Depressies worden snel over het hoofd gezien bij ouderen. Dat zegt onderzoeker en ouderenpsychiater Didi Rhebergen. ‘Mijn patiënt wilde op een dag niet meer naar de bridgeclub. Haar familie begreep dat: ze wordt een dagje ouder. Het bleek uiteindelijk een depressie.’
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.
Haar patiënt wil dood en als Didi Rhebergen niet snel ingrijpt, gaat dat ook gebeuren. De vrouw is kort daarvoor opgenomen op de acute opnameafdeling voor ouderen van GGz Centraal, waar Rhebergen werkt als ouderenpsychiater. Ze is in de tachtig, ze zit roerloos aan tafel en is niet aanspreekbaar. Ze weigert te eten en drinken.
De dochter van de patiënt begrijpt dat haar moeder niet meer wil leven. Ze is oud, haar geheugen gaat achteruit. De afgelopen maanden heeft ze meermaals gezegd dat ze niet verder wil. Die wens, vindt de dochter, moet ze respecteren.
Maar Rhebergen heeft een ander plan. Ze vermoedt dat de vrouw ernstig depressief is. Depressies bij ouderen zijn haar specialisme, ze doet er al jaren onderzoek naar binnen GGz Centraal en als universitair hoofddocent aan het Amsterdam UMC.
Door haar werk is Rhebergen ervan doordrongen hoe vaak depressies bij ouderen worden gemist. Familieleden en artsen verwarren de symptomen al snel met pijnlijke, maar onoverkomelijke ouderdomskwaaltjes. Patiënten krijgen daardoor niet de zorg die ze nodig hebben.
Dat wil Rhebergen niet laten gebeuren. En dus vertelt ze de dochter van de patiënt wat ze van plan is: ze wil elektroconvulsietherapie toepassen op haar moeder. Deze behandeling, waarbij iemand onder narcose stroomstoten krijgt toegediend op het hoofd, kan goed werken tegen een depressie. Maar een gevreesde bijwerking is er ook: de kans op geheugenverlies.
Zelf kan de patiënt geen toestemming meer geven, ze reageert niet meer. De dochter moet dat doen. Maar zij weigert. Haar moeder is in de tachtig, zo’n heftige behandeling kunnen ze haar toch niet aandoen? Bovendien: ze zegt zelf al een poos dat ze dood wil. Waarom mag ze niet sterven?
Deze manier van denken is precies waarom Rhebergen vertelt over deze patiënt die bijna twee jaar geleden bij haar op de afdeling lag. De reactie van de dochter, hoe begrijpelijk en invoelbaar ook, zegt ze, is een voorbeeld van ‘ageism’: wijdverspreide, vaak negatieve vooroordelen over mensen van oudere leeftijd.
Ze vertelt het verhaal ook vanwege de afloop. De dochter ging uiteindelijk, met grote tegenzin, akkoord met de elektroconvulsietherapie. De behandeling sloeg ‘fantastisch’ aan, zegt Rhebergen. De vrouw knapte op, begon weer te eten en drinken. En belangrijker: ze wilde weer leven. ‘Ze kon weer van het leven genieten, ging uit eten met haar dochter. Zelfs haar geheugen verbeterde. De depressie had ook dat verstoord.’
Dat lijkt me een moeilijke beslissing om te nemen. Wat als deze vrouw nog slechter uit de elektroconvulsietherapie was gekomen?
‘Je moet er op zo’n moment ten volle van overtuigd zijn dat je goed zit. Als je twijfelt, ga je niet tegen de wil van de familie in. Maar voor mijn collega’s en mij was het beeld duidelijk.
‘Deze vrouw functioneerde tot een paar maanden geleden goed. Op een dag wilde ze niet meer naar de bridgeclub. Haar familie begreep dat: ze wordt een dagje ouder. Ook begon haar geheugen te haperen. Het was geen dementie, bleek uit onderzoek, maar daar zou het op de lange termijn wel op uit kunnen draaien.
‘In de maanden daarna trok deze vrouw zich steeds verder terug. Ze doolde rusteloos door haar huis, haar geheugenproblemen verergerden. Voor mij zijn dat duidelijke symptomen die passen in het plaatje van een depressie. Een depressie kleurt bij ouderen anders, dat leidt tot onbegrip.’
Hoe verschilt een depressie van een 80-jarige van die van iemand van 20?
‘De ziekte uit zich anders. Je ziet bijvoorbeeld dat depressieve ouderen heel vroeg wakker worden. ’s Nachts slapen ze slechter door. Bij jongeren komt dat veel minder voor. Typisch voor ouderen met een depressie is ook die onrust. Ze lopen heen en weer door het huis, pakken een kopje thee en besluiten dan dat ze dat toch niet willen. Een zenuwachtig, gejaagd gevoel.
‘Ook maken ouderen met een depressie zich vaker zorgen om hun gezondheid. Heb ik iets aan mijn hart? Aan mijn darmen? Ze zijn daarin moeilijk gerust te stellen, dus je ziet dat ze terugkomen bij de huisarts of bij de eerste hulp. Daar wordt makkelijk gemist dat er een depressie onder zit.’
De nadruk lijkt bij ouderen meer op lichamelijk ongemak te liggen. Is dat omdat zij van een generatie zijn die minder makkelijk over gevoelens praat?
‘Dat kan zijn. Je ziet soms dat oudere mensen wat terughoudender zijn om over somberheid te praten en ook om over gedachten aan de dood te praten. Dus ze uiten het misschien minder. Tegelijkertijd zie je ook dat jonge mensen er soms niet naar durven te vragen omdat ze denken dat ouderen hier moeilijk over praten.’
Komen depressies veel voor bij ouderen?
‘Een depressieve stoornis komt bij ouderen minder vaak voor dan bij jongeren. Bij jongeren zien we de laatste jaren dat het toeneemt. Maar er zijn alsnog veel ouderen die angstig of somber zijn: dat speelt bij méér dan een op de drie.’
Ouderen doen het vaak goed in geluksonderzoeken. In Nederland behoren mensen tussen de 65 en 75 jaar zelfs tot de gelukkigste leeftijdsgroep.
‘Er zijn veel ouderen met wie het goed gaat. Ze zijn ontzettend veerkrachtig. Daar heb ik veel bewondering voor. Als je ouder wordt, allerlei lichamelijke ongemakken krijgt en je partner overlijdt, zie het dan maar eens voor elkaar te krijgen dat levensgeluk vast te houden.
‘Maar er is ook een groep ouderen die dat niet lukt. Die worden vaak over het hoofd gezien. Ik heb de cijfers nog even opgezocht. In 2023 ging het bij een op de vijf suïcides om mensen van 70 jaar en ouder. Daar gaat het nauwelijks over in het publieke debat. Ze zijn een vergeten groep.’
Wat valt er te doen aan een depressie bij iemand die ouder is? Heeft therapie voor een 80-jarige nog zin?
‘Dat is precies het stigma waar ik tegen vecht. Veel mensen hebben het idee: ouderen zitten vastgeroest in hun patronen. Therapie heeft dan geen zin. Ik zie vaak dit soort therapeutisch nihilisme: mensen krijgen geen behandeling vanuit het idee dat ze op die leeftijd hun gedachtepatronen toch niet meer kunnen veranderen.
‘Dat is onterecht. Onderzoek van Pim Cuijpers (emeritus hoogleraar klinische psychologie die jarenlang onderzoek deed naar de effectiviteit van therapie, red.) laat zien dat therapie op latere leeftijd net zo goed werkt als bij jongere mensen.
‘Bij elektroconvulsietherapie zien we zelfs dat het bij ouderen beter werkt. Vooral bij die depressies met veel motorische onrust, dat ijsberen.’
Hoe komt dat?
‘Dat weten we nog niet. We doen er onderzoek naar. Als we dat weten, kunnen we onze behandelingen verder verfijnen.’
Ouderen gebruiken wel vaak langdurig antidepressiva. Zijn we dan niet eenzaamheid aan het medicaliseren?
‘Dat wordt vaak geroepen: alsof psychiaters voor alles een pil geven. Je moet als behandelaar altijd goed kijken: wat is er nou eigenlijk aan de hand? Ik zeg ook niet dat psychiaters een toverstokje hebben, dat we elke depressie kunnen oplossen.
‘Die sombere stemming en die eenzaamheid hebben misschien wel maatschappelijke oorzaken. Daar moeten we als samenleving wat mee. Maar er is ook een deel van de ouderen die een depressie heeft, waar we wel degelijk wat mee kunnen. Mijn oproep is: laten we hier met z’n allen goed op letten.’
Hoe gaat het nu met uw patiënt van twee jaar geleden, de vrouw van in de 80 die niet meer wilde leven?
‘Ze geniet ontzettend van het leven. Laatst kreeg ik nog een foto via haar dochter. Ze zat in de tuin, met een boek in haar hand, glas rode wijn erbij. Ze wil 100 jaar worden. En ze is op zoek naar een nieuwe bridgeclub.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant