In de rubriek Buitenbocht schrijven sportverslaggevers Daan de Ridder en Lieve Wils wekelijks over de Olympische Winterspelen en de weg daarnaartoe. Deze week vertelt Daan over de nog altijd ingewikkelde olympische kwalificatieregels voor de schaatsers.
"Iemand zei laatst: je moet wel een beetje in het schaatsen zitten om dit te begrijpen", vertelt Remy de Wit op een donderdagochtend in een zaaltje in Utrecht aan mij en twintig andere schaatsjournalisten.
De technisch directeur is op het kantoor van schaatsbond KNSB net begonnen aan zijn jaarlijkse college over de selectieregels van het langebaanschaatsen. Zijn opmerking gaat over een van de eerste slides, een pijlenschema dat alle wedstrijden van deze winter aan elkaar verbindt. Maar het had net zo goed over De Wits gehele verhaal kunnen gaan.
De procedure om te bepalen welke Nederlandse schaatsers naar de grootste toernooien mogen, is elk seizoen een soort cryptogram. Maar in een olympische winter zijn de kwalificatieregels nóg complexer.
Voor mijn eerste Winterspelen, in 2018 in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang, had ik 1.196 woorden nodig om de regels uit te leggen. Vier jaar later, voor de Spelen van Peking, waren het 1.181 woorden, verspreid over twee artikelen. Hopelijk lukt het over twee maanden in minder dan 1.000 woorden, maar dat wordt nog een flinke uitdaging.
Het (luxe)probleem is dat Nederland te veel goede schaatsers heeft, terwijl aan de Spelen maximaal achttien Nederlandse langebaanschaatsers mogen meedoen (negen vrouwen en negen mannen).
Het simpelste pad zou zijn om een kwalificatietoernooi te houden en volledig op basis daarvan de olympische selectie samen te stellen. Maar zo simpel kan en zal het nooit worden in het Nederlandse schaatsen.
De Wit vertelt onder het grijze systeemplafond in anderhalf uur over het IT-bedrijf en de wetenschappers die de KNSB heeft ingeschakeld. Hij vertelt over vijfduizend datasimulaties per afstand, een datamodel en een uiteindelijke selectievolgorde.
Het helpt dat dit voor mij de derde keer is dat ik met deze termen te maken krijg. Maar ook bij mij duizelt het af en toe door alle mogelijke scenario's waarover is nagedacht. Wat gebeurt er als wereldkampioene Femke Kok ziek is bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT)? Wat als ze valt? Wat als ze uit vorm is? Mag ze in al die gevallen toch naar Milaan?
Het antwoord van De Wit is op dit moment geen ja en geen nee. "Dat zullen we per geval bekijken", zegt hij.
Ik kan het de schaatsbond niet kwalijk nemen dat regels zo complex zijn. Want kom maar eens op een betere oplossing die door álle teams en schaatsers wordt omarmd.
Maar het college van De Wit onderstreept wel dat er opnieuw ruimte is voor gedoe, zeker als het om de altijd controversiële aanwijsplaatsen gaat. De KNSB mag weer maximaal drie vrouwen en drie mannen die zich níét hebben geplaatst aanwijzen voor de Spelen. In 2022 gingen Sven Kramer en Marcel Bosker daardoor naar Peking, en Dai Dai N'tab en Tijmen Snel niet.
De voorwaarden voor een aanwijsplek zijn bewust zo vaag mogelijk omschreven. "Het liefst willen we alles heel zwart-wit opschrijven in de selectieregels", zegt De Wit. "Maar dan krijg je een document van vijfhonderd pagina's."
De technisch directeur benadrukt dat hij bij voorkeur helemaal niemand aanwijst. Maar hij erkent ook dat hij en zijn collega's van de selectiecommissie een brede bevoegdheid hebben. Zelfs een schaatser vóór het OKT van eind december aanwijzen voor Milaan wil hij niet uitsluiten. "Ik zeg daar nu geen nee op."
Na de laatste slide komt een collega met de beste samenvatting van de sessie. De olympische kwalificatieprocedure is heel duidelijk, op duizend mogelijke uitzonderingen na.
Het is nog 102 dagen tot de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen van Milaan. We lichten elke week een ander cijfer uit dat afgelopen week opviel.
Schaatstijden in het voorseizoen zijn als uitslagen in de wintertests van de Formule 1. Ze zijn niet heel belangrijk, maar iedereen kijkt ernaar.
Afgelopen vrijdag kwam zo'n niet-belangrijke-maar-toch-opvallende tijd overwaaien uit Salt Lake City. Jordan Stolz - favoriet voor olympisch goud op de 500, 1.000 en 1.500 meter - verloor bij zijn eerste officiële race van de winter. En niet zo'n beetje ook.
De 21-jarige Stolz eindigde als tweede op de eerste 500 meter bij de Amerikaanse kampioenschappen, liefst drie tienden achter Cooper McLeod (34,44 om 34,74). Bij de tweede 500 meter was Zach Stoppelmoor nipt sneller (34,39 om 34,44). Stolz won wel de 1.000 en 1.500 meter.
Het zijn uitslagen die weinig zeggen over de Spelen, maar die wel even de wenkbrauwen doen fronsen.
Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via daanderidder@nu.nl.
Source: Nu.nl algemeen