Home

Hoe Sherida Spitse (35) het boegbeeld van het Nederlands vrouwenvoetbal werd

Dinsdagavond neemt Sherida Spitse (35) na negentien jaar en 248 interlands afscheid van het Nederlands elftal. ‘Spelen in Oranje was niet een onderdeel van mijn leven, het was mijn leven.’

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.

Sherida Spitse zei het met een vriendelijke glimlach, tijdens die persconferentie in de zomer van 2019. De Oranje-speelsters hadden zich op het EK in 2017 in eigen land uit de marge gevoetbald. Nu, twee jaar later op het WK, kregen ze de aandacht waar ze zo lang op hadden gehoopt, maar ze schrokken ook van de harde kritiek. Ook Spitse was het mikpunt, wat vond ze daarvan? ‘Nou ja, als ik heel eerlijk ben, ik heb er een beetje schijt aan.’

De twinkeling in haar ogen verraadde dat ze er plezier in had om dat aan iedereen te laten weten. Ze had de woorden niet bewust gekozen, zei ze erbij, het was geen vooraf ingestudeerd riedeltje. ‘Zo ben ik als persoon. Het maakt me niet uit wat mensen van ons vinden. Wij weten waar we mee bezig zijn.’

Na 248 interlands komt er dinsdagavond in Nijmegen een einde aan een interlandcarrière die nooit leek te eindigen. De laatste jaren kreeg Spitse vaak de vraag of ze nog door zou gaan en hoe lang dan? In augustus zag ze nog geen reden om het bijltje erbij neer te gooien. ‘Het doet pijn’, zei ze toen ze onlangs aankondigde toch te stoppen. ‘Spelen in Oranje was niet een onderdeel van mijn leven, het was mijn leven.’

Debuut op haar 16de

Negentien jaar lang maar liefst, want Spitse maakte al op haar 16de haar debuut, toen ze nog speelde voor amateurclub VV Sneek. Nu ze afscheid neemt is ze profspeler bij Ajax, ze is Europees kampioen geworden en speelde in een WK-finale. Niet alleen in Nederland is ze recordinternational, ook in Europa heeft ze de meeste interlands gespeeld.

Dat dankt ze natuurlijk vooral aan haar voetbalkwaliteiten, en in het bijzonder aan haar onovertroffen traptechniek. Spitse had en heeft nog altijd een van de beste passes in het vrouwenvoetbal. In haar carrière schoot ze meerdere malen van rond de middellijn de bal in het doel. En natuurlijk scoorde ze vaak uit vrije trappen, zoals op 6 augustus 2017 in Enschede, het belangrijkste doelpunt uit haar carrière.

In de EK-finale tegen Denemarken zorgde ze met een lage schuiver voor een 3-2-voorsprong, die Nederland vasthield en met nog een doelpunt zou uitbouwen. Met haar armen breeduit zweefde ze daarna over het veld. ‘Zo mooi als in 2017 zal het nooit meer worden.’

De middenvelder, die later verdediger werd, had er toen al elf jaar op zitten in Oranje. Ze werd voor het eerst opgeroepen door Vera Pauw, die naar haar ouderlijk huis in Sneek belde. Haar moeder plukte haar uit de supermarkt, waar ze net twee weken werkte, om het goede nieuws te vertellen. En Pauw had meteen een strenge boodschap voor de pas 16-jarige: ‘Jij staat nog lang niet in de boeken geschreven.’

Oertijd

Niemand had kunnen voorspellen hoeveel er in de negentien jaar daarna zou veranderen. De beelden uit Spitses vroege jaren lijken afkomstig uit een verre oertijd. Zij en haar collega’s liepen in veel te wijde broeken over het veld, vaak in veel te lege stadions. Speciale voetbalkleding voor vrouwen was er nog niet, profvoetbal voor vrouwen bestond nog niet in Nederland en de ‘Oranje Leeuwinnen’ waren bij het grote publiek nog niet bekend.

Spitse behoort tot de pioniers die daar verandering in hebben gebracht, een generatie die langzamerhand steeds minder op het veld te zien is. Toen zij zich meldde bij VV Sneek was ze het enige meisje, net als veel anderen uit het team dat in 2017 goud pakte. Ze werden getolereerd in jongensteams omdat ze beter konden voetballen dan de meeste anderen. Ook al dachten nieuwe tegenstanders steeds maar weer dat ze het tegen dat meisje makkelijk zouden krijgen.

Zo goed konden ze voetballen dat ze met Oranje steeds een stapje verder kwamen. Zo graag wilden ze de top halen dat ze er alles voor overhadden. Op jonge leeftijd vertrokken ze naar het buitenland, vooral naar Scandinavië, daar waren toen nog de beste vrouwencompetities. Spitse ging naar Noorwegen, waar ze een transfersom voor haar overhadden, toen een primeur in Nederland.

Ze was erbij op het eerste Europese kampioenschap van Oranje in 2009 en op de vier EK’s die daarna volgden. In 2015 volgde ook het debuut op het WK en ook aan de twee wereldkampioenschappen daarna deed ze mee. In 2019 haalde ze met Oranje zelfs de finale, na een moeizaam toernooi waarin onder andere Spitse het zwaar voor de kiezen kreeg.

‘Een schitterende trap, maar ze is helaas behept met de draaicirkel van een Boeing 747 en heeft de handelingssnelheid van een Griekse landschildpad’, schreef Hugo Borst in zijn column in het Algemeen Dagblad.

Onder vuur

Daar had Spitse dus ‘schijt’ aan, zei ze op die persconferentie. Het woord kwam daarna nog heel vaak terug, in veel interviews herhaalde Spitse dat kritiek haar niks deed. Al was dat misschien ook niet helemaal waar, want maar al te graag sloeg ze terug als zij en het team onder vuur lagen.

Toen Oranje in het najaar van 2023 onverwachts won van Engeland, klonk Spitse getergd: ‘Ik denk dat we al die mensen die aan ons hebben getwijfeld (...) de mond hebben gesnoerd.’

‘Het is een beetje van beide’, erkende ze niet lang daarna. ‘Het maakt mij echt niet zo veel uit wat mensen zeggen. Maar als ik het lees, dan zie ik het als een uitdaging. Sommige spelers trekken zich er wat van aan en kunnen geen bal meer raken. Dat heb ik totaal niet.’

Daarom had ze het in 2019 ook gezegd op die persconferentie, legde ze uit. Ja, zij kreeg misschien wel de meeste kritiek tijdens dat toernooi. ‘Maar ik zei het niet voor mij alleen, want ik vind dat andere spelers ook meer schijt moeten krijgen. Wie zijn die mensen? Ze zijn er om over ons te schrijven, maar meer ook niet.’

Memorabel moment

Spitse had zich toen al in de geschiedenisboeken gevoetbald, maar die persconferentie is net zo goed een memorabel moment. Vrouwenvoetbal decennialang genegeerd en daarna beschimpt, het vrolijke kampioensteam uit 2017 had daar in één klap verandering in gebracht. Toen de gure wind twee jaar later weer opstak, rechtte Spitse haar rug. Zij was niet de enige die ‘schijt’ had moeten hebben om zover te komen, maar zij was wel degene die de wereld liet weten dat niemand ze meer klein zou krijgen.

Zo stond ze altijd klaar voor haar ploeggenoten. Toen Oranje in 2023 voor het WK naar Nieuw-Zeeland moest vliegen, vroeg Jill Roord of ze naast de aanvoerder mocht zitten om haar vliegangst te beteugelen. ‘Als Sherida zegt ‘het is niks’, dan geloof ik het.’

Maar ze eiste er ook iets voor terug. Jackie Groenen herinnert zich de eerste keer dat ze zich meldde bij Oranje. Spitse was toen al ‘een heel grote dame’ en maakte diepe indruk op de debutant. ‘Ze wilde altijd alles eruit halen en verlangde dat ook van anderen. Sherida straalde uit dat ze het maximale uit haar carrière wilde halen en dat heeft ze ook echt aan deze groep meegegeven.’

Twinkeling in haar ogen

De laatste jaren nam de kritiek weer toe. De prestaties van Oranje werden na 2019 minder. Spitse was nooit de snelste geweest en werd er met de jaren niet sneller op, terwijl het vrouwenvoetbal juist steeds fysieker en dynamischer werd. Als het haar werd voorgelegd, reageerde ze soms geïrriteerd en soms met die twinkeling in haar ogen die ze in 2019 ook had. ‘Je moet ook kijken naar wat ik wel heb’, zei ze dan.

Schijt had ze wel, zeker niet alleen dat, maar voor het Nederlandse vrouwenvoetbal was het belangrijk dat ze het had. Schijt genoeg voor een heel team, schijt genoeg zelfs om het pad te effenen voor duizenden meisjes voor wie het nu veel makkelijker is om op voetbal te gaan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next