Home

‘Je zit te praten met een oude vent over wereldproblemen’

Jan Lindenbergh is 100 jaar. Wat drijft hem om op zijn hoge leeftijd een boek te publiceren waarin hij een heel nieuw economisch systeem voor de wereld schetst?

Op zijn 100ste een boek publiceren, dat heeft Jan Lindenbergh deze zomer gedaan. Het is geen niemendalletje, maar een visie in 80 bladzijden op een andere inrichting van onze economie en samenleving, die een einde maakt aan de grote verschillen tussen arm en rijk. De 100-jarige hoopt op veel lezers, vooral economen en politici, want zij kunnen het verschil maken. ‘Ik heb het geschreven voor de toekomst, ook al zal ik die zelf niet meemaken.’

Wat is de kerngedachte van uw boek?

‘Ik zal proberen het bondig uit te leggen. Het huidige economische systeem is een belangensysteem, waarin het ego centraal staat. De drijfveer van handel en productie is een zo hoog mogelijke winst te behalen, voor nieuwe investeringen, en om een zo hoog mogelijk inkomen te vergaren voor degenen in de top van bedrijven.

‘De economie zoals die nu functioneert, gaat dus niet om produceren en handelen in het belang van de hele bevolking. Evenmin worden de winsten uit alle gezamenlijke arbeid eerlijk verdeeld over de bevolking. Uit de belastingen die worden geheven, blijft vaak te weinig over voor degenen die in de welzijnssector werken en voor werklozen, zieken en gehandicapten, waardoor die te weinig geld hebben om van rond te komen. Ons huidige economische systeem leidt tot grote ongelijkheid tussen rijk en arm, en dat verstoort het samenleven. Het is een verklaring voor de onderlinge spanningen die nu ook in Nederland steeds duidelijker zichtbaar worden. Veel mensen voelen dat het systeem waarin we leven niet eerlijk is; dat uit zich in frustratie, boosheid en een dalend vertrouwen in de politiek.

‘In mijn boek schets ik een nieuw systeem, waarin geld geen bezits- en machtsmiddel van individuen meer is, maar zijn oorspronkelijke functie van ruilmiddel terugkrijgt en eerlijker wordt verdeeld. Niet de bedrijfseigenaren en aandeelhouders zullen over investeringsstrategieën beslissen, maar commissies waarin naast de leidinggevenden van bedrijven vertegenwoordigers uit verschillende sectoren van de samenleving zitting hebben. Geld voor nieuwe investeringen wordt door de overheid en banken ter beschikking gesteld in de vorm van leenkapitaal.

‘Ik noem dit systeem de ‘samenlevingseconomie’, een nieuw woord dat al schrijvende in mij opkwam. In die economie zullen de verschillen in bezit en welzijn tussen rijk en arm niet meer zo groot zijn als nu. In mijn boekje zeg ik dat er een verschuiving plaatsvindt van ‘op zelfverrijking gericht kapitalisme’ naar ‘ondersteuningskapitalisme’. Dat komt iedereen ten goede, want als de welvaart eerlijker wordt verdeeld en het welzijn van veel mensen toeneemt, ontstaat een evenwichtigere en duurzamere samenleving.’

Hoe ziet u de invoering van uw radicaal andere economische systeem voor u?

‘Ik realiseer mij dat het begin moeilijk zal zijn en er een wereldwijde verandering voor nodig is. Om te beginnen zullen hoofdeconomen van zoveel mogelijk landen bij elkaar moeten komen om tijdens een conferentie af te spreken hoe dit stap voor stap in te voeren. De rol van de overheid wordt er een van uitvoerder. Zij zorgt er met een centrale bank voor dat er voldoende geld in omloop is voor bedrijven om nieuwe investeringen te doen. Die investeringen hoeven bedrijven niet meer uit eigen middelen te doen.’

Zullen de rijken hun bezit en macht niet gebruiken om deze herverdeling van winsten te voorkomen?

‘De rijken van nu hoeven niet te vrezen, ze kunnen hun bezit en rijkdom rustig houden. Die vloeien op termijn vanzelf weg, want ze worden via erfenissen en erfbelasting verdeeld over de generaties na hen. De invoering van een maximum-inkomen moet de opeenhoping van geld bij een kleine groep aan de top stoppen.’

Hoe bent u op het idee gekomen om op uw hoge leeftijd dit boek te schrijven?

‘Ik verdiep me al lang in onze eenzijdig rationele manier van denken. Vier jaar geleden begon ik mijn ideeën op te schrijven, al schrijvende ontstonden nieuwe ideeën, de oplossingen die ik zocht vloeiden uit mijn pols – wonderlijk hoe dat gaat. Het was veel werk om mijn ideeën tot de kern terug te brengen. Dit boek komt overigens voort uit een boek dat ik dertien jaar geleden publiceerde, over onze blinde vlek.’

Wat is onze blinde vlek?

‘In het Westen domineert het ego-denken, dat voortkomt uit het rationalisme. We hebben te weinig oog voor de wisselwerking in de natuur, waar alles met alles samenhangt om het evenwicht te bewaren. Zo zou de mens, als onderdeel van die natuur, ook weer moeten leven, want het evenwicht in onze samenleving is verstoord geraakt. Er ontstaat weer samenhang als we de interactie tussen de vele elementen in de natuur en onze samenleving onderkennen en als we verbondenheid met elkaar centraal stellen, in plaats van het ego.

‘Je zit te praten met een oude vent over wereldproblemen. Intussen woon ik hier in mijn appartement tussen oude mensen die zich afvragen: wat doe ik hier nog? Ze zitten allemaal met zingevingsvragen. Zelf kan ik zin vinden in interactie, in mijn betrokkenheid tonen aan anderen, in het gevoel erbij te horen.’

Had u zelf ook een blinde vlek?

‘Lang probeerde ik elk probleem rationeel te verklaren en in causale verbanden te denken, maar ik kwam er nooit uit. Ik was zoekende naar begrip van mijn eigen bestaan: waarom ben ik hier? Ik verdiepte me in filosofie en religie, maar daar vond ik geen antwoorden op mijn vragen. Op mijn 40ste las ik over de gedachtenwereld van de Vrijmetselarij en dacht: dit is iets voor mij. Ik ben nog steeds lid en actief. Bij de Vrijmetselaars zijn geen dogma’s en heb ik verbondenheid gevonden met andere zoekende mensen, en ruimte voor persoonlijke groei.’

Heeft u een verklaring voor uw decennia van rationeel denken?

‘Ik had een erg rationele, intellectuele vader. Als kind miste ik gevoelsmatig contact. Daardoor raakte ik op mezelf. Het onderwijs is ook sterk rationeel gericht, voor de sterke intuïtie van kinderen is geen plaats, waardoor ze de verbinding daarmee verliezen.

‘Op mijn 24ste deed ik een ontdekking. Ik ging op schermen en als vanzelf hield ik de floret vast met mijn linkerhand. Mijn hele lichaam ontspande zich. Ik ben linkshandig geboren en werd op de lagere school gedwongen met rechts te schrijven. Mijn ouders gingen erin mee en schaften een speciale lepel aan waarmee ik ook met rechts moest leren eten. Mogelijk raakte ik daardoor het contact met mezelf kwijt.

‘Misschien heeft het uiteindelijk wel in mijn voordeel gewerkt dat mijn linker- en rechter hersenhelft beide goed ontwikkeld zijn. Anders was ik niet wakker genoeg geweest om een boek te schrijven met oplossingen voor het economische systeem waarin we zijn vastgelopen.’

Wat voor werk heeft u gedaan?

‘Op mijn 24ste ben ik in Wageningen afgestudeerd als landbouwkundig ingenieur. De eerste tien jaar werkte ik aan projecten in de landbouw, zoals grondverbetering en drainage. Daarna volgden twee jaar in Irak, waar ik hielp bij de ontzouting van de bodem van de Eufraat en de Tigris. Dat project kon ik niet afmaken, omdat ik met mijn jonge gezin het land halsoverkop moest ontvluchten toen er een revolutie uitbrak. In Bagdad was ik er getuige van dat de minister-president aan een touw achter een vrachtwagen over de straten werd gesleept.

‘Na Irak volgden drie maanden Zambia, waar ik in opdracht van de Wereldbank de mogelijkheid onderzocht voor de aanleg van een spoorlijn naar Oost-Afrika, voor het vervoer van koper uit de kopermijnen. Het plan werd afgewezen, later heeft China de spoorlijn aangelegd. Na Zambia ben ik bij Unilever gaan werken, waar ik bedrijfsleider was van de margarinefabriek. Dat werk deed ik om geld te verdienen voor mijn gezin, het was niet creatief uitdagend; de boel op gang houden was mijn taak. Ik ben geen man van routines; uitdaging en creativiteit vond ik in mijn vrije tijd: een zeilboot bouwen, onderhouden en ermee zeilen. ’

Woensdag zijn er verkiezingen, migratie is een belangrijk thema, hoe kijkt u daartegenaan?

‘Er komt geen einde aan migratie als je de oorzaken niet wegneemt. We moeten investeren in de landen waar migranten vandaan komen, ze helpen het onderwijs te verbeteren, de productiviteit te verhogen, het aantal geboorten te beperken, corruptie te bestrijden, conflicten en oorlogen te beëindigen. De ontwikkelingshulp moet dus omhoog in plaats van omlaag. De grootste groep, arbeidsmigranten, hebben we nauwelijks nodig, ze dragen slechts beperkt bij tot meer welvaart.’

Weet u al wat u gaat stemmen?

‘Stemmen is voor mij een negatieve keuze; ik stem op de minst slechte partij. In al het gebabbel hoor ik geen structurele oplossing voor de onderliggende problemen waarmee we kampen. De politiek zit gevangen in kokerdenken en beseft niet dat hervorming mogelijk is van ons economische systeem, dat stamt uit het feodale tijdperk.’

U heeft veel filosofen bestudeerd, heeft u een favoriet?

‘Lev Sjestov. Je moet Sjestov begrijpen om mijn boek te begrijpen. Hij weet goed onder woorden te brengen wat ik voel en zie – dat het denkvermogen van de mens beperkingen heeft. Dit is mijn favoriete zin van hem: ‘Een artificiële muur is door de rede zelf daar neergezet. Achter de muur kan de mens niet kijken. Vóór de muur zit de mens in een causale werkelijkheid die de waarheid niet is. Een symbool voor de blindheid in de rede, (...) in de betekenis van onbescheiden zelfoverschatting’.’

Samenlevingseconomie, met een stabiel financieel systeem, door Jan Lindenbergh, MraCle uitgeverij, €16,95.

Jan Lindenbergh

geboren: 16 februari 1925 in Rotterdam

woont: zelfstandig, in Bilthoven

familie: 3 kinderen, 8 kleinkinderen, 1 achterkleinkind

beroep: landbouwkundig ingenieur

weduwnaar sinds 2001

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next