Home

Gevonden: de bacteriën die in 1812 in Rusland Napoleons leger wegvaagden

Geschiedenis Niet kogels, maar ziektes werden de meeste mannen van Napoleons Grande Armée fataal. Onderzoekers hebben nu twee boosdoeners gevonden.

Napoleons terugtocht uit Rusland, schilderij van Adolph Northen

Er gingen 600.000 mannen Rusland binnen, er kwamen er 100.000 (nauwelijks) levend terug. Napoleons Russische veldtocht van 1812 staat te boek als één van de grootste militaire catastrofes uit de wereldgeschiedenis. De keizer van Frankrijk wilde het Rusland van tsaar Alexander I een lesje leren, en dacht daarvoor aan een korte campagne en één beslissende veldslag genoeg te hebben. Dat bleek een grondige misrekening.

De veldtocht duurde een half jaar, omdat de Russen zich maar bleven terugtrekken en een directe confrontatie vermeden. Het kwam uiteindelijk tot een bloedig gevecht bij Borodino, maar veruit de meeste van de ongeveer 350.000 dodelijke slachtoffers (de rest van de verliezen bestond uit krijgsgevangenen en gewonden) in Napoleons Grande Armée vielen door honger, uitputting en vooral door ziekte.

Historici hebben aan de hand van symptoombeschrijvingen door overlevenden altijd gedacht dat tyfus hierbij de grootste boosdoener is geweest, maar een publicatie afgelopen vrijdag in het tijdschrift Current Biology zet die aanname op losse schroeven. Een groep onderzoekers van het Institut Pasteur in Parijs is er namelijk voor het eerst overtuigend in geslaagd genetisch materiaal van ziekteverwekkers op te sporen in stoffelijke overschotten van dertien Franse militairen die in 1812 in Rusland het leven lieten. Ze troffen bij deze mannen geen Rickettsia prowazekii aan (de bacterie die tyfus veroorzaakt), maar wel Salmonella enterica (veroorzaker van paratyfus) en Borrelia recurrentis (verantwoordelijk voor terugkerende koorts).

Luizen

De Franse wetenschappers ontkrachten onderzoek uit 2006. Toen werden voor het eerst de tanden onderzocht van soldaten die lagen begraven in een graf dat in 2001 was ontdekt bij bouwwerkzaamheden in de Litouwse hoofdstad Vilnius. Hier waren in december 1812 duizenden gewonden achtergelaten door het zich terugtrekkende Franse leger (dat overigens voor meer dan de helft bestond uit mannen uit door Napoleon bezet Europa). De onderzoekers uit 2006 meenden in de tandpulpa sporen te hebben gevonden van de bacteriën Rickettsia prowazekii en Bartonella quintana, die respectievelijk tyfus en loopgravenkoorts veroorzaken. Omdat deze ziekmakers worden overgedragen door luizen en de onderzoekers bij de lichamen ook overblijfselen van deze insecten aantroffen, concludeerden ze dat de mannen waarschijnlijk door deze ziektes waren geveld.

Schedel van een soldaat uit het leger van Napoleon die in 1812 om het leven kwam.

Bijna twintig jaar later is de techniek van het onderzoek naar oud dna in lichaamsresten een stuk verder ontwikkeld. De wetenschappers van het Institut Pasteur stellen nu dat hun collega’s indertijd te verstrekkende conclusies hebben verbonden aan de twee basenparen van het dna die ze konden lezen. Bij een nieuwe, meer nauwkeurige screening van het pulp uit de tanden van de soldaten uit het graf in Vilnius vonden ze noch Rickettsia prowazekii noch Bartonella quintana.

Vervuild water

Maar twee andere bacteriesoorten lieten zich dus wel betrappen in het laboratorium. De vondst van Salmonella enterica is interessant, omdat deze bacterie die paratyfus veroorzaakt niet wordt overgebracht door een luis, maar meestal via vervuild water. De Franse wetenschappers gingen daarom in de geschreven bronnen over de veldtocht op zoek naar symptomen van deze ziekte, en troffen in het boek Histoire des maladies observées a la Grande Armee Française, pendant les campagnes de Russie en 1812 et d’Allemagne en 1813 van de Nederlandse arts Joseph Kerckhoffs een interessante passage aan.

Kerckhoffs, die de hele Russische veldtocht meemaakte verbonden aan het korps van maarschalk Michel Ney, schreef dat ze in bijna alle huizen tussen Orsja en Vilnius tonnen met ingemaakte bieten (buraki kwaszone) zagen. De uitgehongerde mannen aten de bieten en dronken het sap, maar dat leidde, aldus Kerckhoffs, tot „zeer geïrriteerde ingewanden”.

Buikpijn en diarree zijn bekende symptomen van paratyfus, dus deze beschrijving sluit mooi aan bij de vondst van de bacterie die de ziekte veroorzaakt. De onderzoekers van het Institut Pasteur realiseren zich echter, zo schrijven ze, dat dit niet betekent dat alle militairen die in 1812 van ziekte omkwamen het slachtoffer waren van paratyfus. Tyfus zou nog steeds de grote boosdoener kunnen zijn geweest, maar er is onderzoek nodig aan meer skeletten uit andere graven om daar een uitspraak over te kunnen doen. Tot die tijd is de conclusie: naast kou, kogels, honger en dorst was in 1812 ook vervuild voedsel levensgevaarlijk voor Napoleons Grande Armée.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next