Stoptober Oktober is stoptober, de maand waarin rokers aangemoedigd worden om te stoppen. Zora Nana Kornmann doet mee, maar weet al: op 1 november begint ze weer.
Het is de derde dag van Stoptober, de maand waarin rokers samen proberen te stoppen, en mijn beste vriendin en ik doen mee. Maar na een lange dag werken, een half glaasje wijn en een attente collega, ben ik de belofte vergeten en neem ik twee peuken aan.
Zora Nana Kornmann is student Creatief Schrijven Nederlands aan de VU.
Waarom stoppen we, mijn beste vriendin en ik? Niet met de intentie om nooit meer een sigaret te roken. Integendeel, we hebben ons al voorgenomen: op 1 november beginnen we weer. Nee, we stoppen om te bewijzen dat we níét verslaafd zijn. Deze maand verzetten we ons en bepalen we onze relatie tot haar, onze verslaving. Want als je gemakkelijk een maand niet rookt, dan ben je niet verslaafd, toch?
In eerste instantie wil ik zeggen van niet, want zij, mijn verslaving, heeft geen gevaarlijke greep op mijn dagelijkse leven. Ik kom aan mijn werk toe en denk soms dagen of weken niet aan een sigaret. Ik heb mijn tabaksgebruik uitermate goed onder controle, totdat die controle sluw wordt verstoord.
Ik ontwijk de controle uit vrijheid. Ik confronteer mijn sterfelijkheid en oefen de macht over mijn eigen keuzes uit, ik ben soeverein, eigen baas over eigen lichaam. Maar de verslaving spreekt luidkeels uit de overtuiging dat je de vrijheid hebt om te roken. Ze speelt in op mijn gevoel van autonomie en stuurt mij de tabakszaak in om trots een pakje Camel Blue te kopen.
Je moet jezelf confronteren met de verslaving, zegt mijn beste vriendin. We moeten de verslaving niet ontwijken, we moeten haar geur en smaak koesteren, maar niet voor haar zwichten. We moeten haar weigeren, haar aanspreken op haar gevaar. Thuis steek ik een pakje sigaretten tussen muur en spiegel. Als ik de deur uit ga, doe ik haar zelfverzekerd in mijn tas. Ik kijk de verslaving recht aan.
Uiteindelijk komt verslaving neer op een onstilbaar verlangen, denk ik als ik ’s avonds De vriendschap van Connie Palmen lees. Palmen vertelt over het opgroeien van twee beste vriendinnen, die geconfronteerd worden met de verslaving, een obsessie met sigaretten, drank en eten. Verlangen, schrijft Palmen, is de oorsprong van de verslaving.
Verlangen schept een staat van pijn. Want na elke verzadiging van het verlangen is ze er weer: de trek in een sigaret. Dat dat niet goed is, weet ik — net als alle andere rokers. Afgezien van de schadelijke feiten, voel ik mij vies wanneer ik de volgende ochtend de nicotine nog in mijn vingertoppen ruik, mijn mond droog voelt en mijn vriend me niet wil zoenen.
Maar op het moment van verlangen bestaat die toekomst niet, slechts het huidige moment. Dus waarom zou ik niet nú genieten? Het kleinste genot is verkieslijker dan een onzeker genot in de toekomst. De sigaret is een sappige, zoete vrucht, en de verbanning uit het paradijs is nog geen werkelijkheid. Daarbij is dat wat verboden is gemaakt des te aantrekkelijker.
Palmen beschrijft het lichaam onder controle van de verslaving als een talig ding. Een nuchter mens verbiedt zichzelf te spreken over het rare, het slechte en het gevoelige waar men wél aan denkt. De verslaving doekt onze controle op en zo ook de geheimgehouden onderwerpen. Een sigaret tussen de vingers maakt de roker tot een ander mens, de tevreden verslaafde spreekt een taal vrij van censuur.
„Ik wist niet dat je rookte”, zeggen collega’s als ik bij de nazit een peuk opsteek.
Ja, ik rook en ik spreek de verboden taal. Ik laat me graag confronteren met de dwangmatige kant van het leven, die tegelijkertijd zo plezierig is. Ik heb andere gesprekken als ik rook. Alsof je met een sigaret stiekem alles mag zeggen wat verboden is.
In de spiegel kijk ik de verslaving aan. Ze hoort bij mij, ze maakt mij een gecontroleerde gebruiker, die bij gelegenheid de controle loslaat. Als ik toegeef aan de verslaving, meen ik dat ik een goede relatie met haar heb.
Ze is gezellig; als ik alleen thuis ben, ben ik met haar toch minder eenzaam. Ik mag haar vasthouden en wiegen. Maar ook mag ik haar weigeren. Ze wacht geduldig en verwijt mij niets. We kunnen elkaar loslaten en ook zonder elkaar gelukkig zijn.
Ik noem haar niet meer verslaving, ik noem haar mijn vriendin. Mijn vrienden kan ik maanden niet zien, maar ik kom altijd bij ze terug. Ik zie haar 1 november weer.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC