Anonieme graven op een begraafplaats zoeken: het blijkt zo makkelijk niet. „Er zijn geen grafmonumenten, alleen gras”, had een woordvoerder van de gemeente Texel gewaarschuwd. Na een paar belletjes kwam hij met de grafnummercombinaties voor de vier graven waarover de Texelse Courant onlangs berichtte. Plekken op de algemene begraafplaats in Den Burg, met de resten van één of meer onbekende drenkelingen die tussen 1906 en 1983 te ruste zijn gelegd. Zonder bloemen, kaarsen of rouwende nabestaanden.
Wie weet wordt de pijn verzacht, nu burgemeester Mark Pol een speciale eenheid van de politie toestemming heeft gegeven de resten van de drenkelingen op te graven, in een poging hen met dna-onderzoek te identificeren. Er liggen 38 onbekenden op de begraafplaats in Den Burg, maar vooralsnog blijft het bij vier opgravingen, begin volgend jaar. De stoffelijke resten worden op dezelfde plek herbegraven.
Ook met de grafnummercombinaties en een foto van de plattegrond die bij de ingang van de begraafplaats hangt, zijn de graven moeilijk te vinden op deze druilerige herfstdag. Er komt tel- en giswerk bij kijken. Maar één ding hebben de vier rustplaatsen gemeen: ze ogen wat armetierig vergeleken met de graven eromheen. Die zijn opgesierd met beeldjes en planten: hortensia, lavendel, Japanse kardinaalmuts en skimmia.
Hoe anders liggen de anonieme soldaten uit de Tweede Wereldoorlog erbij, op een apart deel van de begraafplaats. Zij kregen een even mooie zerk als hun geïdentificeerde collega’s. „Gedurende de hele oorlog werden op of bij Texel circa zestig geallieerde bommenwerpers en jachtvliegtuigen neergeschoten”, staat op een informatiebord. De gesneuvelde bemanningsleden liggen in Den Burg, met uitzondering van de Amerikanen, die na de oorlog werden overgebracht naar begraafplaats Margraten in Limburg.
Burgemeester Pol, die de anonieme graven alleen op foto’s heeft gezien, vindt ook dat de drenkelingen meer verdienen dan wat grassprieten en verdorde herfstbladeren. Eilanddichter Fiet van Beek stelde hem voor een gedenksteen te maken, vertelt hij in zijn ruime werkkamer in het gemeentehuis, voor als de graven na het onderzoek weer zijn gesloten. „Over de praktische invulling hebben we het nog niet gehad, maar ik voel er wel voor de drenkelingen te eren.”
Voor een opgraving moet de burgemeester toestemming geven. Pols voorgangers op Texel voelden daar niets voor. Waarom ging hij wel overstag? „Ik wil mijn voorgangers niet tekortdoen”, zegt hij. „Mogelijk hebben zij nooit zo’n concreet verzoek van de politie ontvangen. Maar nu de onderzoekstechnieken beter worden, nemen de kansen toe dat je nabestaanden duidelijkheid kunt geven over vermiste dierbaren. Ik zie het als een morele plicht hen te helpen.”
Wat meespeelde, zegt hij, waren de reacties tijdens een herdenking op Texel, vorig jaar, waarbij de bemanning werd herdacht van een viskotter die in 1970 vermist raakte bij een storm. „Niet alle opvarenden zijn teruggevonden. Tijdens die herdenking zag ik wat dat met nabestaanden doet.”
Om het verzoek voor de opgravingen goed te keuren, moest Pol rekening houden met de wettelijk verplichte termijn voor grafrust, en de condities waaronder opgravingen mogen plaatsvinden. Zo mag er geen grond worden omgewoeld naast een graf van iemand die net overleden is. „We doen alles met groot respect en zorgvuldigheid”, zegt Pol.
Opgravingen kunnen als een inbreuk worden ervaren, maar hij merkt óók dat Texelaars zich de wanhoop van de nabestaanden van vermisten goed kunnen voorstellen. Die laten niet voor niets hun dna achter bij een databank, zegt Pol, die niet uitsluit dat er meer opgravingen volgen.
Danielle Pinedo vervangt deze week Hans Steketee
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC