Oorlog De inname van de stad Al Fashar door de paramilitaire RSF markeert een nieuw dieptepunt in de oorlog in Soedan. Wat begon als een lokale machtsstrijd, dreigt het land definitief te splijten.
Op videobeelden die zijn vrijgegeven via het Telegram-account van de Rapid Support Forces (RSF) zijn feestende strijders in de straten van Al-Fashar te zien.
De omsingeling, de uithongering en nu de verovering van Al Fashar is een van de wreedste episodes van de oorlog in Soedan. Afgelopen weekend claimden de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) de stad te hebben ingenomen, het laatste bolwerk van het Soedanese leger in de regio Darfur.
Met de zege van de RSF van generaal Hemedti zijn de kaarten opnieuw geschud in de Soedanese oorlog. Nadat het regeringsleger in maart de hoofdstad Khartoem had heroverd, leek president Abdel Fattah al-Burhan de overhand te hebben. Zijn offensief zuidwaarts richting Kordofan en vervolgens westwaarts naar Darfur liep echter vast. De inname van Al Fashar luidt de feitelijke opdeling van Soedan in en maakt het steeds onwaarschijnlijker dat het leger van president Burhan de oorlog kan winnen.
Achttien maanden lang voerden de RSF bijna dagelijks aanvallen uit op Al Fashar, de enige stad in de westelijke regio Darfur die nog in handen was van het regeringsleger en zijn bondgenoten. Honderdduizenden inwoners waren al gevlucht toen de RSF enkele maanden geleden begon met de aanleg van een zestig kilometer lange aarden wal rond de stad. Er kwam geen voedsel meer binnen, de achtergebleven 250.000 inwoners zaten opgesloten en overleefden op veevoer. Volgens de Verenigde Naties zijn bij de belegering oorlogsmisdaden gepleegd.
De strijd in Darfur heeft een uitgesproken etnisch karakter. De RSF, voortgekomen uit de beruchte Janjaweed-milities die tijdens de Darfur-oorlog begin deze eeuw berucht werden, bestaat grotendeels uit Arabische en gearabiseerde strijders uit de woestijn. In het verleden voerden zij al etnische zuiveringen uit onder Afrikaanse landbouwvolkeren.
Na het uitbreken van de oorlog in 2023 verdreven de RSF in de stad El Geneina, de hoofdstad van de West-Darfur-regio, vrijwel alle bewoners van het Afrikaanse Massalitvolk. In het ontheemdenkamp Zamzam bij Al Fashar nam ze eerder dit jaar wraak op leden van het sub-Saharaanse Zaghawavolk. Nu de stad Al Fashar is gevallen, vrezen hulporganisaties dat opnieuw een etnisch bloedbad dreigt. RSF-strijders hebben eerder gezegd wraak te willen nemen op de achtergebleven Zaghawa, die zij beschuldigen van samenwerking met het regeringsleger.
Voor het merendeel van de gruwelijkheden in Soedan is de RSF verantwoordelijk. De vaak wrede manier van optreden wordt mede verklaard door het feit dat veel strijders afkomstig zijn uit landen als Tsjaad, Niger en Libië en naar Darfur werden gelokt met de belofte te kunnen plunderen. De meeste RSF-soldaten krijgen geen loon, en aan beide zijden vechten tal van ongedisciplineerde milities mee.
In het begin van de oorlog vonden nog straatgevechten plaats, maar inmiddels wordt vooral met drones gevochten, wat talloze burgerslachtoffers veroorzaakt. Luchtafweergeschut dat de Verenigde Arabische Emiraten aan de RSF leverden, maakte het voor het regeringsleger steeds moeilijker om drones rond Al Fashar te gebruiken om de omsingelde troepen te bevoorraden.
RSF-strijders in Al Fashar op een video die de RSF heeft verspreid.
Het regeringsleger ondervond de afgelopen dagen meer tegenslagen. De RSF veroverden de stad Bara, gelegen op een strategisch kruispunt tussen Darfur en de rest van het land. Bij de gevechten in die regio schakelde Burhan de islamitisch-fundamentalistische brigade Al-Baraa bin Malik in, waarvan inmiddels vele topcommandanten zijn gesneuveld. Burhan probeerde vorige week met veel vertoon de luchthaven van Khartoem te heropenen, maar aanvallen met langeafstandsdrones door de RSF maakten dat onmogelijk.
Terwijl beide partijen blijven geloven dat ze de oorlog militair kunnen winnen, en ze steun ontvangen van verschillende landen in het Midden-Oosten, wordt voorzichtig gewerkt aan een nieuw vredesinitiatief. De Verenigde Staten, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte proberen via indirecte onderhandelingen de strijdende partijen te bewegen tot een humanitair bestand, dat later moet uitmonden in rechtstreekse gesprekken en een permanent staakt-het-vuren. De oorlog in Soedan heeft inmiddels de grootste humanitaire crisis ter wereld veroorzaakt, met naar schatting twaalf miljoen Soedanezen op de vlucht en mogelijk 150.000 doden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC