Asielopvang Elke week arriveren circa driehonderd nareizigers in Nederland: familieleden van asielzoekers met een verblijfsvergunning. Vaak is geen woning of opvang geregeld. Sommige gezinnen slapen bij in een volle noodopvang of raken dakloos. „De situatie is nijpend.”
Statushouder Walid Alhejjo, zijn vrouw Muntehe en hun gezin bij Hotel Zevenaar.
Verlegen legt het zoontje van Walid al Hejjo een hand over zijn ogen. De elfjarige jongen buigt zich over de tafel heen en geeft zijn vader een knuffel. „Papa, ik heb je zo gemist”, zegt hij en begint te huilen in een restaurant in Zevenaar.
Begin deze maand werd Walid al Hejjo herenigd met zijn vrouw Muntehe en hun vier kinderen. De Syriër had 2,5 jaar op hun komst gewacht. Opgetogen deelde hij het nieuws met zijn regievoerder van de gemeente Aa en Hunze, waar de familie gehuisvest moet worden. „Ik heb toestemming van de IND!” De ambtenaar reageert positief: „Jullie gezin is het zesde op de lijst. Zodra een huis beschikbaar komt, laat ik het weten.”
Maar als ze begin deze maand arriveren, krijgt Al Hejjo iets anders te horen: er is helemaal geen plek voor het gezin. Niet in Aa en Hunze, óók niet in een asielzoekerscentrum. Als hij vraagt waar ze dan moeten slapen, krijgt hij te horen dat ze een plekje bij familie of vrienden moeten zoeken.
Zo staat het gezin, dat met goedkeuring van de IND naar Nederland is gekomen, opeens op straat. „Het was een schok,” zegt Muntehe zacht.
Elke week arriveren circa driehonderd nareizigers in Nederland, familieleden van asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben. Eerst gaan ze langs het Gelderse Zevenaar, dat is het ‘Ter Apel’ voor nareizigers, waar de gezinnen zich aanmelden en binnen twee weken hun papieren krijgen van de IND. Waar ze daarna heen moeten, is niet bekend. Er is vaak geen woning of opvang geregeld. Sommige gezinnen slapen tijdelijk bij kennissen, in een volle noodopvang of raken dakloos.
Vluchtelingenwerk krijgt wekelijks meldingen van gezinnen die bij aankomst in Nederland geen opvang hebben. Sinds februari waren het 384 meldingen, over in totaal 1.770 mensen. Van 39 gezinnen – bij elkaar 175 ouders en kinderen – is onduidelijk waar ze slapen. „De situatie is nijpend,” zegt een woordvoerder. „In Zevenaar en de hotels in de omgeving is geen ruimte meer.”
Noodhulporganisatie Rode Kruis spreekt van „signalen dat mensen met kinderen op straat of in auto’s slapen en in ongeschikte woonruimtes verblijven”.
Het COA bevestigt dat in Zevenaar of andere azc’s soms geen plek is. „Onze locaties zitten overvol,” zegt een woordvoerder. „Dan krijgen nareizigers inderdaad te horen dat we ze niet kunnen opvangen.”
Als Walid al Hejjo te horen krijgt dat hij zelf een slaapplek moet regelen, belt hij iedereen die hij de afgelopen 2,5 jaar in Nederland heeft leren kennen. De meesten wonen evenals hij in een asielopvang of hebben geen ruimte om Walid, Muntehe en hun vier kinderen op te vangen. Twee vrienden lenen hun woning een paar dagen uit aan het gezin en slapen zelf ergens anders. Ze verzamelen ook slaapspullen voor ze. „Van de ene kregen we een deken, van de ander een paar matrassen.”
Na een paar dagen moesten ze weer vertrekken. „Ik besloot om met mijn gezin naar Ter Apel te gaan”, zegt Al Hejjo. Daar zit het grootste opvangcentrum voor asielzoekers van Nederland. Ze brengen daar de nacht door, maar worden de volgende dag weggestuurd door het COA, volgens Al Hejjo. „Ze zeiden: jullie hebben hier niks te zoeken.”
Omdat Al Hejjo geen verdere plekken meer weet, neemt hij het gezin mee naar het opvanghuis waar hij zelf woont. Dat is gelegen op een industrieterrein in het Drentse Tynaarlo, voor mannen met verblijfspapieren. Er wonen dertig mannen, acht per kamer. Al Hejjo loopt naar de beveiliger. „Ik zei: dit is mijn gezin, in Ter Apel zijn we niet welkom. Hebben jullie plaats? Anders moeten we vannacht in de auto slapen.”
Ook in Tynaarlo is geen plek. Na tussenkomst van Vluchtelingenwerk mag het gezin – zonder Walid al Hejjo – één nacht slapen in de opvang van Zevenaar. Die nacht wordt twee weken. Muntehe laat een foto zien van de kamer: twee metalen bedden staan tegen elkaar geschoven onder een raam. Muntehe deelt een bed met haar dochter, de drie andere kinderen slapen in het andere. „We hebben om een extra matras gevraagd,” zegt ze. „Niet gekregen.”
Over een week krijgt het gezin van Walid al Hejjo papieren en moeten ze de opvang in Zevenaar verlaten.
De opvang van nagereisde familieleden verloopt al langer problematisch. Vorig jaar is ad hoc het Rode Kruis ingeschakeld om bedden in hotels te regelen, omdat het COA zelf geen plekken kon vinden. In ruim een jaar tijd vond het Rode Kruis voor zevenduizend nareizigers onderdak.
Normaal gesproken springt het Rode Kruis bij in noodsituaties die hoogstens een paar weken duren, maar in dit geval duurt de hulp bijna een jaar. Een woordvoerder: „Daarmee wordt noodhulp een semipermanent vangnet voor structureel falend overheidsbeleid.”
De rol die het Rode Kruis speelt als ‘kamerboeker’ van het COA zorgt regelmatig voor irritatie onder gemeenten. Die horen soms achteraf dat in een dorp tientallen Syrische gezinnen in een hotel verblijven – geregeld door het Rode Kruis. Wethouders sturen het COA woedende brieven, omdat ze niet werden geïnformeerd over de opvang.
Het ministerie van Asiel en Migratie besluit daarop dat het COA zelf weer opvangplekken moet vinden voor nagereisde familieleden. Eind juli dit jaar stopt het Rode Kruis met hotelkamers boeken. Direct stapelen de problemen met nareizigers zonder opvang zich weer op.
Begin oktober volgt een nieuwe noodgreep. Demissionair minister Mona Keijzer (Asiel en Migratie, BBB) besluit dat de nareizigers versneld moeten worden overgeplaatst naar gemeenten. Als ze geen huizen beschikbaar hebben, moeten zíj de hotels maar boeken. Zo probeert Keijzer het probleem te verleggen naar de gemeenten. Halsoverkop begint de operatie. Gemeenten krijgen een e-mail waarin het COA zegt nog diezelfde week te beginnen met mensen overplaatsen, zonder te weten waar ze de nareizigers moeten onderbrengen.
De problemen met nareizigers zijn inmiddels zo urgent dat minister Keijzer het Rode Kruis toch weer heeft gevraagd bij te springen. Het Rode Kruis beraadt zich op dat verzoek. „Het probleem is dat in gemeenten te weinig locaties beschikbaar worden gesteld„, laat de woordvoerder weten. „Het Rode Kruis kan alleen ondersteuning bieden wanneer locaties worden aangewezen.”
Het gezin van Walid al Hejjo heeft nog een week. Dan krijgen de familieleden in Zevenaar van de IND hun papieren en moeten ze de opvang verlaten. „We weten niet waar we straks heen moeten,” zegt Al Hejjo. „Misschien een ander hotel. Misschien een auto. We wachten.”
Muntehe spreekt nauwelijks. De kinderen kleuren aan een tafel; ze gaan niet naar school. Wat Muntehe het zwaarst vindt? Ze huilt en blijft stil. De oudste zoon kijkt naar zijn vader. „Ik was zo blij toen ik hem weer zag”, zegt Walid al Hejjo. „Ik zou willen dat we ten minste in een azc samen konden zijn.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC