Aan het einde van de schooldag staat Mikolaj Vitoesjynsky (55) voor de school te wachten op zijn kleindochter. Zelf woont hij al zeven jaar in Polen, na de oorlog is zijn familie verspreid geraakt over Polen en Oekraïne, legt hij uit. Zijn kinderen overwegen het land weer te verlaten. ‘Het zijn natuurlijk niet alle Polen. Maar ik voel het land veranderen. Ik begrijp niet waarom. We geven meer dan we nemen.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next